arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat

3. Wat zijn afvalstoffen?

Voor de regelgeving is het noodzakelijk dat het begrip ‘afval’ goed gedefinieerd is. Wat is afval en wat niet?

Volgens artikel 1.1 van de Wet milieubeheer is een afvalstof elke stof of elk voorwerp, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Deze definitie is overgenomen uit de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Gelet op deze definitie zijn residuen die niet bewust zijn geproduceerd maar vrijkomen bij een productieproces en residuen die na consumptie van een product bij consumenten en bedrijven vrijkomen, aan te merken als ‘afvalstoffen’.

Onderscheid afvalstoffen en niet-afvalstoffen

Onder omstandigheden kunnen residuen na productie of consumptie echter worden aangemerkt als bijproducten en tweedehands goederen. Als er aan bepaalde criteria wordt voldaan, dan kan er ook sprake zijn van een einde afvalstatus.

Bijproducten

Voor de scheiding tussen de bijproducten en afvalsto en heeft de Europese Commissie in artikel 5 van richtlijn 98/2008/EG criteria opgesteld. Voor het vaststellen of er sprake is van een bijproduct moet het productieresidu voldoen aan vier criteria:

1. Het is zeker dat het materiaal zal worden gebruikt.
2. Het materiaal kan onmiddellijk worden gebruikt, zonder andere behandeling dan de gangbare.
3. Het materiaal wordt geproduceerd als een integraal onderdeel van een productieproces.
4. Het verdere gebruik moet rechtmatig zijn. Met andere woorden: het gebruik van de stof, het preparaat of het voorwerp moet voldoen aan alle voorschriften op het gebied van productie, milieu en gezondheidsbescherming. Toegepaste materialen mogen niet leiden tot ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid. 

Tweedehands goederen

Tweedehands goederen zijn afvalstoffen die door controle, schoonmaken of repareren weer voor hergebruik worden gereedgemaakt en dan niet meer als een afvalstof worden beschouwd (artikel 3, 13 en 16 van de Kaderrichtlijn afvalsto en).

Einde afvalstatus

In artikel 6 van de Kaderrichtlijn afvalsto en is bepaald dat specifieke afvalstoffen niet langer afvalstoffen zijn als zij een behandeling voor nuttige toepassing hebben ondergaan en voldoen aan de daarvoor door de Europese Commissie opgestelde criteria. Totdat deze speci eke criteria zijn aangenomen, blijven de materialen afvalstoffen die hun afvalstatus pas verliezen als het gehele behandelingsproces is afgerond. 

Wie bepaalt wat afval is ?

Binnen Nederland bepaalt het bevoegd gezag (zoals provincie, gemeente of het rijk) meestal wat afvalsto en zijn en wat niet. Bij in- en uitvoer is de minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) het bevoegd gezag. De minister heeft deze bevoegdheid gemandateerd aan Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). ILenT en de provincies hebben, alvorens een standpunt te geven, onderlinge afstemming over de vragen die door het bedrijfsleven worden voorgelegd. 

Enkele voorbeelden: afval of geen afval

Hergebruik van afgedankte consumptieproducten

Veel afgedankte consumptieproducten, zoals kleding, meubels, boeken en koelkasten, krijgen na afgifte aan een kringloopwinkel een tweede leven. Omdat de eerste eigenaar zich van de spullen ontdoet, is sprake van afvalsto en. Toch kunnen deze spullen na sortering, controle en reparatie als tweedehands producten worden geclassificeerd en verliezen zij de afvalstatus.

Hergebruik van (licht) verontreinigde grond

Met de herziening van de Kaderrichtlijn afvalstoffen bestaat binnen Europa een gemeenschappelijk standpunt over bodem en grond. Twee zaken vallen buiten deze richtlijn en daarmee dus buiten de afvalsto enregelgeving:

  • Bodem, met inbegrip van niet-uitgegraven verontreinigde grond en duurzaam met de bodem verbonden gebouwen.

  • Niet-verontreinigde grond en ander in de natuur voorkomend materiaal afgegraven bij bouwactiviteiten, indien vaststaat dat het materiaal in natuurlijke staat wordt gebruikt voor bouwdoeleinden op de locatie van afgraving.

    De regels voor vervoer van afval zijn op deze twee punten dus niet van toepassing. De regelgeving voor grond, baggerspecie en bouwstoffen echter wel (zie hoofdstuk 6 'Grond, bagger- specie en bouwstoffen').

Hergebruik van afval als een brandstof

Veel afval wordt gebruikt voor het (terug-)winnen van energie. Onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de directe opwekking van elektriciteit en warmte uit afval in speciaal daarvoor bestemde afvalverbrandingsinstallaties dan wel afval-energie-centrales en anderzijds het opwerken van een (secundaire) brandstof uit afval voor de inzet in algemene industriële processen. Voor het direct verbranden van afval met energieterugwinning blijft de afvalstatus altijd gelden. Echter bij het opwerken van afval tot een energiedrager kan de vervaardigde (secundaire) brandstof onder strikte voorwaarden de afvalstatus ontvallen en de productstatus verkrijgen. Maar als niet voldaan wordt aan de in Europees verband nog op te stellen einde-afval-criteria blijft ook voor een (secundaire) brandstof de afvalstatus gelden. Een vervaardigde (secundaire) brandstof kan dus als afvalstof of product ingezet worden, om fossiele brandstoffen te vervangen in bijvoorbeeld warmtekrachtcentrales en cementovens. In Nederland zijn (secundaire) brandsto en op de markt waarvoor op basis van de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State (LJN AF8609, Raad van State, 200205047/1) de productstatus al geldt en waarvan verwacht mag worden dat ook aan de toekomstige Europese einde-afval-criteria wordt voldaan.