arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
vervoerrecht
Vervoerrecht Ondervervoer, vrachtuitwisseling, platforms

Vrachtuitwisseling via internet: geef dieven geen kans!

1. Inleiding

Even Googlen en met het woord ‘vrachtuitwisseling’ vind je zo een aantal online diensten die bemiddelen bij het vinden van wegvervoerders die jouw lading willen vervoeren. Volgens de – laat ik het voorzichtig zeggen – opgetogen websites van deze vrachtbeurzen worden er dagelijks in geheel Europa honderdduizenden vrachten en voertuigen aangeboden op de vrachtuitwisseling. Ook meer dan honderdduizend vervoerders zijn kennelijk aangesloten bij deze online bemiddelaars en kennelijk wordt er iedere dag een paar miljoen ton aan lading op deze manier in geheel Europa vervoerd. Wat dat betreft is het een wonder dat er in Nederland slechts vier civiele zaken en twee strafzaken zijn gepubliceerd waar fraude en daarmee diefstal van (dure) ladingen een rol speelt. Overigens ben ik geneigd de hierboven genoemde hoge getallen met een korreltje zout te nemen, want ik kan het niet natellen. Ik kan wel vertellen over die vier civiele zaken en meer in het bijzonder hoe dat heeft geleid tot onbeperkte aansprakelijkheid van de vervoerders die via zo’n online vrachtuitwisseling naar later blijkt stelende ondervervoerders hebben ingeschakeld.

Opmerking vooraf: bij de bespreking van de drie vonnissen en het arrest gebruik ik wel de namen van de betrokken partijen omdat u anders de tel kwijtraakt.

2. Recente rechtspraak

2.1 Rechtbank Roermond(1)

CMR-vervoer van een zending Xerox-producten van Venray naar Frankrijk. Ingram geeft de opdracht tot vervoer aan DHL, DHL besteedt het vervoer uit aan Homma en Homma heeft op zijn beurt het vervoer via het zogenaamde ‘Teleroute’ systeem uitbesteed aan een vervoerder handelende onder de naam ‘Klein Transport’, aan wie alle laadgegevens zijn verstrekt. De Xerox-producten zijn in Venray in de vrachtwagen geladen door een chauffeur die zich door middel van een door DHL aan Homma verstrekte pincode kon identificeren.

U voelt hem al aankomen: de chauffeur verdwijnt met de vrachtwagen en lading. Na het uitloven van tipgeld is zowaar een deel van de lading teruggevonden, maar het andere deel niet; de schade is € 46.000. Ingram en zijn goederentransportverzekeraar vorderen deze ladingschade van DHL en DHL vordert dat bedrag weer van Homma.

De vraag is of de contractuele vervoerder DHL respectievelijk de contractuele ondervervoerder Homma onbeperkt aansprakelijk zijn omdat Homma een feitelijke ondervervoerder heeft ingeschakeld die een dief blijkt te zijn.

Art. 3 CMR beoogt de vervoerder aansprakelijk te doen zijn voor de tekortkomingen van zijn ondergeschikten (chauffeurs) en van alle andere personen van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient; in feite zijn dat de door hem ingeschakelde ondervervoerders. Art. 3 CMR voegt er wel aan toe dat die ondergeschikten of die ondervervoerders moeten handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.(2)

De rechtbank is van oordeel dat voor de toepassing van art. 3 CMR niet vereist is dat tussen de vervoerder en de persoon van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient een geldige overeenkomst bestaat of een overeenkomst bestaat die niet vernietigbaar zou zijn op basis van dwaling en bedrog. Met andere woorden, ook al is de vervoerovereenkomst tussen Homma en de door hem via Teleroute ingeschakelde ondervervoerder tot stand gekomen onder invloed van dwaling of door bedrog en is op die gronden deze vervoerovereenkomst tussen Homma en die ondervervoerder vernietigbaar, Homma kan dat ontbreken van een geldige overeenkomst tussen hem en ‘de dief’ niet tegenwerpen aan de ladingbelanghebbenden om zo zijn aansprakelijkheid voor de diefstal door de door Homma zelf ingeschakelde ondervervoerder te ontlopen.

