arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search
Thema

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

? Wat is de aansprakelijkheidslimiet onder AVC 2002?

De vervoerder is maximaal aansprakelijk voor €3,40 per kilogram (art.13 AVC), tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid (art.14 AVC).

? Voor welke schade is de vervoerder aansprakelijk?

Kortgezegd is de vervoerder aansprakelijk voor schade aan of verlies van de vervoerde zaken alsmede voor vertragingsschade (art. 10 jo art. 9 AVC). Voor andere schade, zoals gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade, is de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet aansprakelijk (art. 13 AVC), tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

? Wat is de aansprakelijkheidslimiet onder de CMR?

De vervoerder is maximaal aansprakelijk voor SDR 8,33 per ontbrekende kilogram brutogewicht (art. 23 CMR). Het maximum geldt niet indien de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid.

? Wat is de maximale schadevergoeding bij vertragingsschade?

Bij vervoer onder AVC is de maximale schadevergoeding beperkt tot eenmaal de vrachtprijs, tenzij schriftelijk een aflevertermijn is overeengekomen, dan is de maximale schadevergoeding beperkt tot tweemaal de vrachtprijs.

 

? Wat is de termijn, waarbinnen je schade kunt claimen?

De ontvanger is verplicht uiterlijk op het ogenblik van aflevering van de goederen aan hem, voorbehouden ter kennis van de vervoerder te brengen, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging wordt aangegeven. (Let op: de mededeling op de vrachtbrief ‘onder algemeen voorbehoud’ of iets dergelijks heeft geen rechtseffect). Als het verlies of de beschadiging niet zichtbaar is op het moment van de aflevering, dan moet de ontvanger in ieder geval binnen zeven dagen na aflevering van de goederen de voorbehouden ter kennis van de vervoerder brengen. Als de ontvanger dat niet doet, wordt hij geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. In dat geval is de vervoerder dus in principe niet aansprakelijk. Tegenbewijs is echter wel mogelijk. De ontvanger dient dan te bewijzen dat het verlies of de schade is ontstaan tijdens het vervoer. Dat zal niet altijd makkelijk zijn.

Indien de vordering betrekking heeft op een uitgevoerd transport geldt een verjaringstermijn van 1 jaar. Deze termijn wordt gestuit iedere keer dat de crediteur zich (schriftelijk) op zijn vordering beroept. Dat kan in de vorm van een betalingsherinnering, aanmaning, een schrijven waarin de vordering gestand wordt gedaan of anderszins. Vanaf de stuiting gaat telkens een nieuwe termijn van 1 jaar lopen. Laat de crediteur (tussendoor) 1 jaar of langer niets horen, dan is de vordering verjaard.

? Welke onderwerpen worden in de AVC geregeld?

Met betrekking tot de vervoersovereenkomst worden o.a. geregeld:

  • de omvang van verplichtingen van verlader en vervoerder;
  • de beperking van aansprakelijkheden
  • omvang van de schadevergoeding
  • verjaringstermijn
  • informatie verplichtingen
? Welke onderwerpen worden in de CMR geregeld?

Met betrekking tot de vervoersovereenkomst worden o.a. geregeld:

  • de omvang van verplichtingen van verlader en vervoerder en opvolgende vervoerders;
  • de beperking van aansprakelijkheden
  • omvang van de schadevergoeding
  • verjaringstermijn
  • informatie verplichtingen

Omdat een aantal onderwerpen niet, of globaal geregeld wordt in de CMR, hebben sommige verladers/vervoerders de AVC bij internationaal transport van toepassing verklaard in aanvulling op de CMR. Zo kunnen bijvoorbeeld de bepalingen van de AVC inzake de verplichting tot laden en lossen toegepast worden bij internationaal vervoer.

? Welke vrachtbrieven worden door Stichting Vervoeradres uitgegeven?
  1. de AVC-vrachtbrief. Deze vrachtbrief wordt gebruikt voor vervoer binnen Nederland. Door middel van deze vrachtbrief worden de Algemene Vervoercondities van toepassing verklaard op het vervoer (zie ook onder AVC 2002.)
  2. de gecombineerde CMR/AVC-vrachtbrief. Deze vrachtbrief wordt gebruikt voor internationaal vervoer, maar kan ook worden gebruikt bij vervoer binnen Nederland, met andere woorden, de gecombineerde CMR/AVC-vrachtbrief kan voor zowel grensoverschrijdend als binnenlands vervoer worden gebruikt (zie ook onder CMR-Verdrag).
  • Binnenlands wegvervoer: Door middel van de verwijzing op de CMR/AVC-vrachtbrief zijn de AVC 2002 op het vervoer van toepassing met uitsluiting van het CMR-Verdrag;
  • Internationaal wegvervoer: Door middel van de verwijzing op de CMR/AVC-vrachtbrief zijn de AVC 2002 mede op het vervoer van toepassing, in aanvulling op het CMR-Verdrag. Overigens is ook verkrijgbaar de CMR-vrachtbrief zonder verwijzing naar de AVC.
  •  
  • 3.diverse vrachtbrieven voor gespecialiseerd vervoer, zoals de koeriersvrachtbrief, de vrachtbrief voor het vervoer van motorvoertuigen, de vrachtbrief voor berging van gestrande motorvoertuigen e.d.
  • 4. klantspecifieke vrachtbrieven
? Hoe lang moet de vrachtbrief worden bewaard?

