arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Hoe zit het met de VIHB-registratieplicht?
Afval VIHB

Hoe zit het met de VIHB-registratieplicht?

Aan het omgaan met afvalstoffen worden strikte eisen gesteld. Binnen Nederland moeten inzamelaars, handelaars, bemiddelaars en vervoerders zich laten registreren op de zogenaamde VIHB-lijst. Een van de voorwaarden is de Verklaring Omtrent het Gedrag. Wat zijn de consequenties als je niet aan de registratieplicht voldoet?

1. Inleiding

In de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen is vastgelegd dat iedere lidstaat een registratie bijhoudt van bedrijven die afvalstoffen inzamelen of vervoeren of hierin handelen of bemiddelen. Het staat iedere lidstaat vrij om hier specifieke eisen aan te stellen. Bedrijven die zich op Nederlands grondgebied bezighouden met het vervoeren, inzamelen, handelen en/of bemiddelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen moeten staan vermeld op de landelijke VIHB-lijst. Ook buitenlandse bedrijven, die deze activiteiten op Nederlands grondgebied verrichten moeten op de VIHB lijst staan. (Wet Milieubeheer art. 10.45 en 10.55). VIHB staat voor Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars van afvalstoffen. Aanmelden voor een VIHB-nummer geschiedt bij het NIWO. Deze organisatie beheert een landelijke lijst met alle rechtspersonen die afvalstoffen mogen vervoeren, inzamelen, hierin mogen handelen en/of bemiddelen. De artikelen 10.45 t/m 10.55 van de Wet milieubeheer (WM) regelen de inzameling en het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Artikel 10.55 WM bepaalt dat het verboden is om (voor anderen) deze afvalstoffen te vervoeren (adressant vervoerder), daarmee te handelen (adressant handelaar) of ten aanzien daarvan te bemiddelen (adressant bemiddelaar), zonder registratie op de VIHB- lijst. Het Besluit inzamelen afvalstoffen regelt de procedure om op de VIHB-lijst te komen voor het beroepsmatig inzamelen, net als de vergunningaanvraag en verlening voor de inzameling van afgewerkte olie, klein gevaarlijk afval en scheeps(reinigings)afvalstoffen.

De Regeling inzamelaars, vervoerders, handelaars en bemiddelaars afvalstoffen beschrijft de criteria waaronder vermelding op de lijst kan plaatsvinden. Dit staat los van het hebben van een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer voor een verwerkende inrichting. Na de registratie krijgt de betreffende rechtspersoon een nummer (VIHB-nummer) en wordt de rechtspersoon op de VIHB-lijst geplaatst. Om voor registratie in aanmerking te komen ( het VIHB nummer aanvragen) moet de ondernemer kunnen aantonen dat hij: betrouwbaar en vakbekwaam is. De eis vakbekwaamheid betekent dat u in het bezit bent van het Vakdiploma Afvalstoffen. Voor vervoerders en inzamelaars is de verplichting van het behalen van een vakdiploma Afvalstoffen sinds februari 2012 vervallen.

Uitzondering op het hebben van het Vakdiploma Afvalstoffen zijn onder andere:

  • De ondernemer stond voor 30 april 2004 al ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als vervoerder, inzamelaar, handelaar of bemiddelaar van afvalstoffen.
  • De ondernemer is in het bezit van een Eurovergunning of communautaire vergunning. (wegvervoer)

Naast het vaststellen van betrouwbaarheid was oorspronkelijk ook een kredietwaardigheidseis opgenomen in de wet, maar die is bij de vereenvoudiging per februari 2012 komen te vervallen. Betrouwbaarheid wordt nog wel getoetst door middel van een Verklaring Omtrent het Verdrag (de VOG), maar de toetsing is beperkt tot de eerste aanvraag van het VIHB- nummer. De geldigheid voor de VIHB-registratie is op dit moment nog 5 jaar, maar er zijn afspraken gemaakt tussen het bedrijfsleven en het ministerie van IenM om dit om te zetten in een onbeperkte geldigheid. Is dat wettelijk geregeld, dan hoeft de VIHB-registratie ook niet meer elke vijf jaar opnieuw aangevraagd te worden.