Zoals al vermeld, vereist art. 3 CMR wel dat de ingeschakelde personen (chauffeurs of ondervervoerders) moeten ‘handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden’. Onder verwijzing naar de bestaande literatuur en jurisprudentie op dit punt oordeelt de rechtbank dat deze aldus ingeschakelde ondervervoerder handelt in de uitoefening van zijn werkzaamheden nu hij door Homma op een of andere wijze is betrokken bij de uitvoering van het vervoer van de betreffende Xerox-producten. Deze ondervervoerder valt daarom zonder meer aan te merken als de persoon van wie Homma zich voor de bewerkstelliging van het vervoer heeft bediend. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat het niet zo kan zijn dat Homma wel aansprakelijk is voor de schade wanneer de lading tijdens het transport door schuld of opzet van een ondervervoerder kapot gaat maar dat hij niet aansprakelijk zou zijn – zoals Homma had aangevoerd – voor de schade wanneer een door hem ingeschakelde ondervervoerder de lading ophaalt en vervolgens steelt. Die benadering acht de rechtbank onaanvaardbaar. Dit alles betekent dat DHL en Homma, nu er sprake is van opzet van de door Homma via Teleroute ingeschakelde ondervervoerder, onbeperkt aansprakelijk zijn (geen beroep op de limiet van 8,33 SDR p/kg) jegens ladingbelanghebbenden. Wel kan DHL voor zijn vordering op Homma voor het gehele schadebedrag regres nemen op Homma, die uiteindelijk deze schade volledig moet vergoeden.

2.2 Rechtbank Den Haag(3)

CMR-vervoer van twee zendingen koper van Triëst (Italië) naar Duitsland. Logistiek dienstverlener Dalessi schakelt voor het vervoer Trucking KS in. Trucking KS besteedt via het vrachtuitwisselingssysteem TimoCom de twee transporten uit aan de Slowaakse vennootschap Mija Trans. De chauffeurs van Mija Trans, die later niet traceerbaar blijkt te zijn, verdwijnen voorgoed met de ladingen koper; schade € 290.000. Dalessi stelt Trucking KS voor die schade aansprakelijk. Trucking KS beroept zich op overmacht omdat volgens hem duidelijk is dat hij het slachtoffer is geworden van ‘listige kunstgrepen’ (juridisch voor: diefstal door Mija Trans).

De rechtbank verwerpt het betoog van Trucking KS dat hij niet aansprakelijk gehouden kan worden omdat hij is misleid. Trucking KS heeft via de internetsite ‘TimoCom’ het vervoer uitbesteed aan Mija Trans. Er is niet gebleken dat Trucking KS heeft geverifieerd of Mija Trans een betrouwbare vervoerder was. In die zin heeft – zo vervolgt de rechtbank – Trucking KS zelf niet alle redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder te vergen maatregelen genomen om het verlies te voorkomen. Anderzijds komt het handelen (het stelen van de ladingen) van Mija Trans op grond van art. 3 CMR voor rekening van Trucking KS nu hij Mija Trans heeft ingeschakeld voor het vervoer; Mija Trans heeft in die zin gehandeld in de uitoefening van de onderhavige vervoerswerkzaamheden. Dat betekent dat het beroep op overmacht faalt. Nu er sprake is van opzettelijk handelen van Mija Trans voor welk handelen Trucking KS als voor zijn eigen handelen aansprakelijk is, is Trucking KS gehouden op basis van art. 29 lid 1 juncto art. 3 CMR de volledige door Dalessi geleden schade te vergoeden (de CMR-limiet van 8,33 SDR p/kg wordt doorbroken).

