Wijziging Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en de ECHA-database

Weg en Wagen 92 | Februari 2021 | Jaargang 35

Op 1 juli 2020 trad een wijziging van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (Bmb) in werking. Met de wijziging werden bepalingen uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) geïmplementeerd. In dit artikel ga ik in op de nieuwe registratie- en meldplichten voor bedrijven voor gevaarlijke stoffen in voorwerpen.

Aan het Bmb werd onder andere een nieuw artikel 7a toegevoegd dat gebruikers van zeer zorgwekkende stoffen verplicht om die stof bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) te melden. De wijziging heeft tot gevolg dat die verplichting op veel meer bedrijven in Nederland is gaan rusten dan daarvoor. Met de wijziging beoogt de wetgever meer zicht te krijgen op voorwerpen die deze stoffen bevatten op het moment dat die voorwerpen de afvalstatus hebben bereikt. Door de wijziging is de meldprocedure voor zeer zorgwekkende stoffen, zoals die is geregeld in de REACH-verordening, van toepassing verklaard. Wat de REACH beoogd, hoe de meldprocedure in zijn werk gaat en welke rol het ECHA daarbij speelt, is in dit artikel beschreven.

De wijziging van het besluit

Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) heeft op grond van de Kra de taak gekregen om een database in te richten voor informatie over de aanwezigheid in voorwerpen van stoffen die in het kader van de Europese verordening voor registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH) op de zogeheten kandidatenlijst van stoffen (substances of very high concern – SVHC) staan. Het gaat dan om aanwezigheid in voorwerpen van chemische stoffen van wat wij in Nederland zeer zorgwekkende stoffen noemen.  Dat zijn stoffen die kankerverwekkend, mutageen (erfelijke veranderingen) of giftig voor de voortplanting zijn. Ook stoffen die persistent, bioaccumulerend (ophoping in het milieu of levende wezens) en toxisch (PBT) of zeer persistent en zeer bioaccumulerend zijn, worden als zeer zorgwekkend aangemerkt.

De database heeft tot doel om meer inzicht te krijgen in de aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen in voorwerpen met het oog op de verwerking daarvan in de afvalfase. Ook kan de database dienen om het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen in voorwerpen terug te dringen om zo het ontstaan van gevaarlijk afval te voorkomen. Een voorbeeld van zeer zorgwekkende stoffen zijn de zogenaamde PFOA en GEN-X, stoffen waarover het afgelopen jaar veel te doen is geweest. Deze stoffen worden gebruikt in allerlei toepassingen zoals waterafstotende kleding, blusschuim, brandwerende en hittebestendige kleding, verven en anti-aanbaklagen in pannen. Inmiddels komen deze stoffen overal in de bodem en het oppervlaktewater voor. Zij zijn zeer zorgwekkend, omdat ze niet of slechts heel moeilijk afbreekbaar zijn en mogelijk zelfs kankerverwekkend.

Wat onder een voorwerp moet worden verstaan is bepaald in de REACH. Een voorwerp is een object waaraan tijdens de productie een speciale vorm, oppervlak of patroon wordt gegeven waardoor zijn functie in hogere mate wordt bepaald dan door de chemische samenstelling. Om aan de verordening te voldoen moeten bedrijven de risico’s die verbonden zijn aan de stoffen die zij in de EU vervaardigen of in de handel brengen identificeren en beheersen. Ze moeten aan ECHA laten zien hoe de stof veilig kan worden gebruikt en ze moeten gebruikers voorlichten over de te nemen risicobeperkende maatregelen. Consumenten worden niet als gebruiker aangemerkt. Deze verplichting is sinds 1 juli 2020 vastgelegd in artikel 7a Bmb. Belangrijk is dat het bij voorwerpen niet om afvalstoffen gaat, maar om (onderdelen) van producten.  Dat het niet om afvalstoffen gaat komt omdat de REACH geen betrekking heeft op afvalstoffen. ECHA moet afvalverwerkers, en consumenten op verzoek, toegang verlenen tot de databank.

Omdat in artikel 7a van het Bmb rechtstreeks wordt verwezen naar de REACH geldt de nieuwe meldplicht voor iedere leverancier van producten die voorwerpen bevatten die voor meer dan 0,1% bestaan uit zeer zorgwekkende stoffen. In het Bmb wordt naar de REACH verwezen, omdat de aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen in voorwerpen diezelfde voorwerpen in hun afvalstatus ongeschikt kunnen maken voor recycling. Bovendien kan de aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen reden zijn om het gebruik van gerecyclede voorwerpen te beperken.

Het toezicht op de naleving van de nieuwe verplichting tot informatieverstrekking aan het ECHA berust bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat omdat het hierbij niet gaat om activiteiten binnen een inrichting maar om het in de handel brengen van voorwerpen.

