arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Arbeidsrecht chauffeurs Frankrijk

Detacheren van vrachtwagenchauffeurs naar Frankrijk

Indien werknemers, in het kader van een internationale dienstverleningsovereenkomst (prestation de services internationale) waaronder met name ook de bouw in de ruime zin van het woord, het installeren en onderhouden van machines en dergelijke, naar Frankrijk worden gedetacheerd, dient er voorafgaand aan het werk opgaaf te worden gedaan bij de Franse arbeidsinspectie via de website van de SIPSI. Bovendien dient de werkgever een vertegenwoordiger aan te wijzen die in Frankrijk aanwezig is als contactpersoon voor de arbeidsinspectie.[1]
  1. SIPSI

Dit geldt ook voor transportactiviteiten.

De werkgevers moeten SIPSI-verklaringen indienen en vertegenwoordigers aanwijzen voor alle chauffeurs die:

  • tijdelijk bij een klant of andere groepsmaatschappij in Frankrijk te werk worden gesteld;
  • goederen in Frankrijk gaan leveren en/of ophalen;
  • door Frankrijk heenrijden zonder daar te laden en/of te lossen bijvoorbeeld op doorreis van Nederland of België naar Spanje of Italië.

Eind 2017 werden de regels hierover aangescherpt en vanaf 1 januari 2018 is de aangifte via de SIPSI website verplicht. Op deze SIPSI-website, die in verschillende Europese talen ook uitleg geeft, staan speciale formulieren die voor rijdend (en ook varend) personeel dienen te worden gebruikt (de zogenoemde  attestation de détachement d’un travailleur roulant). Een dergelijke verklaring is maximaal 6 maanden geldig. Op het formulier dient ingevuld te worden:

  • de zetel, het postadres en e-mailadres van de werkgever (en, indien van toepassing, van het bedrijf waar de werknemer wordt gedetacheerd);
  • naam, voornamen, geboortedatum van degene, die bij de werkgever verantwoordelijk is voor de detachering. De instantie, waaraan de werkgever sociale lasten afdraagt;
  • naam, voornamen, plaats en geboortedatum van de gedetacheerde werknemer, diens woonplaats, nationaliteit, datum van ondertekening van zijn arbeidscontract en het daarop van toepassing zijnde recht, zijn jobtitel en zijn A1-formulier;
  • het bruto uurloon (zie paragraaf 4 Minimum loon), de manier waarop de verblijfskosten worden vergoed;
  • naam, voornaam, bedrijfsnaam van de vertegenwoordiger op het Franse grondgebied met telefoonnummer, postadres en mailadres;
  • inschrijving in het transportregister.

Met betrekking tot het aanwijzen van de vertegenwoordiger: ook dit dient te geschieden via een speciaal formulier dat door beide partijen dient te worden ondertekend.

2. Dossier

De vertegenwoordiger in Frankrijk dient voor elke werknemer ook een dossier bij te houden dat onmiddellijk aan de arbeidsinspectie kan worden overlegd. In dit dossier dienen de bovengenoemde SIPSI-verklaring, de benoeming van de vertegenwoordiger en een kopie van de arbeidsovereenkomst, alsmede de dagelijkse urenstaten en bewijs van medische keuring te worden opgenomen. Deze stukken moeten vergezeld gaan van een vertaling in het Frans. Indien het een werknemer betreft van buiten de Europese Unie zijn verdere formaliteiten vereist.

Dossiers voor gedetacheerde werknemers dienen in beginsel op de plaats waar het werk wordt verricht te worden bewaard zodat de arbeidsinspectie in geval van controle onmiddellijk toegang heeft tot deze dossiers.
In geval van vrachtwagenchauffeurs dienen in de auto zelf altijd een kopie van de SIPSI-verklaring, van de benoeming van de vertegenwoordiger en van het A1-formulier van de werknemer aanwezig te zijn. Het volledige dossier ligt bij de vertegenwoordiger.

3. Sancties

In geval niet wordt voldaan aan bovengenoemde formaliteiten kan de arbeidsinspectie boetes opleggen van maximaal € 4.000,- per overtreding per werknemer (bij het niet doen van een SIPSI-verklaring en dus bij het niet aanwijzen van een vertegenwoordiger zijn dat dus al 2 overtredingen per werknemer). In geval er binnen 2 jaar weer een overtreding wordt begaan, zijn de boetes zelfs maximaal € 8.000,- per overtreding per werknemer.

Er is sprake van een ketenaansprakelijkheid, op grond waarvan niet alleen de werkgever van de betreffende chauffeurs maar ook de opdrachtgever aansprakelijk gesteld kan worden voor het niet nakomen van deze regels. Indien het transport door het vervoersbedrijf weer wordt uitbesteed aan een onderaannemer geldt ook daarvoor de ketenaansprakelijkheid.