Het VIHB-nummer moet op de begeleidingsbrief worden vermeld. Voor meldingsplichtige bedrijven geldt dat het VIHB-nummer niet hoeft te worden vermeld op het eerste ontvangstmeldingsformulier Een rechtspersoon die bijvoorbeeld inzamelt en bemiddelt, krijgt voor de activiteiten één VIHB-nummer. Op de website van het NIWO is te controleren, of een bedrijf VIHB-geregistreerd staat.

2. Wijziging in VIHG-regeling: Verklaring Omtrent het Gedrag

Met ingang van 20 februari 2012 is de VIHB regeling gewijzigd. De voornaamste eisen zijn thans dat een VOG aanwezig moet zijn voor een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (Verklaring Omtrent het Gedrag) en de eis dat een vakdiploma afvalstoffen moet zijn behaald geldt alleen nog voor de handelaar en/of bemiddelaar. VIHB-registratie wordt op dit moment verleend voor 5 jaar, maar dit zal op niet al te lange termijn worden omgezet naar onbepaalde tijd. De NIWO zal in dat geval wel elke vijf jaar controleren of nog aan de eisen wordt voldaan. Problemen omtrent de VOG, zijn soms voorwerp van geschil, zoals blijkt uit de jurisprudentie. Indien geen VOG wordt afgegeven betekent dit dat de betreffende persoon niet op de VIHB-lijst kan worden opgenomen. Een en ander heeft logischerwijs ingrijpende gevolgen voor een onderneming. Uit de rechtspraak blijkt dat dit belang van de ondernemer vaak prevaleert.

Voor het afgeven van een VOG zijn beleidsregels opgesteld. Aan de hand van een objectief en een subjectief criterium wordt een beslissing genomen. De beoordeling vindt in beginsel plaats op grond van de justitiële gegevens die in de justitiële documentatie in de vier jaren voorafgaand aan de aanvraag voorkomen. Indien in de voor de aanvraag relevante terugkijktermijn justitiële gegevens zijn aangetroffen, worden alle voor de aanvraag relevante gegevens uit de justitiële documentatie in de twintig jaren voorafgaand aan de aanvraag beoordeeld. Het objectieve criterium betreft de vraag of de justitiële gegevens die ten aanzien van de aanvrager zijn aangetroffen indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie of het beoogde doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Het subjectieve criterium ziet op de omstandigheden van het geval die ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving ten aanzien van de aanvrager niet zou moeten leiden tot een afwijzing. Relevante omstandigheden van het geval zijn onder meer de wijze waarop de strafzaak is afgedaan, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten.

3. Wat is ‘bemiddeling’?

Artikel 10.55 WM bepaalt dat het verboden is om (voor anderen) deze afvalstoffen te vervoeren (adressant vervoerder), daarmee te handelen (adressant handelaar) of ten aanzien daarvan te bemiddelen (adressant bemiddelaar), zonder registratie op de VIHB- lijst. Maar wat moeten we verstaan onder bemiddelen?

Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over het begrip ‘bemiddelen’.(1)

In deze zaak had de staatsecretaris aan TWI onder oplegging van een dwangsom gelast om zijn werkzaamheden tussen ontdoeners van afval en afvalverwerkers te beëindigen, omdat er sprake was volgens de staatsecretaris van overtreding van artikel 10.55 van de Wet milieubeheer. Aan die last heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat TWI zonder daartoe te zijn geregistreerd bemiddelingswerkzaamheden voor andere bedrijven verricht. TWI betoogde dat haar werkzaamheden niet zijn aan te merken als bemiddeling, maar als advisering, zodat zij artikel 10.55, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer niet heeft overtreden. TWI voerde hiertoe aan dat het contact met zowel de ontdoeners van afval (hierna: de klanten) en de afvalverwerkers vrijblijvend is, dat er niet altijd een akkoord over de verwerkingsprijs tot stand komt en dat TWI nimmer eigenaar of bezitter wordt van afvalstoffen.