De REACH-verordening (Verordening (EG) nr
. 1907/2006
)

REACH staat voor registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van chemische stoffen. De verordening trad al op 1 juni 2007 in werking. De in artikel 33 van de verordening opgenomen verplichte registratie van zeer zorgwekkende stoffen is daarom niet nieuw. Producenten en importeurs waren al verplicht om de afnemer van het voorwerp informatie te verstrekken om een veilig gebruik van dat voorwerp mogelijk te maken, waaronder ten minste de naam van de stof.

Omdat de Nederlandse regering de bepalingen uit de Kra ten aanzien van gescheiden inzameling van afvalstoffen en registratie- en meldplichten met betrekking tot stoffen, mengsels, producten en afvalstoffen vóór 5 juli 2020 in de Nederlandse wetgeving moest implementeren, geldt de verplichting uit de REACH-verordening nu ook voor alle in Nederland gevestigde leveranciers van producten die zeer zorgwekkende stoffen bevatten. Daarmee is reikwijdte van de REACH aanzienlijk uitgebreid.

Onder de REACH is een leverancier van een voorwerp een producent of importeur van een voorwerp of een product waarvan het betreffende voorwerp een onderdeel is, een distributeur of andere actor in de toeleveringsketen die het voorwerp of het product op de markt brengt. Dit zijn, bijvoorbeeld, producenten die leveren aan assemblagebedrijven, en assemblagebedrijven die vervolgens leveren aan retailers. Uit deze omschrijving volgt dat een leverancier die rechtsreeks aan een consument levert niet onder het begrip van ‘leverancier’ valt. Een winkelier, bijvoorbeeld, die een voorwerp dat een zeer zorgwekkende stof bevat verkoopt aan een consument hoeft dat dus niet te melden bij het ECHA. De meeste bedrijven gebruiken chemicaliën, soms zelfs zonder dit te beseffen. Daarom dienen zij na te gaan welke verplichtingen zij hebben als zij met chemicaliën omgaan in het kader van hun bedrijfs- of beroepsactiviteiten. Mogelijk hebben zij bepaalde verantwoordelijkheden op grond van REACH. De verplichting tot melding ontstaat als het voorwerp meer dan 0,1 gewichtsprocent (g/g) van één of meer zeer zorgwekkende stoffen bevat. REACH kent geen registratieplicht voor stoffen in hoeveelheden van minder dan één ton per jaar.

Wat als zeer zorgwekkende stof moet worden aangemerkt is ook in de REACH geregeld. Het zijn stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 van REACH en die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 59, lid 1 van de REACH-verordening. De lijst van deze stoffen staat op de website van het ECHA. Op deze lijst staan bijvoorbeeld de eerder genoemde PFOA, maar ook meer bekende stoffen als lood, cadmium en kwik en verbindingen daarvan. Het RIVM houdt daarnaast ook nog een lijst aan van stoffen die door de lidstaten in het kader van REACH zijn aangemeld bij de ECHA, maar waarvan nog niet vaststaat of zij ook daadwerkelijk zeer zorgwekkende stoffen zijn. In beginsel is REACH van toepassing op alle chemische stoffen, dus niet alleen stoffen die bij industriële processen worden gebruikt, maar ook stoffen die worden gebruikt in alledaagse producten zoals schoonmaakmiddelen, verf, kleren, meubels en elektrische apparaten. Daarom heeft de verordening gevolgen voor de meeste bedrijven in de EU, ook als ze zichzelf niet beschouwen als een chemisch bedrijf.

REACH legt de bewijslast bij de bedrijven. Om aan de verordening te voldoen moeten bedrijven de risico’s die verbonden zijn aan de stoffen die zij in de EU vervaardigen of in de handel brengen identificeren en beheersen. Zij zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie over de eigenschappen en de gebruiksvormen van die stoffen. Ze moeten ook de gevaren en potentiële risico’s van de stof beoordelen. Ze moeten aan ECHA laten zien hoe de stof veilig kan worden gebruikt en moeten gebruikers voorlichten over de te nemen risicobeperkende maatregelen. Bedrijven doen dat bij het ECHA in een registratiedossier.

De rol van het ECHA

Het ECHA, dat is gevestigd in Finland, voert de REACH uit. Het ECHA beoordeelt het registratiedossier. Bij de registratie wordt uitgegaan van het beginsel van “één stof, één registratie’. Daarmee wordt bedoeld dat fabrikanten en importeurs van een bepaalde stof hun registratie gezamenlijk moeten doen. Zo krijgt het ECHA meer zicht op de keten waarin deze stof zich bevindt. De registratieverplichtingen gelden voor stoffen als zodanig, stoffen in mengsels en, in bepaalde gevallen, stoffen in voorwerpen. Na aanmelding worden de dossiers door het ECHA en de lidstaten beoordeeld. De eindconclusie van de beoordeling kan zijn dat de risico’s voldoende worden beheerst door de bestaande maatregelen. Anders kan de beoordeling leiden tot een voorstel voor EU-brede risicobeheersmaatregelen, zoals beperkingen, identificatie van zeer zorgwekkende stoffen of andere acties die buiten het toepassingsgebied van REACH vallen.

