arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search
Thema

Vragen over laden en lossen - afleveren - wachttijd

  1. Moment van aflevering
  2. Bewijs van aflevering
  3. Wie moet laden en lossen?
  4. Rol van chauffeur
  5. Wachttijd
  6. Afleveren en Incoterms

 

1. Moment van aflevering

De vervoerder is aansprakelijk voor schade aan de goederen tot het moment van afleveren. Dit is niet altijd het moment van lossen. De Nederlandse rechter stelt, dat het feitelijke moment van afleveren gelijk is aan het moment, dat de zaken feitelijk ter beschikking staan van geadresseerde. Dat kan het moment zijn, waarop de vrachtbrief overhandigd wordt aan de geadresseerde, indien de geadresseerde de wagen zelf moet uitladen. Het kan ook het moment zijn, dat de vervoerder de lading lost, bijvoorbeeld door de slang van de tank op de vrachtauto te koppelen aan de landtank van geadresseerde.

Als de vervoerder de trailer ’s avonds op het terrein van de geadresseerde achterlaat, dan betekent dit niet automatisch dat de goederen afgeleverd zijn. Er is alleen sprake van aflevering van de (trailer met) goederen als hierover een afspraak is gemaakt met de afzender of de geadresseerde. Is die afspraak er niet dan vindt aflevering pas plaats wanneer een werknemer van de geadresseerde de volgende ochtend begint met de trailer te lossen.

Aflevering kan ook plaatsvinden wanneer de vervoerder en de rechthebbende afspreken dat de vervoerde goederen na aankomst onder de vervoerder blijven berusten krachtens een andere overeenkomst dan de vervoerovereenkomst (bijvoorbeeld opslag in het warehouse). Aflevering vindt dan plaats wanneer de nieuwe overeenkomst aanvangt.

Om discussie achteraf te voorkomen adviseren wij om het moment van afleveren vast te leggen in de vervoerovereenkomst!

 

2. Bewijs van aflevering

Bewijs van aflevering is het eenvoudigste te maken door de ontvanger te laten tekenen op de vrachtbrief. Ondertekening van de pakbon is meestal geen voldoende bewijs. Ondertekening op een schermpje van een mobiele telefoon of draagbaar scherm van de boordcomputer is een betwistbaar bewijs, tenzij het een TransFollow-vrachtbrief is.

 

3. Wie moet laden en lossen?

Partijen bij de vervoerovereenkomst, afzender en vervoerder dus, spreken af, op welke wijze de goederen in de vrachtwagen worden geladen respectievelijk op de plaats van bestemming worden gelost. Is laden en lossen voor rekening en verantwoording van de afzender of van de vervoerder?

Wordt er zuiver onder CMR gereden, dan geldt: in het CMR-verdrag is hieromtrent niets vastgelegd: partijen moeten dat onderling afspreken en bijvoorbeeld op de vrachtbrief vermelden.

Wordt er onder AVC of AVC in aanvulling op het CMR gereden, dan is in de AVC in art.4 lid 1 sub e bepaald dat de afzender de goederen moet laden en (doen) lossen, tenzij partijen andere afspraken hebben gemaakt dan wel "uit de aard van het voorgenomen vervoer, in aanmerking genomen de te vervoeren zaken en het ter beschikking gestelde voertuig, anders voortvloeit." Bijvoorbeeld een vervoerder van pakketten zal zijn chauffeur zelf laten lossen, wanneer hij van adres naar adres rijdt. En bijvoorbeeld een vrachtwagen met kooiaap (een kleine heftruck), of een kiepauto met zand of een trailer voor containervervoer zullen door de chauffeur bediend worden om te lossen.

Bij twijfel dient de vervoerder (of de chauffeur) bij de afzender om instructies te vragen.

 

4. Rol van chauffeur

Over het algemeen is het niet de chauffeur, die moet laden of lossen, maar draagt de afzender of geadresseerde zorg voor laden respectievelijk lossen. Zie verder hierboven bij 3. Wie moet laden en lossen.

 

 

5. Wachttijd

Alleen als in de vervoerovereenkomst afspraken zijn gemaakt over vergoeding van wachttijd, kan de vervoerder deze tijd in rekening brengen.

Indien het een internationaal transport onder CMR betreft, dan heeft de vervoerder geen duidelijke basis om wachtgeld te claimen. In de CMR komt wachttijd niet ter sprake.

Als de AVC aanvullend op de CMR van toepassing is verklaard, dan bepaalt art. 4 lid 1 (b) van de AVC dat de afzender (= opdrachtgever) verplicht is de lading op de overeengekomen plaats en tijd ter beschikking van de vervoerder te stellen. De afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden, die door het niet nakomen van deze verplichting ontstaat. De vervoerder kan de vervoerovereenkomst zonder ingebrekestelling opzeggen door een brief te schrijven aan de afzender. De overeenkomst eindigt dan op het moment van ontvangst van deze brief. Na opzegging is de afzender 75% van de vracht aan de vervoerder verschuldigd. Verdere schadevergoeding is de afzender niet verschuldigd.

Zou de AVC niet van toepassing zijn, en betreft het binnenlands vervoer, dan kent ook het Burgerlijk Wetboek enkele bepalingen (art. 8:1110 - 1113 BW) waarin de afzender verplicht wordt om de afgesproken lading op de juiste tijd en plaats aan te bieden. Deze bepalingen zijn regelend recht, dat wil zeggen dat partijen onderling afwijkende afspraken mogen maken. Hebben partijen bij de vervoerovereenkomst niets geregeld, dan gelden genoemde bepalingen onverkort. Art. 8:1110 BW bepaalt, dat de afzender aan de vervoerder de schade dient te vergoeden die deze lijdt doordat de lading niet op tijd ter beschikking gesteld is. Art. 8:1112 preciseert deze schade tot betaling van de vracht (dus zonder AVC is dat 100% van de vracht). Daarnaast is er nog een kans is op verdere schadevergoeding.

In de AVC is dus gekozen voor duidelijkheid over het schadebedrag dat de afzender aan de vervoerder verschuldigd is. Deze is beperkt tot 75% van de vracht zonder verdere schadevergoeding.

 

6. Afleveren en Incoterms

In de koopovereenkomst van de goederen staat een leveringsvoorwaarde, bijvoorbeeld Ex Works of FOB of CIF. Vervolgens sluit de koper of de verkoper (al naar gelang welke partij volgens de leveringsvoorwaarde het vervoer moet uitvoeren) een vervoerovereenkomst om de verkochte goederen naar de plaats van bestemming te vervoeren. 

Afzender in de vervoerovereenkomst kan dus óf de verkoper óf de koper zijn. De vervoerder is geen partij bij de koopovereenkomst. Ongeacht welke leveringsvoorwaarde in de koopovereenkomst is afgesproken, heeft dit voor de vervoerder geen gevolgen. Aflevering onder de vervoerovereenkomst houdt dus geen verband met de leveringsconditie onder de koopovereenkomst.