Het is raadzaam de vrachtbrieven te bewaren totdat de verjaringstermijnen zijn verstreken (zie hierboven). Daarnaast schrijft de fiscus een bewaartermijn van 7 jaar voor.

? Wie is geadresseerde

Dit is degene voor wie de goederen bestemd zijn.

NB: verwar de geadresseerde niet met het losadres, de plaats waar de goederen gelost moeten worden. Geadresseerde en losadres zijn niet noodzakelijk hetzelfde.

? Wat is het belang van juiste ondertekening van de vrachtbrief?

Ook hier geldt weer: de vrachtbrief is hét bewijsmiddel bij uitstek.

Door ondertekening van de vrachtbrief in het vak “handtekening vervoerder” kan worden aangetoond dat de vervoerder de goederen in ontvangst heeft genomen. Door ondertekening van de vrachtbrief in het vak “handtekening geadresseerde” kan worden aangetoond dat de vervoerder de goederen heeft afgeleverd.

? Wat zijn de voordelen van arbitrage?
  • Partijen kiezen zelf de arbiter(s).
  • Een advocaat-procureur is niet verplicht;
  • De procedure is vastgelegd in het arbitrage reglement; dit is vrij eenvoudig.
  • Het proces en de uitspraak zijn niet openbaar.
  • De totale procedure is meestal binnen het jaar afgerond.
  • De kosten liggen door deze voordelen lager.

Het tussen partijen gerezen geschil wordt voorgelegd aan arbiters die men zelf (van een lijst van de TAMARA-arbitrage) benoemt.

Partijen kunnen zelf, of door een gemachtigde, hun zaak (laten) verdedigen. Het is niet verplicht zich in de procedure te laten bijstaan door een gemachtigde.

De procedure verloopt aan de hand van een aantal eenvoudige en praktische regels, vastgelegd in het arbitragereglement. Snelheid en voortvarendheid van de procedure hebben partijen voor een groot deel zelf in de hand.

? Mag ik de vrachtbrief digitaal opmaken? (internationaal vervoer)

Ja, mits beide landen lid zijn van het eCMR-protocol. Voor meer informatie, zie https://www.sva.nl/themas/cmr-en-ecmr/ecmr

? Wat is juridisch het moment van afleveren?

De vervoerder is aansprakelijk voor schade aan de goederen tot het moment van afleveren. Dit is niet altijd het moment van lossen. De Nederlandse rechter stelt, dat het feitelijke moment van afleveren gelijk is aan het moment, dat de zaken feitelijk ter beschikking staan van geadresseerde. Dat kan het moment zijn, waarop de vrachtbrief overhandigt wordt aan de geadresseerde, indien deze partij zelf moet uitladen. Het kan ook het moment zijn, dat de vervoerder de lading lost, bijvoorbeeld door de slang van de tank op de vrachtauto te koppelen aan de landtank van geadresseerde.

Als de vervoerder de trailer ’s avonds op het terrein van de geadresseerde achterlaat, is er alleen aflevering van de (trailer met)goederen als hierover een afspraak is gemaakt met de afzender of de geadresseerde. Is die afspraak er niet dan vindt aflevering pas plaats wanneer een werknemer van de geadresseerde de volgende ochtend begint met de trailer te lossen.

Uit de jurisprudentie blijkt wel dat als de goederen in de feitelijke macht van de rechthebbende worden gebracht, er ook wilsovereenstemming van beide partijen moet zijn.

Het beste is dus om het moment van afleveren vast te leggen in de vervoerovereenkomst!

Aflevering kan ook plaatsvinden wanneer de vervoerder en de rechthebbende afspreken dat de vervoerde goederen na aankomst onder de vervoerder blijven berusten krachtens

een andere overeenkomst dan de vervoerovereenkomst (bijvoorbeeld opslag in het warehouse). Aflevering vindt dan plaats wanneer de nieuwe overeenkomst aanvangt.

? Wie moet de te vervoeren zaken in de vrachtwagen laden?

In de CMR is geen regeling opgenomen over het inladen. Partijen dienen dit zelf af te spreken.