Na de beoordeling kan autorisatie volgen. De autorisatieprocedure is bedoeld om er zeker van te zijn dat zeer zorgwekkende stoffen geleidelijk worden vervangen door minder gevaarlijke stoffen of technologieën. De autorisatieprocedure begint als een lidstaat, of ECHA op verzoek van de Commissie, een stof voorstelt die als SVHC moet worden aangemerkt. De stof wordt dan op een lijst van voorgenomen plaatsing gezet. De procedure is met waarborgen omkleed. Belanghebbenden kunnen gedurende 45 dagen op het voornemen reageren. Volgen er geen opmerkingen, dan komt de stof op de lijst van zeer zorgwekkende stoffen te staan. Zijn er wel opmerkingen dan zullen die beoordeeld worden en aan een comité van lidstaten worden voorgelegd. Worden zij het unaniem eens, dan komt de stof alsnog op de lijst. Zijn zij het niet eens, dan beslist de Europese Commissie.

Een stof die eenmaal is geautoriseerd en op de lijst van zeer zorgwekkende stoffen staat, brengt verplichtingen met zich mee. Leveranciers van voorwerpen, die stoffen van deze lijst bevatten in een concentratie van meer dan 0,1% g/g, moeten aan hun klanten voldoende informatie aanleveren om een veilig gebruik mogelijk te maken. Dat moet in een veiligheidsinformatieblad.

Een bedrijf dat voor het eerst  een stof wil produceren of invoeren mag na de registratie niet direct met die productie of invoer beginnen. Het moet wachten totdat het ECHA groen licht heeft gegeven. Dat komt uiterlijk drie weken nadat het bedrijf het registratiedossier heeft ingediend. Nadat het ECHA het registratiedossier op volledigheid heeft gecontroleerd, krijgt elk bedrijf dat het dossier gezamenlijk heeft ingediend een eigen REACH registratienummer en een registratiedatum. Het registratienummer wordt per stof toegekend. De registratiedatum is gelijk aan de datum van indiening. Na de volledigheidstoets moeten bedrijven het registratienummer vermelden op alle correspondentie met ECHA en zijn afnemers.

Het komt natuurlijk voor dat een bedrijf een stof wil registreren, waarvan het niet weet of het al eerder is geregistreerd. Dat bedrijf moet het ECHA in dat geval om informatie vragen. Met deze verplichting zorgt de REACH ervoor dat alle producenten en importeurs van dezelfde stoffen alle informatie over die stoffen onderling delen. Een voorbeeld hiervan is het verplicht delen van proefdieronderzoeken. Deze onderzoeken mogen niet worden herhaald, dus moeten bedrijven de relevante studies onderling delen. Andere studies dan proefdieronderzoeken hoeven niet verplicht gedeeld te worden.

Registratie bij ECHA

Registratie van stoffen bij het ECHA is niet gratis. De registratie van kleine hoeveelheden van 1 tot 10 ton per jaar kost ongeveer € 1.600,--. Dit bedrag kan oplopen tot € 31.000,-- voor hoeveelheden boven 1000 ton. Het ECHA houdt rekening met de omvang van bedrijven die registreren. MKB-bedrijven betalen een lagere vergoeding dan grote ondernemingen. Voor andere diensten van het ECHA kunnen eveneens kosten in rekening worden gebracht.

Bedrijven kunnen zelf tot registratie overgaan, maar dat hoeft niet. In Nederland zijn meerdere goed onderlegde bureaus die bedrijven ondersteunen bij de registratie. Met die adviseurs wordt een registratiestrategie ontwikkeld. Zij kunnen het gehele proces ook managen. Zelfs bedrijven die buiten de werkingssfeer van REACH vallen en daarom niet hoeven te registreren kunnen belang bij registratie en bijstand van een adviseur hebben, bijvoorbeeld omdat zij overwegen een vestiging in Europa te openen.

                             
       





      h1, h2, h3, h4, h5 { font-weight: bold !important; } h1, h2, h3 { font-size: 18px !important; } h4, h5 { font-size: 16px !important; } Print Friendly and PDF
      Wijziging Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en de ECHA-database
      mr. Erik Averdijk (Advocaat omgevingsrecht bij Kienhuis Hoving) 31 januari 2021


      Deel deze post
      ArchiEF

      Vraag uit de praktijk over de aangescherpte vrachtbriefverplichting
      Weg en Wagen 92 | Februari 2021 | Jaargang 35