2.3 Hof ‘s-Hertogenbosch(4)

CMR-vervoer van Spanje naar Nederland van een zending flessen Malibu. Pernod Ricard is de afzender, Verhoeven is de contractuele vervoerder die weer de ondervervoerder Schavemaker Transport inschakelt. Schavemaker voert het transport niet zelf uit, maar biedt het aan op het Teleroutesysteem, een internetsysteem waarop vrachtuitwisseling kan plaatsvinden. Op deze aanbieding heeft een persoon die stelde te handelen namens Roger Transport uit België gereageerd. Vervolgens is met deze persoon telefonisch onderhandeld en heeft Schavemaker een schriftelijk bericht ontvangen waarin het kenteken van de vrachtwagen die het transport zou gaan verrichten, werd vermeld. Degene die zich uitgaf voor Roger Transport heeft de zending opgehaald in Spanje. U begrijpt het al, de flessen Malibu zijn nooit in Nederland afgeleverd.

Pernod claimt € 54.000 aan schadevergoeding voor de gestolen flessen plus € 27.000 aan douanerechten en/of accijnzen die Pernod aan de Spaanse douane moest betalen. Even tussendoor: de Belgische politie heeft de boeven gepakt en zij zijn als criminele organisatie veroordeeld voor valsheid in geschrifte en oplichting (bedrieglijk gebruikmaken van de naam en het BTW-nummer van de bestaande Roger Transport) en voor verduistering van de zending flessen Malibu.

Pernod spreekt Verhoeven en Schavemaker aan tot vergoeding van de schade van in totaal € 81.000. Het hof begint met de vaststelling dat het verlies van de lading is geschied door opzet van de ‘daders’, de personen die zich hebben voorgedaan als Roger Transport. Het hof past vervolgens art. 3 CMR toe. Vaststaat dat Schavemaker de vervoeropdracht heeft aangenomen en dat hij het transport niet zelf heeft uitgevoerd, maar daartoe een ander heeft ingeschakeld. In zoverre heeft hij zich dus van die ander bediend in de zin van art. 3 CMR en worden ingevolge dat art. 3 CMR de daden en nalatigheden van die ander toegerekend aan Schavemaker. Het doet daarbij naar het oordeel van het hof niet ter zake dat deze ander, met wie Schavemaker contact legde via het Teleroutesysteem, niet degene was – namelijk Roger Transport – die

Schavemaker meende dat hij was. Dat Schavemaker – naar is gebleken – onjuiste keuzes heeft gemaakt bij het inschakelen van de door hem uitgekozen ondervervoerder en hij zich door deze bedrogen of opgelicht voelt, doet aan zijn aansprakelijkheid jegens Verhoeven en Pernod niet af. Of Schavemaker ‘gedwaald’ heeft in de personen die hij voor de bewerkstelliging van het vervoer uit eigen beweging heeft ingeschakeld, doet de risico’s van en de aansprakelijkheid voor dat vervoer niet overgaan op Verhoeven en/of Pernod.

Schavemaker doet nog wel een beroep op overmacht. Het hof is van oordeel dat hier geen beroep op overmacht kan worden gedaan. Schavemaker heeft er zelf voor gekozen om via Teleroute een (onder)vervoerder te zoeken.

De risico’s van het gebruik van een dergelijk digitaal vrachtuitwisselingssysteem zijn voor rekening van degene die zich daarvan heeft bediend. Dit geldt temeer nu Schavemaker zonder enige controle op of verificatie van de aan hem verstrekte gegevens van degene met wie hij via Teleroute contact kreeg – de daders – aan dezen zodanige gegevens heeft verstrekt dat hij hen in de gelegenheid stelde de lading te verduisteren. Ook had het enkele schriftelijke bericht dat Schavemaker van de daders ontving bij nauwkeurige lezing bij hem vraagtekens moeten doen rijzen. Ook hier is Schavemaker, nu er opzet in het spel is, onbeperkt aansprakelijk en moet hij niet alleen de materiële schade van € 54.000 vergoeden, maar ook de douanerechten en/of accijnzen, die door het hof worden aangemerkt als gevolgschade, ter hoogte van € 27.000. Normaal gesproken hoeft de vervoerder die accijnsschade niet te vergoeden.