Volgens art. 4 lid 1 AVC is de afzender verplicht om de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze en vergezeld van de vrachtbrief en andere wettelijk vereiste documenten ter beschikking van de vervoerder te stellen. Ook is de afzender verplicht om de zaken in of op het voertuig te laden, tenzij partijen anders overeenkomen of uit de aard van het vervoer anders blijkt (bijvoorbeeld: een slang aan de tank, een heftruck aan de truck).

? Aflevering en Incoterms

In de koopovereenkomst van de goederen wordt afgesproken, op welke wijze wordt geleverd, bijvoorbeeld FOB of CIF. De uitvoering van de levering gebeurt door de vervoerovereenkomst. Afzender is óf de verkoper, óf de koper. De vervoerder is geen partij bij de koopovereenkomst. Ongeacht welke leveringconditie is afgesproken in de koopovereenkomst, vloeit hier voor de vervoerder geen verplichting uit voort.

Aflevering onder de vervoerovereenkomst kan dus afwijken van de leveringsconditie onder de koopovereenkomst.

? Moet chauffeur lossen?

Over het algemeen is het niet de chauffeur, die moet laden of lossen, maar draagt de afzender of geadresseerde zorg voor laden respectievelijk lossen.

Wie er moet lossen is echter niet vastgelegd in de wet, en ook niet in de CMR. De verplichting om te lossen volgt uit het contract of uit het gebruik. Belangrijk om te weten is dat, degene, die verplicht is tot lossen ook aansprakelijk is voor eventuele schade ontstaan bij het lossen.

In de AVC 2002 is in artikel 4 lid 1 voor de afzender de verplichting opgenomen, dat deze de lading moet (laten) lossen, tenzij partijen anders overeengekomen zijn of uit het soort vervoer c.q. de lading en het soort vrachtwagen anders blijkt. Dat betekent, dat op de vrachtbrief aangegeven kan worden, op welke manier aflevering (juridisch en praktisch) dient te geschieden.

? Wachttijd chauffeur

Er bestaat geen regelgeving voor kosten, indien de chauffeur bij laden en/of lossen moet wachten. Kostenberekening voor wachttijden moeten contractueel worden overeengekomen.

? Wat staat er in de Wet wegvervoer goederen?

Deze wet regelt beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto’s. Beoogd is de regelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verminderen.

De wet betreft:

  • Regels voor de toegang tot de markt van het binnenlands en het grensoverschrijdend beroepsvervoer en voor het eigen vervoer. Het gaat hierbij om het beroepsvervoer en eigen vervoer in Nederland en het grensoverschrijdend beroepsvervoer dat door de in Nederland gevestigde vervoerders wordt verricht;
  • Eisen voor de toegang tot het beroep van beroepsvervoerder voor in Nederland gevestigde vervoerders;
  • Taken, inrichting en financiering van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO);
  • Regels voor het toezicht op de NIWO door de minister van Verkeer en Waterstaat;
  • Toezicht op de naleving van de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving van het bij of krachtens de WWG bepaalde, en
  • Intrekking van de Wet goederenvervoer over de weg.

De wet is inwerking getreden op 1 januari 2010.

? Wat is eigen vervoer en wat is beroepsvervoer?

Eigen vervoer is in de eerste plaats goederenvervoer dat voor eigen rekening wordt verricht. Dit houdt in dat goederenvervoer zonder betaling door een derde als eigen vervoer wordt aangemerkt. Het binnenlands goederenvervoer ten behoeve van een andere rechtspersoon die deel uitmaakt van hetzelfde concern wordt voor eigen rekening verricht en is daarmee eigen vervoer.

Eigen vervoer is in de tweede plaats goederenvervoer dat voor rekening van derden als werkzaamheid van ondersteunende aard, die direct samenhangt met de hoofdwerkzaamheid binnen de bedrijfsactiviteiten wordt verricht.

Een groothandel die zelf de verkochte zaken tegen afzonderlijke betaling van de vervoerkosten aan de kopers aflever, verricht eigen vervoer. Het vervoer van de verkochte zaken hangt direct samen met de hoofdwerkzaamheid binnen de bedrijfsactiviteiten. De lege ritten en het laden en lossen van goederen in verband met het eigen vervoer worden ook als eigen vervoer aangemerkt.

Beroepsvervoer is vervoer van goederen dat tegen vergoeding van een of meer derden wordt verricht en geen eigen vervoer is. Goederenvervoer dat zonder betaling door een derde geschiedt is niet als beroepsvervoer aan te merken.

? Expeditie of vervoer?

Een expediteur is niet aansprakelijk voor ladingschade, die ontstaan is tijdens het vervoer. Een vervoerder is echter wel (beperkt) aansprakelijk. In de praktijk is vaak onduidelijkheid of een partij expediteur, afzender of vervoerder is.

DEFINITIES

Een vervoerder komt contractueel het vervoer overeen met de afzender. Ook als de vervoerder het vervoer uitbesteedt, zoals een ‘papieren’ vervoerder of ‘hoofdvervoerder’. Een expediteur regelt het vervoer: hij sluit een vervoerovereenkomst met een vervoerder. Dat kan hij op eigen naam doen (de expediteur wordt dan afzender), hetzij op naam van zijn opdrachtgever. Een ‘papieren’ vervoerder en een expediteur lijken dus op elkaar, omdat beiden niet zelf vervoeren, maar het vervoer organiseren.

JURIDISCH VAN BELANG

Wanneer tijdens het transport ladingschade ontstaat, is de expediteur normaal gesproken niet aansprakelijk hiervoor en de ‘papieren’ vervoerder wel. De expediteur kan eventuele vorderingsrechten tegen de vervoerder overdragen aan zijn opdrachtgever door hem een zogenoemde ‘expediteursverklaring’ af te geven.

VAGE CONTRACTEN

Helaas is niet altijd duidelijk, welke rol partijen in het vervoer of in de expeditie spelen. Bijvoorbeeld door niet duidelijke mondelinge/schriftelijke overeenkomsten, of door (onjuiste) invulling van de vrachtbrief. In dat geval is van belang: De verklaringen en gedragingen van partijen naar elkaar toe, bijvoorbeeld de kwestie of AVC dan wel Fenex-voorwaarden van toepassing zijn.En de verwachtingen die partijen van elkaar mochten hebben, bijvoorbeeld uit eerdere transacties. Hiermee kan de expediteur aantonen, dat hij geen vervoerder is. Kort gezegd: De expediteur moet zeggen wat hij doet en doen wat hij zegt!

 

? Wat is retentierecht?

Retentierecht is wettelijk geregeld in Boek 3 en Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast heeft de AVC 2002 een regeling, die retentierecht uitbreidt naar oude vorderingen! Het retentierecht is een van de sterkste dwangmiddelen die de vervoerder tot zijn beschikking heeft om betaling van openstaande facturen af te dwingen. Een ander dwangmiddel is pandrecht.

WAT IS RETENTIERECHT?

In art.3:290 BW wordt retentierecht beschreven als de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. Degene, die het retentierecht uitoefent heet ‘retentor’. Bijvoorbeeld de vervoerder is schuldeiser van de afzender, omdat de afzender nog moet betalen. De vervoerder is verplicht om de lading af te geven aan de geadresseerde. Met het retentierecht kan de vervoerder het afgeven van de lading opschorten, totdat zijn openstaande facturen zijn betaald. Door gebruik te maken van het retentierecht kan de vervoerder de lading onder zich houden, en daardoor druk uitoefenen op de debiteur. Stel nu, dat de debiteur ook andere crediteuren heeft – niet denkbeeldig, want vaak is wanbetaling of te late betaling een signaal van een naderend faillissement! Het retentierecht kan ingeroepen worden tegen andere crediteuren, die beslag willen leggen op de lading. Ook in geval van faillissement van de debiteur mag de vervoerder zijn retentie blijven volhouden. Bovendien mag de vervoerder zich met voorrang boven de andere crediteuren op de lading verhalen. Het retentierecht mag worden ingeroepen tegen derden, die een recht op de lading hebben verkregen, nadat de vordering was ontstaan en de zaak in de macht van de vervoerder was gekomen. Bijvoorbeeld: een vervoerder houdt de lading vast, terwijl de lading aan een ander wordt verkocht. De koper kan niet aan de lading komen! Het retentierecht kan ook tegen derden met een ouder recht gelden, als de debiteur bevoegd was de overeenkomst aan te gaan en de retentor geen reden had om aan de bevoegdheid van de debiteur te twijfelen. Bijvoorbeeld: de bank heeft stil pandrecht op alle zaken van de verlader. De verlader geeft de vervoerder opdracht tot vervoer. Dit gebeurt in de normale bedrijfsvoering van de verlader. De vervoerder kan niet weten van het stille pandrecht en hoeft niet te weten, dat de bank het krediet heeft opgezegd. Dus de vervoerder gaat er te goeder trouw van uit, dat de verlader de opdracht mocht geven. Daarom kan deze vervoerder het retentierecht volhouden tegenover de pandhoudende bank. Tenslotte nog dit: het retentierecht is een dwangmiddel. De retentor heeft geen recht van parate executie. Voor verhaal op de lading moet de vervoerder nog een executoriale titel bij de rechter halen om vervolgens (formeel) executoriaal beslag (onder zichzelf) op de lading te leggen.

BOEK 8 BW EN RETENTIERECHT VOOR DE VERVOERDER

Speciaal voor de vervoerder kent boek 8 BW enkele bepalingen inzake retentierecht. Dit is regelend recht, dat betekent dat de wet geldt als contractspartijen zelf onderling niets geregeld hebben. Of omgekeerd: contractspartijen mogen afwijken van de wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld door het van toepassing verklaren van de AVC 2002. Het retentierecht in boek 8 BW is beperkter dan het algemene retentierecht. Voor de vervoerder is het retentierecht beperkt tot de goederen die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft. De vervoerder kan het retentierecht niet inroepen voor eerdere nog onbetaalde transporten. Met name jegens een geadresseerde die met eerdere transporten niet van doen heeft gehad, zou uitoefening van het retentierecht onbillijk zijn. De uitoefening van het retentierecht dient de toets van redelijkheid en billijkheid te kunnen doorstaan. Indien de vervoerder reden tot twijfel had over de bevoegdheid van de afzender om de lading aan de vervoerder ter beschikking te stellen, kan hij het retentierecht niet gebruiken.

AVC EN RETENTIERECHT

Zoals hierboven uitgelegd is het retentierecht van de vervoerder regelend recht. Dat betekent dat contractspartijen mogen afwijken van de wet. Omdat de wet een vrij beperkt recht geeft aan de vervoerder, voeren de meeste vervoerders algemene voorwaarden (AVC 2002) waarin een ruimere werking aan het retentierecht wordt gegeven. Met name kan het retentierecht dan ook worden ingeroepen voor oude vorderingen. Samengevat: Retentierecht volgens AVC 2002: • Geldt ook voor oude vorderingen. • Geldt niet tegen derden met een ouder recht (bijvoorbeeld: de koper van de goederen). • Geldt wel tegen derden, als de opdrachtgever nog eigenaar was op het moment dat de vervoerder het retentierecht inroept. • Geldt ook tegen geadresseerde voor de huidige én voor oude vorderingen, mits vorderingen voortkwamen uit vervoersopdrachten naar dezelfde geadresseerde. Wettelijk retentierecht: • Geldt niet voor oude vorderingen. • Geldt ook tegen derden met een ouder recht (bijvoorbeeld: de koper van de goederen). • Als er contractueel retentierecht is, dan is wettelijk retentierecht niet geldig. Nog even een klein woord over pandrecht. Vaak worden retentierecht en pandrecht met elkaar verward. Retentierecht ontstaat automatisch door goederen in beheer te

krijgen: de vervoerder neemt de goederen voor vervoer in ontvangst en kan automatisch op deze goederen retentierecht uitoefenen.

PANDRECHT

Pandrecht moet van te voren afgesproken worden. Enkel de eigenaar van de goederen kan pandrecht aan de vervoerder geven. Kortom, er zijn strenge voorwaarden om tot een geldig pandrecht te komen, terwijl retentierecht vrijwel vanzelf ontstaat. Pandrecht is dan ook sterker dan retentierecht jegens derden. In de algemene voorwaarden voor opslag resp. distributievervoer zijn eveneens retentierechten opgenomen, die de bewaarnemer retentierecht geven jegens bewaargever voor oude en toekomstige vorderingen. Ook kan de bewaarnemer retentierecht inroepen tegen ieder, die afgifte verlangt, tenzij hij reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de bewaargever of de goederen te laten opslaan.

? Moet de afzender wachttijd betalen aan de vervoerder?

WACHTTIJD BIJ AFZENDER

DE VRAAG:

Een transportbedrijf krijgt de opdracht om lading op te halen. De goederen blijken echter niet op de afgesproken plaats en tijd klaar te liggen. Mag de vervoerder aan de opdrachtgever kosten in rekening brengen en zo ja, hoeveel?

HET ANTWOORD:

Indien het een internationaal transport onder CMR betreft, dan heeft de vervoerder geen duidelijke basis voor zijn claim. In de CMR komt dit onderwerp niet ter sprake. In veel gevallen worden de AVC aanvullend op de CMR van toepassing verklaard, omdat de AVC onderwerpen regelt, die regelmatig in de praktijk aan de orde komen. Volgens art. 4 lid 1 (b) van de AVC is de afzender (= opdrachtgever) verplicht de lading op de overeengekomen plaats en tijd ter beschikking van de vervoerder te stellen. De afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden, die door het niet nakomen van deze verplichting ontstaat. De vervoerder kan de vervoerovereenkomst zonder ingebrekestelling opzeggen door een brief te schrijven aan de afzender. De overeenkomst eindigt dan op het moment van ontvangst van deze brief. Na opzegging is de afzender 75% van de vracht aan de vervoerder verschuldigd. Verdere schadevergoeding is de afzender niet verschuldigd.

Zou de AVC niet van toepassing zijn, en betreft het binnenlands vervoer, dan kent ook het Burgerlijk Wetboek enkele bepalingen (art. 8:1110 - 1113 BW) waarin de afzender verplicht wordt om de afgesproken lading op de juiste tijd en plaats aan te bieden. Deze bepalingen zijn regelend recht, dat wil zeggen dat partijen onderling afwijkende afspraken mogen maken. Hebben partijen bij de vervoerovereenkomst niets geregeld, dan gelden genoemde bepalingen onverkort. Art. 8:1110 BW bepaalt, dat de afzender aan de vervoerder de schade dient te vergoeden die deze lijdt doordat de lading niet op tijd ter beschikking gesteld is. Art. 8:1112 preciseert deze schade tot betaling van de vracht (inderdaad 100%). Daarnaast is er nog een kans is op verdere schadevergoeding.

In de AVC is dus gekozen voor duidelijkheid over het schadebedrag dat de afzender aan de vervoerder verschuldigd is. Deze is beperkt tot 75% van de vracht zonder verdere schadevergoeding.

 

? Wat is de maximale schadevergoeding bij vertragingsschade?

Bij vervoer onder CMR kan de schadevergoeding niet meer bedragen dan de vrachtprijs.

? Wat is de termijn, waarbinnen je schade kunt claimen?

De ontvanger is verplicht uiterlijk op het ogenblik van aflevering van de goederen aan hem, voorbehouden ter kennis van de vervoerder te brengen, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging wordt aangegeven. (Let op: de mededeling op de vrachtbrief ‘onder algemeen voorbehoud’ of iets dergelijks heeft geen rechtseffect). Als het verlies of de beschadiging niet zichtbaar is op het moment van de aflevering, dan moet de ontvanger in ieder geval binnen zeven dagen na aflevering van de goederen de voorbehouden ter kennis van de vervoerder brengen. Als de ontvanger dat niet doet, wordt hij geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. In dat geval is de vervoerder dus in principe niet aansprakelijk. Tegenbewijs is echter wel mogelijk. De ontvanger dient dan te bewijzen dat het verlies of de schade is ontstaan tijdens het vervoer. Dat zal niet altijd makkelijk zijn.

Indien de vordering betrekking heeft op een uitgevoerd transport geldt een verjaringstermijn van 1 jaar. Deze termijn wordt gestuit iedere keer dat de crediteur zich (schriftelijk) op zijn vordering beroept. Dat kan in de vorm van een betalingsherinnering, aanmaning, een schrijven waarin de vordering gestand wordt gedaan of anderszins. Vanaf de stuiting gaat telkens een nieuwe termijn van 1 jaar lopen. Laat de crediteur (tussendoor) 1 jaar of langer niets horen, dan is de vordering verjaard.

? Voor welke schade is de vervoerder aansprakelijk?

Kortgezegd is de vervoerder aansprakelijk voor schade aan of verlies van de vervoerde zaken alsmede voor vertragingsschade (art. 10 jo art. 9 AVC). Voor andere schade, zoals gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade, is de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet aansprakelijk (art. 13 AVC), tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

? Hoeveel is SDR 8,33 in Euro’s?

SDR 8,33 bedraagt rond de € 9,35. De exacte omrekenkoers wordt dagelijks vastgesteld. Deze koers kunt u vinden op www.imf.org of op http://coinmill.com/EUR_SDR.html#SDR=8.33 .

? Wat zijn de AVC 2002

De afkorting AVC staat voor Algemene Vervoers Condities. Dit zijn wederzijdse algemene voorwaarden voor transport, d.w.z. dat zowel de verlader als de vervoerder gebruiker is van deze algemene voorwaarden.

Let op: u dient de AVC van toepassing te verklaren op uw vervoersovereenkomst!

Naast de AVC geeft sVa ook specifieke algemene voorwaarden uit, bijvoorbeeld voor bedrijfsverhuizingen, of koeriersdiensten. Zie ook Welke standaard algemene

? Wat is CMR

CMR staat voor Convention relative au contrat de transport international de Marchandises par Route (= Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg).

Het CMR is een internationaal verdrag tussen Europese landen. Het CMR verdrag is dwingend recht, dat wil zeggen dat afspraken of wetgeving, die in strijd zijn met het CMR ongeldig zijn.

De CMR is automatisch van toepassing op al het internationale vervoer over de weg onder een vervoersovereenkomst.

Tevens kunt u de CMR van toepassing verklaren op uw overeenkomsten van binnenlands vervoer.

? Welke landen zijn er lid van het CMR-verdrag?

Inmiddels zijn er 46 landen toegetreden tot het CMR verdrag. Dat zijn alle Europese landen plus enkele Noord-Afrikaanse landen. Zie voor een volledig overzicht: https://www.sva.nl/themas/cmr-en-ecmr/cmr-verdrag (onderaan de pagina)

? Wat moet er verplicht in de binnenlandse vrachtbrief staan?

