arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat

7. Regeling mest

Het mestbeleid in Nederland is gebaseerd op de Nitraatrichtlijn. In deze richtlijn zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid nitraat die is toegestaan in het grond- en oppervlaktewater. Wat moet u nog meer weten over het mestbeleid in Nederland?

Om de doelstelling van de Nitraatrichtlijn te halen, zijn maatregelen voor bemesting genomen. De Meststoffenwet regelt de toegestane hoeveelheid nitraat in grond- en oppervlaktewater door middel van gebruiksnormen: bemestingsnormen. De toegestane hoeveelheid nitraat, die voortvloeit uit de Europese Nitraatrichtlijn, is 50 milligram.

De belangrijkste onderdelen van het mestbeleid zijn:

  • Gebruiksnormen voor de hoeveelheden stikstof en fosfaat uit alle meststoffen die toegepast mogen worden bij de teelt van gewassen. Hiermee ontvangt ieder gewas precies de hoeveelheid meststoffen die het nodig heeft.

  • Gebruiksvoorschriften voor de manier waarop mest wordt gebruikt en de perioden waarin dit gebeurt. De mest komt op het juiste moment en op de meest efficiënte manier bij gewassen terecht. Hierdoor wordt verlies naar het milieu beperkt.

  • Een stelsel van dierrechten dat grenzen stelt aan het aantal dieren dat voor productie mag worden gehouden. Zo wordt voorkomen dat er meer mest geproduceerd wordt dan gebruikt kan worden bij de teelt van gewassen.

  • Regels voor de afvoer van mest van veehouderijbedrijven. Zo is altijd bekend waar de mest vandaan komt en naartoe gaat. Dit wordt uitgedrukt in tonnen, kilogram stikstof en kilogram fosfaat. Belangrijk is te weten waar de mest wordt geproduceerd en waar deze wordt gebruikt.

  • Regels voor het vervoer van dierlijke meststoffen. Sinds 2014 hebben we ook te maken met de mestverwerkingsplicht en sinds 2015 met de verantwoorde groei melkveehouderij.

Dierlijke mest

Dierlijke mest moet bij vervoer van en naar een bedrijf of intermediaire onderneming worden vervoerd door een intermediair die is geregistreerd bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De mest moet gewogen, bemonsterd en geanalyseerd worden. Het vervoer van dierlijke mest moet plaatsvinden met een transportmiddel dat is uitgerust met de voorgeschreven apparatuur voor automatische gegevensregistratie (AGR) en satellietvolgapparatuur (GPS). Voor het vervoer van drijfmest moet het transportmiddel zijn uitgerust met voorgeschreven apparatuur voor de automatische bemonstering. Bij het vervoer van vaste mest moet de AGR/GPS apparatuur onlosmakelijk verbonden zijn met het chassis van het transportmiddel (trekkend en getrokken voertuig). Bij transportmiddelen zonder luchtvering moet de AGR/GPS-apparatuur verbonden zijn met het chassis van het transportmiddel.

Zowel het transportmiddel als de apparatuur voor AGR, GPS en automatische bemonstering dient op naam van de intermediaire onderneming bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn geregistreerd. Tijdens het vervoer moet een op de vracht betrekking hebbend Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) aanwezig zijn. De vervoerder stuurt de VDM-gegevens uiterlijk binnen 30 werkdagen na het vervoer elektronisch naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 

Let op! 

De voorwaarden voor het vervoer van dierlijke mest gelden niet voor forfaitaire transporten, transporten die niet worden gewogen, bemonsterd en geanalyseerd. Wel moet er een Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) worden opgemaakt. De vervoerder dient het vervoersbewijs binnen 10 werkdagen in bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 

Compost en zuiveringsslib

Zuiveringsslib of compost mag pas als meststof worden verhandeld als het voldoet aan de verhandelingseisen, zoals de algemene, landbouwkundige, milieugerelateerde en etiketteringseisen. Dit betekent bijvoorbeeld dat elke vracht die verhandeld wordt een maximale waarde mag hebben aan zware metalen. Ook moet het product worden bemonsterd en geanalyseerd. De producent zorgt voor de bemonstering van het zuiveringsslib of compost. Tijdens het vervoer
van zuiveringsslib of compost moet een Vervoersbewijs Zuiveringsslib en Compost (VZC) aanwezig zijn. De verantwoordelijke vervoerder stuurt de VZC-gegevens uiterlijk binnen tien werkdagen na het vervoer elektronisch naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Meer informatie

Meer informatie over het mestbeleid of de regels voor het vervoer van dierlijke mest of zuiveringsslib en compost kunt u nalezen op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl