arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Afval Brexit

Brexit heeft effect op internationaal afvalverkeer

Hoe de Brexit precies gaat verlopen is nog onzeker, maar dat aan het eind van de dag op 29 maart 2019 het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie treedt, staat normaal gesproken wel vast. Op grond van de Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen[1], de EVOA, heeft het vertrek van het Verenigd Koninkrijk ingrijpende gevolgen voor de afvaltransporten (import / export) naar EU-lidstaten. Aan de hand van de relevante, nogal gedetailleerde wettelijke bepalingen wordt in dit artikel op hoofdlijnen uitleg gegeven over de nieuwe status van het Verenigd Koninkrijk onder de werking van de EVOA.

Hoe de Brexit precies gaat verlopen is nog onzeker, maar dat aan het eind van de dag op 29 maart 2019 het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie treedt, staat normaal gesproken wel vast. Op grond van de Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen[1], de EVOA, heeft het vertrek van het Verenigd Koninkrijk ingrijpende gevolgen voor de afvaltransporten (import / export) naar  EU-lidstaten. Aan de hand van de relevante, nogal gedetailleerde wettelijke bepalingen wordt in dit artikel op hoofdlijnen uitleg gegeven over de nieuwe status van het Verenigd Koninkrijk onder de werking van de EVOA.

  1. VK wordt ‘derde land’ na Brexit

De EVOA is niet alleen bedoeld als een regeling voor afvaltransporten tussen lidstaten van de Europese Unie. Ook voor het invoeren van afvalstoffen van buiten de EU of het uitvoeren van afvalstoffen uit de EU, is de EVOA het wettelijk regime, zo is bepaald in artikel 1 lid 2 van de EVOA. Als het Verenigd Koninkrijk, verder te noemen VK, uit de Europese Unie treedt wordt het VK voortaan beschouwd als een zogenoemd ‘derde land’. In het eerste lid van artikel 1 van de EVOA staat dat in deze verordening de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen worden vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort behandeling dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan. Kort gezegd, geldt voor overbrenging ter nuttige toepassing een veel vrijer regime in vergelijking met een beoogde verwijdering van afvalstoffen.

Als EU-lidstaten met ‘derde landen’ zaken doen op het gebied van afvalverwerking en –transport, geldt niet alleen in veel opzichten een streng gereguleerd systeem, maar bovendien zijn veel overbrengingen van afvalstoffen in principe zelfs verboden. Afhankelijk van de vraag of een land lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) én het Verdrag van Bazel[2] dan wel van verbondenheid bij het zogeheten OESO-besluit[3] kunnen de grenzen met ‘derde landen’ worden opengesteld voor afvalverkeer.

Sinds de toetreding tot de toenmalige EEG is het VK geen lid meer van de EVA. Wellicht sluiten ze zich op een zeker moment weer bij de EVA aan na de Brexit, maar ultimo maart 2019 is dat nog niet het geval. De Britten hebben zich hoe dan ook al wel verbonden aan het Verdrag van Bazel en het OESO-besluit, waardoor de EVOA al diverse mogelijkheden biedt voor het overbrengen van afvalstoffen van het ene naar het andere land.

 

  1. Afvalverkeer EU-VK gewaarborgd na Brexit

In de hiervoor benoemde regimes voor afvalverkeer met het VK na 29 maart 2019, blijft grensoverschrijdend verkeer van afvalstoffen tussen het VK en de Europese Unie mogelijk. Bij in- of uitvoer van zogenoemde groene-lijstafvalstoffen ter nuttige toepassing verandert er in principe niet veel. Als het gaat om afvalstoffen waarvoor een kennisgevingsprocedure is voorgeschreven, worden die procedures omslachtiger dan in de relatie tussen EU-lidstaten het geval is.