Op grond van de Wet Goederenvervoer over de Weg (WGW) is de vervoerder verplicht een vrachtbrief op de vrachtauto aanwezig te hebben. Welke gegevens er op een vrachtbrief moeten worden vermeld is geregeld in de Regeling Vrachtbrief 2005. Sinds deze per 1 januari 2005 van kracht is geworden is het aantal in te vullen gegevens ongeveer gehalveerd. Dit is gebeurd in het kader van de administratieve lastenverlichting. De nog wél in te vullen gegevens beperken zich hoofdzakelijk tot die, welke voortvloeien uit het Besluit goederenvervoer over de weg.

Het is in het belang van zowel de vervoerder als de verlader om alle danwel zo veel mogelijk gegevens op de vrachtbrief in te vullen. In de vrachtbrief worden de afspraken vastgelegd, die partijen in het kader van de vervoerovereenkomst hebben gemaakt. Veelal is de vrachtbrief ook het enige bewijs van het bestaan van de vervoerovereenkomst.

? Wie is afzender?

Dit is de contractuele wederpartij van de vervoerder, dus de opdrachtgever tot vervoer.

NB: verwar de afzender niet met de aflader, dit is het laadadres waar de goederen moeten worden opgehaald. Afzender en aflader zijn niet noodzakelijk dezelfde.

? Waarom moeten er bemerkingen en voorbehouden op de vrachtbrief worden aangetekend?

De vrachtbrief is hét bewijsmiddel bij uitstek.

De vervoerder wordt geacht de goederen af te leveren in dezelfde staat als waarin hij ze heeft ontvangen. Indien bijvoorbeeld de te vervoeren dozen nat zijn en hij schrijft dit bij inontvangstneming op de vrachtbrief, kan hij daarmee aantonen dat de schade niet onderweg is veroorzaakt, maar dat de dozen al beschadigd waren op het moment dat ze aan hem werden aangeboden. Voor deze schade is hij dan niet aansprakelijk.

Andersom geldt dat als de vervoerder bij inontvangstneming van de dozen géén bemerking op de vrachtbrief maakt ten aanzien van schade, hij niet zal kunnen weerleggen dat de schade tijdens het transport is ontstaan: De dozen zijn blijkbaar droog in de vrachtauto geladen (er staat immers geen opmerking op de vrachtbrief) en ze komen er nat weer uit. Conclusie: de schade is tijdens het vervoer ontstaan, de vervoerder is aansprakelijk.

Ditzelfde geldt ook voor het aantal colli. Indien de vervoerder 20 colli laadt moet er 20 colli worden gelost. Krijgt hij 15 colli aangeboden en tekent hij dit bij inontvangstneming aan op de vrachtbrief, bewijst hij daarmee dat hij 15 colli heeft vervoerd. Tekent hij niets aan op de vrachtbrief, zijn er blijkbaar 20 colli aangeboden en geladen en 15 colli gelost. Voor de manco’s is vervoerder aansprakelijk.

? Wat is arbitrage?

Als alternatief voor de gang naar de rechter is er de wettelijke mogelijkheid om een geschil te laten beslissen door een scheidsgerecht. De leden van het scheidsgerecht worden arbiters genoemd. Het op deze wijze verkregen arbitraal vonnis is voor beide partijen bindend.

Een vonnis van een scheidsgerecht kan op eenvoudige wijze voor tenuitvoerlegging vatbaar worden verklaard door middel van een verlof tot ten uitvoerlegging van de president van de rechtbank. Daarmee krijgt een arbitraal vonnis dezelfde kracht als een vonnis van de overheidsrechter.He

? Mag ik de vrachtbrief digitaal opmaken? (nationaal vervoer)

De vergunninghouder is niet verplicht een vrachtbrief in de vrachtauto, waarin de goederen worden vervoerd aanwezig te hebben, indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een electronisch systeem worden uitgewisseld. (art. 105 Wet goederenvervoer over de weg).

Ook volgens de AVC ( art.5 lid 4) kan de vrachtbrief worden opgemaakt in de vorm van electronische berichten.

? Wie moet de vrachtwagen lossen?

Afzender en vervoerder spreken af, op welke wijze de aflevering bij geadresseerde plaatsvindt. Met name is van belang, of de chauffeur danwel de geadresseerde zelf moet lossen.

In de CMR is hieromtrent niets vastgelegd: partijen moeten dat onderling afspreken.

Er zijn volgens art.4 lid 1 sub e AVC drie mogelijkheden:

  1. wie moet lossen blijkt uit de aard van het voorgenomen vervoer (bijvoorbeeld: een kiepauto met zand, een trailer voor containervervoer)
  2. afzender en vervoerder hebben duidelijke afspraken hierover gemaakt
  3. als 1. en 2. niet opgaan, dan is de afzender verplicht de vervoerde zaken te doen lossen. Als een en ander niet duidelijk is, dat dient de vervoerder (of de chauffeur) bij de afzender om instructies te vragen.
? Wat is juridisch het moment van laden?

