arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Afvaltransport
Afval EVOA, Route

Volg bij afvaltransport de juiste route

Transporteurs moeten bij grensoverschrijdend verkeer van afvalstoffen de juiste route volgen. Het klinkt voor de hand liggend, maar dat is het niet helemaal. Waarom zou het er in het kader van de Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA)(1) toe doen welke route wordt gevolgd? Het gaat toch vooral om dat afvalstoffen op de plaats van bestemming komen en op milieu hygiënisch verantwoorde wijze worden verwerkt?

1. Route vermelden in kennisgevingsdocument

In artikel 1 van de EVOA wordt aan de route al direct betekenis toegekend. In de in dit artikel opgenomen beschrijving van het toepassingsgebied van deze verordening zijn de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort behandeling dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan.

Bij een algemene kennisgeving(2), waarbij voor verscheidene transporten voorafgaande toestemming van de overheid wordt gevraagd, is niet alleen van belang dat sprake is van afvalstoffen die in essentie soortgelijke fysische en chemische eigenschappen hebben en naar dezelfde ontvanger en inrichting worden getransporteerd, maar op grond van artikel 13 lid 1 sub c van de EVOA is ook een voorwaarde dat de in het kennisgevingsdocument4748 genoemde route van de overbrenging dezelfde is.

Vak 15 van bijlage I C
In bijlage I C van de EVOA wordt ten aanzien van het in te vullen vakje 15 van het kennisgevingsdocument aangegeven dat op regel a) van vak 15 de naam van de landen van verzending, doorvoer en bestemming vermeld moet worden of dat de landcodes van ISO­norm 3166 moeten worden gebruikt. Indien van toepassing, moet op regel b) het codenummer van de betrokken bevoegde autoriteit van ieder land worden vermeld en op regel c) de naam van de grensovergang of haven, en, indien van toepassing, het codenummer van het douanekantoor als plaats van binnenkomst in of van uitgang uit een bepaald land. Op regel c) wordt de informatie over plaats van binnenkomst en uitgang aangegeven ten aanzien van eventuele doorvoerlanden.

Alternatieve routes
Indien bij een bepaalde overbrenging meer dan drie landen van doorvoer betrokken zijn, is het standaard kennis gevingsformulier niet toereikend en in dat geval kan de relevante informatie in een bijlage worden bijgevoegd. De voorgenomen route tussen plaats van uitgang en plaats van binnenkomst, met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden, kan eveneens in een bijlage opgenomen worden.

Doorgangsplaatsen en geplande route
Welke specifieke informatie over de route moet worden verstrekt bij een kennisgeving is geregeld in bijlage II van de EVOA. In deze bijlage is vastgelegd dat op het kennisgevingsformulier of een bijlage daarbij informatie moet worden verstrekt over de geplande doorgangsplaatsen (plaats van binnenkomst en van vertrek in elk betrokken land, met inbegrip van de douanekantoren van binnenkomst in en/of uitgang uit en/of uitvoer uit de Gemeenschap(4) en geplande route (route tussen plaatsen van binnenkomst en van vertrek), met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden. Deze informatie moet ook worden genoemd op het vervoersdocument bij het transport zelf of een bijlage daarbij.

Op grond van bijlage II van de EVOA kan het bevoegd gezag bovendien informatie vragen over de lengte(n) van het traject tussen de kennisgever en de inrichting, evenals van eventuele alternatieve routes, ook in geval van onvoorziene omstandigheden en, in het geval van intermodale overbrenging, de plaats waar de overlading geschiedt.

2. Onvoorziene omstandigheden

Als eenmaal toestemming van overheidswege is gegeven op basis van zo'n algemene kennisgeving, is het nog wel mogelijk de route aan te passen bij onvoorziene omstandigheden. Artikel 13 lid 2 van de EVOA bepaalt dat indien wegens onvoorziene omstandigheden niet dezelfde route kan worden gevolgd, de kennisgever de betrokken bevoegde autoriteiten daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte brengt, zo mogelijk nog vóór de aanvang van de overbrenging, indien op dat moment al bekend is dat een routewijziging noodzakelijk is.

Als het gaat om een routewijziging die vóór de aanvang van de overbrenging bekend is en die tot gevolg heeft dat andere autoriteiten bevoegd zijn dan die welke in de algemene kennisgeving zijn genoemd, mag de algemene kennisgeving niet gebruikt worden en dient een nieuwe kennisgeving te worden ingediend. Dit is bepaald in het derde lid van artikel 13 van de EVOA.

Route aanpassen
Artikel 17 van de EVOA biedt eveneens een mogelijkheid om de route aan te passen, maar ook dan moet de overheid op de hoogte worden gesteld. In artikel 17 lid 1 van de EVOA staat dat bij wezenlijke wijzigingen in de bijzonderheden en/of voorwaarden betreffende een transport waarvoor al toestemming is verleend, de kennisgever de betrokken bevoegde autoriteiten en de ontvanger daarvan onverwijld, en indien mogelijk voordat de overbrenging aanvangt, op de hoogte stelt. Wezenlijke wijzigingen betreffen bijvoorbeeld de geplande hoeveelheid, de route, de trajecten, de datum van verzending of de vervoerder.