2.4 Rechtbank Rotterdam(5)

CMR-vervoer van gezouten vis (uit IJsland) van Rotterdam naar Sevilla. Samskip sluit de vervoerovereenkomst met de contractuele vervoerder Villasan die het vervoer uitbesteedt aan de Poolse vennootschap Miratrans via de online vrachtbeurs TimoCom. Het is weer hetzelfde liedje. De lading wordt door Miratrans gestolen en Samskip vordert € 56.000 van Villasan. Villasan voert aan dat er niets is dat Villasan had kunnen doen om de diefstal te voorkomen; zij doet dus een beroep op vervoerdersovermacht. Het gebruik van TimoCom is algemeen geaccepteerd in de markt en Villasan heeft zich er met de ter controle opgevraagde documenten van vergewist met een bonafide partij van doen te hebben.

De rechtbank maakt met dit verweer van Villasan korte metten. Daargelaten of Villasan heeft aangetoond dat zij alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder te vergen maatregelen heeft genomen om het verlies te voorkomen, is de rechtbank van oordeel dat het handelen (stelen/verduisteren van de zending gezouten vis) van Miratrans op grond van art. 3 CMR voor rekening komt van Villasan nu zij Miratrans, althans een partij die zich uitgaf voor Miratrans, heeft ingeschakeld voor het vervoer; Miratrans, althans die partij, heeft door de zending in ontvangst te nemen gehandeld in de uitoefening van haar werkzaamheden. Het staat vast dat Miratrans, althans een partij die zich uitgaf voor Miratrans, de lading (opzettelijk) heeft gestolen/verduisterd. Deze opzet wordt aan Villasan toegerekend zodat zij ingevolge art. 29 lid 1 juncto art. 3 CMR geen beroep kan doen op overmacht. Villasan is aansprakelijk voor de schade van € 56.000. Doorbreking van de CMR-limiet speelt hier niet nu de gezouten vis veel goedkoper is dan 8,33 SDR p/kg. uitbesteedde aan feitelijk vervoerder Kingma. Ook DTC en Kingma startten in Haarlem verklaring-van-recht procedures. Het vonnis dat de rechtbank wees in de gevoegde zaken was conform verwachting; de vervoerders werden aansprakelijk gehouden tot de CMR-limiet, die grofweg € 50.000 bedroeg. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dat vonnis.

Eerste vervoerder Nippon was niet zo’n procedure gestart, en werd in Duitsland aangesproken door Canon tot vergoeding van de gehele schade van ruim € 700.000. Nadat de rechtbank Krefeld een ‘hinweisen’ had gegeven dat het meende dat Nippon voor die schade in overwegende mate aansprakelijk was, troffen Canon en Nippon een schikking ter waarde van € 500.000. Daarop liet Nippon Interzuid weten dat zij haar in Duitsland in rechte zou betrekken om regres te nemen voor het door haar aan Canon vergoedde bedrag, ondanks het in Nederland reeds gewezen vonnis tussen hen.

3. Enkele kritische opmerkingen

Bij alle vier de uitspraken wordt de vervoerder die via een vrachtbeurs een – naar later blijkt – dief heeft ingeschakeld, door de rechter onbeperkt aansprakelijk gehouden. Maar volgens mij doen de Rechtbank Roermond (sub 2.1) en de Rechtbank Rotterdam (sub 2.4) het juridisch gezien helemaal goed. Die rechters oordelen kort en krachtig dat als een contractuele vervoerder een ondervervoerder inschakelt die later een dief blijkt te zijn, deze contractuele vervoerder jegens de oorspronkelijke afzender onbeperkt aansprakelijk is voor de opzettelijke handelingen van deze ondervervoerder die een dief blijkt te zijn (art. 3 juncto art. 29 lid 1 CMR). Het beroep op vervoerdersovermacht dat deze contractuele vervoerder doet jegens de afzender/ladingbelanghebbende, namelijk dat hij zo goed mogelijk heeft gecontroleerd dat hij niet een dief zou inschakelen, is in deze situatie volstrekt niet relevant. De Rechtbank Den Haag en het Hof ’s Hertogenbosch hadden aan dat beroep op vervoerdersovermacht geen woorden moeten vuilmaken.