Als de uittreding van het VK op basis van een scheidingsakkoord plaatsvindt, zou op basis hiervan een overgangstermijn tot eind 2020 gaan gelden, waarbij het VK gedurende deze overgangstermijn nog wordt gezien als ware het een lidstaat.[4] Bij een dergelijke overgangstermijn worden acute problemen op korte termijn vermeden. Over de situatie bij het uitblijven van een scheidingsakkoord – waarop de kans nog altijd groot is – heeft de Europese Commissie vele mededelingen gepubliceerd, waaronder een mededeling betreffende de overbrenging van afvalstoffen en de juridische gevolgen als het VK een ‘derde land’ wordt.[5]

Belangrijkste zorg ten tijde van de uittreding van het VK uit de Europese Unie is dat in de EVOA voor de dan geldende status van het VK als derde land geen overgangsregeling is opgenomen. Daardoor zouden de voor langere tijd aangevraagde toestemmingen van de een op de andere dag ongeldig zijn. Het grensoverschrijdende afvalverkeer zou daardoor geheel vastlopen zonder een snelle oplossing, omdat voor de nieuwe situatie voor alle marktpartijen tegelijk toestemming op basis van nieuwe kennisgevingen vereist is. Om een dergelijke blokkade te vermijden, heeft de Britse overheid op de lopende kennisgevingen een amendement aangenomen, waarbij in plaats van naar de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen wordt verwezen naar een nieuwe Britse wet. De Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport heeft als bevoegd gezag deze oplossing inmiddels geaccepteerd, zodat de bestaande besluiten op kennisgevingen van kracht kunnen blijven.[6] Hierdoor worden de lopende kennisgevingstermijnen bij een (‘harde’) Brexit niet afgebroken na 29 maart 2019.  Als het bedrijfsleven vervolgens tijdig nieuwe kennisgevingen indient, moet de overgang geen onoverkomelijk probleem zijn.

  1. EVOA-regels VK na Brexit

Er zijn twee mogelijkheden na de Brexit:  als het VK weer lid wordt van de EVA dient de EVOA- procedure voor uitvoer naar EVA-landen gevolgd te worden, in het andere geval dient de EVOA- procedure voor landen waarop het OESO-besluit van toepassing is gevolgd te worden.

3.1 Uitvoer naar EVA-landen

Op de nieuwe positie van het VK zijn de hoofdstukken onder Titel IV en V van de EVOA van toepassing, die gaan over uitvoer uit de Europese Unie naar derde landen en invoer vanuit derde landen naar de Europese Unie. Artikel 34 bevat in lid 1 een uitvoerverbod van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit de Gemeenschap. In artikel 34 lid 2 en 3 is hierop een uitzondering gecreëerd voor uitvoer naar EVA-landen, die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, tenzij dergelijke landen zelf een verbod hebben ingesteld of de bevoegde autoriteit van verzending redenen heeft om aan te nemen dat de afvalstoffen in het land van bestemming niet op ecologisch verantwoorde wijze zullen worden beheerd. Wat dat laatste inhoudt is overigens geregeld in artikel 49 van de EVOA, waarin regels staan ter bescherming van het milieu.

De procedurele gang van zaken bij de uitvoer uit de Gemeenschap naar EVA-landen van afvalstoffen, die bestemd zijn voor verwijdering, is vastgelegd in artikel 35 van de EVOA. In de kern wordt hierbij de kennisgevingsprocedure gevolgd, die ook geldt voor afvalverkeer tussen lidstaten van de Europese Unie. Er zijn wel enkele wijzigingen op deze standaardprocedure van toepassing. Zo is er een langere beslistermijn van (maximaal) 60 dagen in plaats van 30 dagen en moet de bevoegde autoriteit van verzending wachten met haar toestemming totdat de bevoegde autoriteiten van bestemming en doorvoer uitdrukkelijk van hun toestemming hebben laten blijken. Ook zijn er nog enige aanvullende bepalingen van procedureel-technische aard.