Nieuwe kennisgeving?
Op grond van artikel 17 lid 2 van de EVOA beoordelen de autoriteiten die over de wijziging van bijvoorbeeld de route zijn geïnformeerd of de wijziging een nieuwe kennisgeving vereist. Alleen als alle autoriteiten het erover eens zijn dat een nieuwe kennisgeving niet noodzakelijk is, kan verder getransporteerd worden onder de algemene kennisgeving. Anders moet de toestemming voor de grensoverschrijdende overbrenging opnieuw worden aangevraagd.

Hoe dan ook moet een nieuwe kennisgeving worden aangevraagd als de wijziging van de route tot gevolg heeft dat ook andere bevoegde autoriteiten betrokken raken. Dat is dus het geval als de gewijzigde route tevens door een ander land gaat dan de route van de oorspronkelijke kennisgeving.

3. Europese Hof: SC Total Waste Recycling (Hongarije)

Dat het nauw luistert bij de naleving van de opgegeven informatie in een kennisgeving bij het daadwerkelijke transport, leert de strikte interpretatie van het Europese Hof van Justitie in zijn uitspraak van 26 november 2015(5). In deze Hongaarse zaak tussen SC Total Waste Recycling en de Hongaarse inspectie heeft de Europese rechters prejudiciële vragen hierover van de rechtbank in Budapest beantwoord.

De Hongaarse inspectie had een inspectie uitgevoerd en geconstateerd dat er toestemming was verstrekt voor een route waarbij een specifieke grensovergang bij de gemeente Ártánd was genoemd. De vrachtauto met afvalstoffen van Total Waste Recycling Hongarije werd echter aangetroffen bij het dorp Nagylak en dat ligt zo'n 180 kilometer noordelijker. Het bedrijf verklaarde dat sprake was een communicatiestoornis met de chauffeur, die hierdoor een grensovergang dichter bij zijn eigen huis had uitgekozen.

Verkeerde route = illegale overbrenging
De inspectie beschouwde dit voorval als een illegale overbrenging omdat in artikel 2 onder 35 d van de EVOA staat dat sprake is van een illegale overbrenging wanneer die overbrenging feitelijk niet met de kennisgeving overeenstemt. Dit leverde een hoge boete op van maar liefst EUR 28.000, die door het bedrijf werd aangevochten. De Hongaarse rechtbank schakelde voor de uitleg van de Europeesrechtelijke verordening het Europese Hof van Justitie in.

Het Hof van Justitie bleek erg streng in de leer. Volgens het Hof is de verandering van grensovergang, die niet gemeld was aan de autoriteiten, inderdaad te beschouwen als een illegale overbrenging. Want er is sprake van een overbrenging die, zoals artikel 2 onder 35 d al aangeeft, feitelijk niet met de kennisgeving of de vervoersdocumenten overeenstemt. Veranderingen op dit punt moeten volgens artikel 17 lid 1 van de EVOA vooraf worden gemeld bij de bevoegde autoriteiten en dat was hier niet gebeurd.

Over de hoogte van de boete liet het Hof zich niet uit. Artikel 50 van de EVOA laat het namelijk aan de nationale rechter over om te bepalen of een boete in verhouding staat met de risico's voor milieu en volksgezondheid die aan de overtreding zijn verbonden. Niet valt in te zien dat het milieu werkelijk nadeel ondervindt van het feit dat de argeloze chauffeur voor een andere route had gekozen. Dat betekent voor de afvaltransporteur in deze kwestie hopelijk dat de boete niet te hoog uitvalt.

4. Goede documentatie belangrijk

Deze zaak laat zien hoe nauwlettend bedrijven te werk moeten gaan bij grensoverschrijdend verkeer van afvalstoffen, niet alleen bij het feitelijk transport, maar ook bij de juridische voorbereiding ervan in een kennisgevingsprocedure. Voor zover het om de route gaat, biedt de EVOA de mogelijkheid om meer geplande routes in de kennisgeving op te nemen, waardoor voor de daadwerkelijke transporten wat meer flexibiliteit wordt gecreëerd. En uiteraard worden daarmee handhavingsrisico's worden verkleind.

Voetnoten

1 Verordening 1013/2006/EG

2 Artikel 13 Verordening 1013/2006/EG

3 Bijlage I A Verordening 1013/2006/EG

4 In- en uitvoer houdt in de Verordening 1013/2006/EG in dat afvalstoffen de Europese Unie inkomen of uitgaan, in- en uitvoer binnen de Europese Unie wordt grensoverschrijdende overbrenging genoemd.

5 HvJ EU 26 november 2015, zaak C-487/14