Immers, deze contractuele vervoerder is ook onbeperkt aansprakelijk als zijn chauffeur na 25 jaar trouwe dienst besluit een lading sigaretten te stelen om zo zijn pensioen wat aan te vullen. Geen enkele vervoerder zal zich dan op overmacht beroepen onder het motto: “Ik heb die chauffeur altijd goed gescreend en mogen vertrouwen; wat dat betreft heb ik alle redelijkerwijs van mij te vergen maatregelen genomen om de diefstal te voorkomen.” Die vlieger gaat evenmin op wanneer deze vervoerder via een internetvrachtuitwisselingssysteem een dief inschakelt. Zodra een vervoerder iemand inschakelt om het vervoer uit te voeren, is hij voor diens opzettelijk handelen onbeperkt aansprakelijk. Het doet er niet toe op welke wijze hij die chauffeur (via een arbeidsovereenkomst) of die ondervervoerder (via een vrachtbeurs) inschakelt. Zodra deze vervoerder – zie de letterlijke tekst van art. 3 CMR – ‘zich bedient voor de bewerkstelliging van het vervoer van ondergeschikten of alle andere personen’ is hij aansprakelijk voor de daden en nalatigheden van die personen.

En dat wordt voor die vervoerder een onbeperkte aansprakelijkheid als die daden van deze ondergeschikten of andere personen (ondervervoerders) als opzet of ‘bewuste roekeloosheid’ kunnen worden gekwalificeerd (art. 29 lid 1 CMR). Bij diefstal of verduistering komt een beroep op vervoerdersovermacht pas aan de orde als de vervoerder niet zelf de dief voor de uitvoering van het vervoer heeft ingeschakeld, maar wanneer de dief ‘van buiten’ komt.

Samengevat: als de vervoerder zelf de dief (of het nu zijn chauffeur of een ondervervoerder is) inschakelt, zal deze vervoerder jegens zijn afzender voor de diefstal van de lading altijd onbeperkt aansprakelijk zijn. Dat is met zoveel woorden vastgelegd in art. 3 juncto art. 29 CMR.

4. Regres op de vrachtbeurs?

Als de vervoerder jegens zijn afzender onbeperkt voor de ladingschade aansprakelijk is, kan deze vervoerder dan regres nemen op de internetvrachtbeurs die hem ‘geholpen’ heeft met het ‘vinden’ van de dief? Immers, deze vervoerder sluit met de vrachtbeurs een overeenkomst tot levering en gebruik van de door de vrachtbeurs aangeboden diensten. Op die overeenkomst zullen de door de vrachtbeurs opgestelde algemene voorwaarden van toepassing zijn. Omdat Teleroute en TimoCom de twee vrachtbeurzen zijn die in de hiervoor besproken rechtspraak genoemd worden, beperk ik mij tot de algemene voorwaarden van die twee vrachtbeurzen.

Ten eerste zijn de teksten van die voorwaarden moeilijk te vinden op de websites van Teleroute en TimoCom; op de homepage van die websites is er niet direct een verwijzing naar die Algemene Voorwaarden. Misschien is er wel een toepasselijkverklaring van die Algemene Voorwaarden als je daadwerkelijk een overeenkomst sluit met één van deze vrachtbeurzen, maar zover wilde ik niet gaan. Via Google, ‘Algemene voorwaarden Teleroute’ respectievelijk ‘Algemene voorwaarden TimoCom’ heb ik de teksten van de voorwaarden kunnen vinden.