De staatssecretaris heeft voor de uitleg van het begrip ‘bemiddelen’ als bedoeld in artikel 10.55, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer aansluiting gezocht bij de omschrijving van dit begrip in de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling, omdat dit begrip in de Wet milieubeheer niet wordt omschreven. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer (Kamerstukken II 1998/1999, 26 638, nr. 3, p. 53 en 54) is vermeld dat van bemiddelen sprake is, indien een persoon of rechtspersoon zonder in het bezit te zijn van afvalstoffen beroepsmatig voor anderen regelingen treft voor de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen. Volgens de toelichting komt aan dit begrip een ruime betekenis toe. Verder is in de toelichting vermeld dat de relatie tussen de bemiddelaar en degene die zich van afvalstoffen ontdoet of degene die afvalstoffen ontvangt verschillende vormen kan aannemen. De bemiddelaar kan bemiddelen voor derden bij het tot stand komen van overeenkomsten voor en op naam en rekening van die derde. Terwijl de bemiddelaar veelal noch het feitelijke bezit noch de eigendom heeft van de afvalstoffen ten aanzien waarvan bemiddeld wordt.

Volgens de staatssecretaris moeten de activiteiten van TWI worden aangemerkt als bemiddelen in voormelde zin. De staatssecretaris heeft aan zijn standpunt ten grondslag gelegd dat TWI aan klanten vrijblijvend aanbiedingen doet over de afvoer van hun afvalstoffen. Vervolgens legt TWI contact met potentiële afvalverwerkers en stuurt hun monsters van afvalstoffen. Het analyseren van de afvalmonsters vindt plaats op kosten van de klant. TWI maakt met deze potentiële afvalverwerkers vervolgens afspraken over de verwerkingsprijzen en de condities waaronder de verwerking plaatsvindt.

Daarna geeft TWI advies aan haar klant. Volgens de staatssecretaris zouden zonder tussenkomst van TWI de klant en de verwerker van afvalstoffen geen, dan wel later of onder andere voorwaarden een overeenkomst voor de verwerking van afvalstoffen hebben gesloten. Dat klanten van TWI niet altijd ingaan op haar aanbod en dat ook niet altijd een overeenkomst tot stand komt tussen klanten en verwerkers, acht de staatssecretaris niet van doorslaggevend belang. Volgens de staatssecretaris komt er een regeling tot stand zodra een klant ingaat op haar aanbod tot het leggen van contact met potentiële afvalverwerkers en is hiermee reeds sprake van bemiddeling.

Uitspraak van de Raad van State:
De Raad van State gaat mee in de argumentatie van de staatsecretaris. Reeds het contact leggen met afvalverwerkers, het maken van prijsafspraken en het adviseren van de klant kan als bemiddeling worden aangemerkt. Dat TWI zichzelf adviseur noemt en geen bemiddelaar wil zijn, leidt evenmin tot een ander oordeel, nu de feitelijke werkzaamheden bepalend zijn. Voorts doet aan het voorgaande niet af dat TWI, zoals zij stelt, nooit bezitter of eigenaar wordt van de afvalstoffen ten aanzien waarvan bemiddeld wordt. Voor het bemiddelen is eigendom noch bezit van de afvalstoffen noodzakelijk.

TWI voert verder aan dat, zo begrijpt de Afdeling, indien haar activiteiten toch worden aangemerkt als bemiddelen, zij niet bemiddelt ten aanzien van afvalstoffen, maar dat zij slechts adressen van potentiële verwerkers deelt met de klant. Deze stelling kan niet slagen, aldus de Raad van State, omdat TWI zelf heeft gesteld en ook ter zitting naar voren heeft gebracht dat zij monsters van afvalstoffen stuurt naar potentiële verwerkers om haar klanten te kunnen adviseren over de prijzen van hun afval.

4 Afgeven aan een ander

Naast de registratie op de VIHB-lijst, gelden regels en verplichtingen voor het afgeven van een afvalstof aan een ander. De adressant is dan degene die de afvalstoffen afgeeft aan een ander. Artikel 10.37 WM regelt limitatief aan welke personen afgifte mag plaatsvinden. Deze personen moeten altijd een vergunning of ontheffing hebben, danwel ingeschreven staan in het VIHB-register. Daarnaast is er de mogelijkheid om afvalstoffen af te geven aan degene die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen (EVOA, EG 1013/2006), die afvalstoffen naar dat land brengt.  Bij afgifte aan een rechtspersoon, die bevoegd is die afvalstoffen overeenkomstig de EVOA naar een ander land te brengen, dient de afgever enkele gegevens te registreren (artikel 10.38 WM). Als de afgifte geschiedt door tussenkomst van een ander, die opdracht heeft de afvalstoffen te vervoeren naar degene voor wie deze zijn bestemd, dan moet de afgever ook de naam en adres van deze ondervervoerder en de naam en het adres van degene in wiens opdracht het vervoer geschiedt noteren.