Overbrengingen uit de Gemeenschap naar EVA-landen ter verwijdering van afvalstoffen mogen op grond van artikel 35 lid 4 van de EVOA pas aanvangen, wanneer de kennisgever schriftelijke toestemming heeft ontvangen van alle betrokken autoriteiten en wanneer aan de daarbij gestelde voorwaarden is voldaan. Er moet tevens een juridisch bindend contract zijn tussen de kennisgever en de ontvanger van de afvalstoffen, zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 4 en artikel 5 van de EVOA, met daarbij een geregelde financiële borg. Ook moet het ecologisch verantwoord beheer als bedoeld in artikel 49 van de EVOA zijn gewaarborgd.[7]

3.2 Uitvoer naar landen, waarop het OESO-besluit van toepassing is

Voor uitvoer naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is regelt artikel 38 van de EVOA dat titel II van de EVOA, mutatis mutandis, van toepassing is bij nuttige toepassing van de in het eerste lid genoemde (ongevaarlijke) afvalstoffen. Bij andere dan de in lid 1 aan de hand van bijlagen bij de EVOA benoemde afvalstoffen geldt de kennisgevingsprocedure. Op de uitvoer van afvalstoffen van de bijlagen IV en IV A zijn aanvullende bepalingen van procedureel-technische aard van toepassing, vergelijkbaar met die van het eerder behandelde artikel 35 van de EVOA.

3.3 Invoer uit derde landen

Artikel 41 van de EVOA kent bij verwijdering van afvalstoffen een invoerverbod in combinatie met een uitzondering voor invoer uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel. Een van de uitzonderingen is daarbij de mogelijkheid, dat de Europese Unie een bilaterale of multilaterale overeenkomst heeft gesloten, voor zover het Europese recht dat toelaat. Als verwijdering van specifieke afvalstoffen in het land waar de afvalstoffen vrijkomen technisch niet mogelijk is op milieuhygiënische wijze, kan ook om die reden toestemming voor de overbrenging worden gevraagd aan de bevoegde autoriteit in het land van bestemming.

Artikel 42 van de EVOA kent voor invoer van afvalstoffen uit derde landen ter verwijdering in de Europese Unie enige eisen, die ook weer vergelijkbaar zijn met die van het eerder behandelde artikel 35 van de EVOA.

Artikel 43 van de EVOA maakt invoer in de Europese Unie vanuit derde landen van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen mogelijk. Deze landen moeten partij zijn bij het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit moet op die landen van toepassing zijn. Onder omstandigheden kan dergelijke invoer ook plaatsvinden op basis van een bilaterale of multilaterale overeenkomst tussen de derde landen en de Europese Unie. Als het om landen gaat waarop het OESO-besluit van toepassing is gelden ingevolge artikel 44 van de EVOA nadere eisen.

 

  1. Slotsom

De Brexit, in welke vorm dan ook, zal aan grensoverschrijdend verkeer van afvalstoffen tussen het VK en de Europese Unie niet in de weg staan. Het verkrijgen van voorafgaande toestemming van betrokken autoriteiten wordt wel omslachtiger dan vóór de Brexit. In die zin is het VK voor de Europese Unie nog steeds dichtbij, maar toch ook wat verder weg.

 

Voetnoten

[1] Verordening (EG) nr. 1013/2006, PbEU 2006, L 1909/1

[2] Volledige naam:  Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering. Dit is een wereldwijde overeenkomst om het internationale vervoer en de verwijdering van gevaarlijk afval te beheersen.             

[3] Besluit C(2001) 107 def. Van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92) 39 def. betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing.

[4] Zie publicatieblad C 661 van 19 februari 2019

[5] Europese Commissie, kennisgeving aan belanghebbenden van 8 november 2018 over ‘Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en de afvalstoffenwetgeving van de EU’

[6] “ILT accepteert Brits amendement op lopende kennisgevingen RDF”, AfvalOnline, 4 januari 2019

[7] In bijlage VIII van de EVOA zijn richtsnoeren inzake ecologisch beheer opgenomen.