Voor Teleroute kom je dan uit op hun Engelse site ‘privacyteleroute.com/legal/GTC_Default_1.0_NL.pdf’ en voor TimoCom kwam ik terecht op hun Duitse website ‘agb.timocom.com/AGB/Nederlands’ waarbij ‘AGB’ staat voor Allgemeine Geschäftsbedingungen… De Teleroute-voorwaarden zijn uit het Frans vertaald in lastig te lezen Nederlands. Art. 9 ‘Toewijzing van risico’ (?; MHC) bepaalt enerzijds dat Teleroute uitsluitend aansprakelijk zal zijn voor directe schade die rechtstreeks voortvloeit uit een fout van Teleroute en anderzijds – iets verderop in datzelfde art. 9 – dat Teleroute onder geen enkele omstandigheid aansprakelijk zal zijn voor tekortkomingen die door derden veroorzaakt zijn; er wordt dan o.a. verwezen naar transportproblemen. Alles wijst erop dat als je via Teleroute, ook al maak je gebruik van het hoogste verificatieniveau (niveau 3) toch een dief inschakelt, Teleroute voor de gevolgen daarvan niet aansprakelijk is. En als je hierover wil procederen moet je in principe naar Brussel en is Belgisch recht van toepassing (art. 13.6 ‘Geschillen’).

Eenzelfde soort uitsluiting van aansprakelijkheid vinden we in de TimoCom-voorwaarden (art. 6 lid 1). TimoCom garandeert uitsluitend dat de software voor gebruik binnen de overeengekomen (?; MHC) geschikt is. In art. 6 lid 3 staat dat TimoCom niet aansprakelijk is voor schade die verschillende gebruikers elkaar onderling toebrengen. En aan het eind van deze Algemene Voorwaarden staat onder de kop ‘Uitsluiting van aansprakelijkheid’ vetgedrukt dat TimoCom zijn aansprakelijkheid uitsluit met betrekking tot alle denkbare schadevorderingen, ‘die uit het gebruik of het bezit van de gegevens voortvloeit’. Met andere woorden, als je de TimoCom-gegevens gebruikt om een dief te vinden is TimoCom voor de gevolgen daarvan niet aansprakelijk. Overigens wordt onder de kop ‘Geldend recht’ de wetgeving van Nederland van toepassing verklaard en verklaren partijen zich ermee akkoord alle geschillen te onderwerpen aan de jurisdictie van Nederland (bij welke rechtbank u moet wezen, moet u zelf maar uitzoeken…).

Op de websites van de vrachtbeurzen wordt er veel aandacht gegeven aan betrouwbaarheid en veiligheid. Allerlei controleprogramma’s worden aangeboden. Maar als het een keertje onverhoopt misgaat, zijn de vrachtbeurzen die in feite slechts optreden als bemiddelaar en licentiegever van software, voor de diefstal door de via de vrachtbeurs gevonden dief niet aansprakelijk. Wat dat betreft beloven die websites slechts schijnveiligheid. Het risico van het gebruik van dergelijke vrachtbeurzen ligt geheel bij de vervoerder die via een vrachtbeurs een ondervervoerder wil inschakelen.

Dit alles wil niet zeggen dat je als contractuele vervoerder geen gebruik zou moeten maken van deze vrachtbeurzen. Kennelijk gaat het per dag honderdduizenden keren goed en slechts een enkele keer per jaar komt het tot een rechtszaak waarbij de dief via een vrachtbeurs is ingeschakeld. Maar een vervoerder die op die manier een dief heeft ingeschakeld is tegenover zijn afzender/ladingbelanghebbende onbeperkt aansprakelijk. Het is de vraag of die vervoerder voldoende verzekerd is voor die onbeperkte aansprakelijkheid.

Voetnoten

1 Rechtbank Roermond 30 november 2011, S&S 2013, 101.

2 Zie over art. 3 en ook art. 29 CMR: M.H. Claringbould, ‘Diefstal door eigen personeel’, W&W maart 2009, nr. 58, p. 3-5.

3 Rechtbank Den Haag 27 maart 2013, ECLI:NL:DBDHA:2013:BZ7897, S&S 2014, 6.

4 Hof ’s-Hertogenbosch 15 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1068, S&S 2014, 116.

5 Rechtbank Rotterdam 24 september 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8768.