Met andere woorden de afgever mag de afvalstoffen geven aan een vervoerder die de afvalstoffen komt ophalen in het kader van de EVOA. De afgever behoeft niet te controleren(!) of deze vervoerder wel op de VIHB-lijst staat. Immers, hij mag de afvalstoffen afgeven aan degene die de afvalstoffen komt halen in het kader van de EVOA. Dat deze vervoerder wel op de VIHB-lijst moet staan is een eis die elders in de wet is geregeld, maar die niet door deze afgever gecontroleerd behoeft te worden. Uiteraard kan de overheid de vervoerder hierop zelf aanspreken.

5. Ontbreken VIHB-registratie genoeg voor onrechtmatige daad?

De VIHB-registratie duikt ook op in het strafrecht en in het civiele recht. Indien immers sprake is van (illegale) handelingen met afvalstoffen, komt ook vaak de plicht tot een VIHBregistratie om de hoek kijken. Ik wijs bijvoorbeeld op een rechtszaak omtrent gestolen delen van een reuzenrad van een kermis(2). Onverlaten stalen de metalen delen van het reuzenrad en verkochten deze aan een opkoper die de metalen doorverkocht aan een schrootverwerker. Het ijzer belandde in de hoogovens. De benadeelde sprak de opkoper aan op verdenking van schuldheling en onrechtmatige daad. Dit werd onderbouwd –onder meer- door te stellen dat de opkoper destijds geen VIHB-nummer had en dus niet bevoegd was geweest om met afvalstoffen te handelen. De eis van de benadeelde werd afgewezen omdat niet bewezen werd dat de opkoper wist van de diefstal en het ijzer gewoonlijk mocht innemen. Dat sprake was van het handelen met afvalstoffen vermeldt het vonnis helaas niet, in dat geval zou inderdaad een VIHB-registratie aanwezig geweest moeten zijn.

6. Conclusie

In dit artikel hebben we de Nederlandse vereisten voor registratie voor het omgaan met afvalstoffen op een rij gezet. Ook voor bemiddeling is deze registratie vereist. Recent heeft het Hof in een uitspraak aangegeven, dat het begrip ‘bemiddeling’ ruim moet worden uitgelegd. Sinds februari 2012 is de registratie regeling uitgebreid met een VOG-verklaring en het hebben van een vakdiploma Afvalstoffen. Hoewel VIHB-registratie er complex uit ziet, valt het in de praktijk wel mee. Met een vergunning beroepsvervoer voldoe je al aan de meeste eisen. Wel dient een vakdiploma Afvalstoffen te worden behaald.

De vervoerders die de grens oversteken hebben het lastiger. Om te voldoen aan de registratie- verplichting in de Kaderrichtlijn Afvalstoffen kan en mag iedere lidstaat zijn eigen registratiesysteem optuigen. Brussel stelt hieraan geen eisen, zolang er maar geregistreerd wordt. De Nederlandse VIHB is zeer minimaal qua eisen in vergelijking met bijvoorbeeld Italië, Duitsland en Wallonië. Vlaanderen kent een op de VIHB-lijst gelijkende registratie, Frankrijk en een aantal andere landen accepteren een buitenlandse registratie en een aantal landen heeft überhaupt nog niet voldaan aan de Brusselse eis. Voor de overige schakels, zoals handelaren en bemiddelaars is de VIHB niet complex. Er dient echter wel een vakdiploma te worden gehaald. De VOG aanvragen lijkt mij ook niet al te moeilijk, mits je hem verdient uiteraard.

Voetnoten

1 Zie hoofdstuk 6 van het nieuwe handboek van de Stichting vervoeradres: Verzekeringen in transport en logistiek.