arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Vraag uit de praktijk Onzichtbare schade

Vraag uit de praktijk over "onzichtbare" schade

Vraag:

Onze klant heeft ons opdracht gegeven om op 9 mei jl. goederen te leveren in Italië.

De goederen zijn in uiterlijk goede staat afgeleverd op het afleveradres. Echter bij het uitpakken van de zending blijkt er toch sprake te zijn van schade welke bij het in ontvangst nemen  van de zending niet uiterlijk waarneembaar was. De ontvanger heeft dit nog op de dag van levering per mail  gemeld aan zijn leverancier. De leverancier stuurt deze melding en aansprakelijkheid op 27 mei aan ons door.

Volgens mij heeft de ontvanger, overeenkomstig CMR artikel 30 lid 2, dit tijdig gemeld en zijn wij als vervoerder aansprakelijk voor deze schade. Hoe zit dat precies?

  

Antwoord:

Goed erin

Op het moment van inontvangstneming controleert de vervoerder, of de goederen in goede staat zijn. Dat is een controle op uiterlijk waarneembare schade: is de verpakking in orde, ontbreekt er geen doos? De vervoerder mag ervan uitgaan, dat de goederen door de afzender heelhuids zijn aangeleverd.

Goed eruit?

Bij aflevering zal de ontvanger direct controleren op waarneembare schade. Klopt het aantal stuks? Is de verpakking niet opengescheurd? Zichtbare schade moet meteen aan de vervoerder worden gemeld.

Voor de melding van onzichtbare schade krijgt de geadresseerde een paar dagen de tijd. De vervoerder hoeft dus niet te wachten tot de geadresseerde de verpakking heeft opengemaakt.

Termijn voor schademelding

In geval van onzichtbare schade dient de schademelding schriftelijk aan de vervoerder gericht te worden binnen 7 werkdagen. In bovengemeld geval is formeel gezien de melding aan de vervoerder dus buiten deze termijn gedaan. Daarmee is er nog steeds sprake van een geldige aansprakelijkheidsstelling voor schade naar de vervoerder toe, alleen is leveren van bewijs moeizamer.

Bewijs leveren

De geadresseerde zal overtuigend moeten stellen dat de schade tijdens het vervoer is veroorzaakt. De vervoerder kan dit bewijs natuurlijk weerleggen. Als de geadresseerde zich aan de termijn om te melden houdt, staat hij sterker in dat bewijs. Als de geadresseerde buiten de termijn een claim telt, zullen zijn bewijsmogelijkheden beperkter zijn. Overigens zal in veel gevallen van onzichtbare schade de ontvanger niet de vervoerder aanspreken, maar de leverancier uit hoofde van de koopovereenkomst.