4. Minimum loon

Daarnaast dienen de buitenlandse, aldus gedetacheerde chauffeurs minstens hetzelfde te verdienen als hun Franse collega’s2. Het Franse wettelijk minimumloon ligt sinds 1 januari 2019 op € 10,03 bruto per uur. Het minimumloon op grond van de CAO Transports Routiers (goederenvervoer over de weg; voor personenvervoer zijn andere CAO’s van toepassing) stelt het minimumloon per categorie vast, afhankelijk van het laadvermogen van de vrachtwagen en de anciënniteit van de werknemer. Er dient dus eerst te worden gekeken naar de inschaling van de betreffende chauffeur op grond van de Franse normen.

Bij de berekening van dit loon wordt rekening gehouden met het basisloon, vakantiegeld en bonus of premies die rechtstreeks met het werk verband houden (dus met uitsluiting van aanwezigheidsbonus en uitzonderlijke bonussen die door de werkgever eenmalig worden toegekend).
De arbeidsinspectie controleert of het uitgekeerde salaris overeenkomt met dit uurloon (hetgeen in de meeste gevallen wel het geval is bij Nederlandse en Belgische chauffeurs) maar ook of de overuren wel op basis van het speciale overurentarief worden betaald.

Overigens gelden in de transportsector andere regels voor het maken van overuren dan in veel van de andere bedrijfstakken3:

  • 43 uur per week (559 uur per kwartaal) voor grote weg transport (grands routiers). Hieronder wordt begrepen chauffeurs die tenminste 6 rustdagen per maand niet thuis kunnen doorbrengen;
  • 39 uur per week (507 uur per kwartaal) voor andere chauffeurs.

Per dag mag een werknemer niet meer dan 12 uur werken (tenzij in geval van dringende werkzaamheden voorafgaande toestemming is gevraagd bij de arbeidsinspectie).
Per week mag maximaal 56 uur gewerkt worden door de grands routiers en 52 uur door de andere chauffeurs.
Verder bestaan er specifieke regels voor de verplicht te nemen pauzes, de maximale rij-uren (9 of soms 10 uur per dag) en rij-uren per week (56 uur in 1 week en 90 uur in 2 opeenvolgende weken).

De controle op de overuren en maximum werktijden is in praktijk een heel belangrijk punt van controle, niet alleen vanwege de veiligheid van de verschillende werknemers en meer in het algemeen de veiligheid op de weg, maar ook vanwege de concurrentie met de Franse vervoersbedrijven.

Net als in Duitsland is het in Frankrijk niet mogelijk om rechtsgeldig in de arbeidsovereenkomst te voorzien dat overuren niet worden uitbetaald.

5. Het inzetten van ZZP-ers.

Voor ZZP-ers zijn de formaliteiten veel eenvoudiger: er dient alleen een inschrijvingsbewijs Kamer van Koophandel en een A1-formulier in de vrachtauto aanwezig te zijn. Er dient geen SIPSI te worden ingevuld.

Wel dient ook hier weer rekening gehouden te worden met de ketenaansprakelijkheid. Als toch blijkt dat er sprake is van een “schijn ZZP-er” zijn alle partijen medeaansprakelijk.

De definitie van ZZP-er blijkt echter in Nederland (vooralsnog) ruimer te zijn dan in Frankrijk en de Franse arbeidsinspectie is niet gebonden aan de in Nederland door partijen aan hun werkrelatie gegeven definitie, noch aan de door de Nederlandse overheid (bijvoorbeeld belastingdienst) gegeven verklaring dat het hier om echte ZZP-ers gaat en niet om “schijn ZZP-ers”.

Het inzetten van ZZP-ers, die volgens de Franse arbeidsinspectie gezien moeten worden als werknemers leidt, niet alleen tot bovengenoemde sancties, maar is bovendien een strafrechtelijke overtreding waarop hoge boetes staan (maximum € 375.000,-) en zelfs gevangenisstraf (die in praktijk vrijwel nooit voorkomt).

6. Controle door de arbeidsinspectie.

De Franse arbeidsinspectie heeft de uitdrukkelijke opdracht van het Ministerie om in 2019 25.000 controles op internationale dienstverleningsovereenkomsten uit te voeren. In 2015 waren dat er (maar) 1.500.

Een ander belangrijk praktisch punt is dat niet alle inspecteurs van de Franse arbeidsinspectie dezelfde opdracht hebben. Sommigen controleren alleen op hygiëne en veiligheid (bijvoorbeeld of de chauffeurs niet in hun cabine slapen maar in een hotel met een douche). Anderen zijn gespecialiseerd in de strijd tegen het “zwart werken”, hetgeen zowel op het inzetten van “schijn ZZP-ers” ziet, als ook op te lage lonen en teveel uren.

7. Conclusie

Het is van groot belang goed voorbereid naar Frankrijk te gaan.

Voetnoten

1 Er bestaan een aantal op dit gebied gespecialiseerde administratiekantoren, waaronder Isobel, Philip Hellings (phellings@isobel.fr) en RFN, Marnix Cornette (marnix.cornette@rfn.fr) waar ook Nederlands wordt gesproken.

2 Loi Macron van 6 augustus 2015 en uitvoeringsbesluit (décret) van 7 april 2016

De wettelijke regel is dat alle uren boven 35 uur per week overuren zijn