De vervoerder is aansprakelijk voor schade aan de goederen vanaf het moment van laden. Dit is niet altijd gelijk aan het moment van inladen. De Nederlandse rechter stelt, dat van inontvangstneming van de goederen sprake is, indien de vervoerder de feitelijke macht over de goederen gaat uitoefenen met het oogmerk deze te vervoeren in het kader van de vervoerovereenkomst.Vanaf dat tijdstip immers heeft de vervoerder de goederen onder zijn hoede en kan de afzender geen invloed meer doen gelden op de behandeling daarvan.

Met andere woorden: het moment van inontvangstneming wordt bepaald doordat de goederen onder de hoede komen van de vervoerder, en dat ‘onder de hoede komen’ wordt weer volledig ingekleurd door de omstandigheden van het geval.

? Moment van aflevering

Het moment van aflevering van de goederen is juridisch van belang, omdat de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de lading op dat moment eindigt. Juridisch gezien is aflevering het feitelijk ter beschikking stellen van de goederen in de macht van de afzender. Juridisch gezien is afleveren dus niet altijd gelijk aan lossen. Meestal zal de afzender instructies hebben afgegeven aan de vervoerder, op welke wijze geleverd wordt.

? Bewijs van aflevering

Ondertekening van de vervoerovereenkomst door de geadresseerde is het bewijs van aflevering. Ondertekening van de pakbon of ondertekening op een handheld computer is geen geldig bewijs.

? Kan geadresseerde lading weigeren?

Ja, om welke reden dan ook. Hij wordt dan geen partij bij de vervoerovereenkomst. De vervoerder dient de afzender te informeren en om instructies te vragen. De afzender houdt dan het beschikkingsrecht over de lading.

? Mag geadresseerde aan de chauffeur aanwijzingen geven?

Tot aan het moment van aflevering is de afzender de enige partij, die de vervoerder instructies mag geven. Na aflevering treedt de geadresseerde toe tot de vervoerovereenkomst, en is daarmee beschikkingsbevoegd over de lading geworden.

? Wat is de Regeling wegvervoer goederen?

In de Wet wegvervoer goederen wordt de minister opgedragen een aantal punten nader uit te werken in een ministeriële regeling. Dit is gebeurd in de Regeling wegvervoer goederen, die tegelijk met de Wet Wegvervoer goederen in werking is getreden.

De regeling regelt onder andere de verplichting van het gebruik van de vrachtbrief voor het beroepsgoederenvervoer en de informatie, die op de vrachtbrief vermeld moet staan.

? Hoe lang moet je de vrachtbrief bewaren en mag je de vrachtbrief ook digitaal bewaren.

De vrachtbrief moet in ieder geval zolang bewaard blijven, totdat alle vorderingen uit de vervoerovereenkomst verjaard zijn. In geval van aansprakelijkstelling is de vrachtbrief bewijs van de afspraken tussen partijen. De verjaring van vorderingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst is voor het internationaal wegtransport vastgelegd in het CMR-verdrag. Rechtsvorderingen uit internationale overeenkomsten voor vervoer over de weg verjaren na één jaar, tenzij er sprake is van opzet (of schuld die gelijkgesteld kan worden met opzet) want dan is de verjaringstermijn drie jaar, aldus art. 32 lid 1 CMR. Omdat de regeling nogal wat details kent, adviseren wij om in geval van twijfel juridisch advies te vragen bij uw branchevereniging of vervoerrechtspecialist. Voor binnenlands wegvervoer geldt boek 8 BW. Daarnaast kunt u algemene voorwaarden van toepassing verklaren, zoals de AVC 2002 of sectorspecifieke voorwaarden (b.v. voor koeriers of bedrijfsverhuizingen). Art. 8:1711 BW (en art. 28 lid 1 uit de AVC 2002) stelt de verjaringstermijn op één jaar. In sommige gevallen kan de afzender of vervoerder de geclaimde schadevergoeding verhalen op een andere partij. Bijvoorbeeld wanneer voor de uitvoering van een vervoerovereenkomst gebruik is gemaakt van een ondervervoerder, en de hoofdvervoerder aansprakelijk is gesteld. In dat geval krijgt men nog drie maanden extra om zich te verhalen op de ondervervoerder ex art 8:1720 BW (en art. 28 lid 2 AVC 2002). Deze drie maanden termijn begint te lopen op de eerste van de volgende dagen: a. de dag waarop de schadevergoeding betaald is; b. de dag waarop een rechtzaak is begonnen tegen de afzender of vervoerder; c. de dag waarop de verjaring van de vordering is gestuit door een schriftelijke aanmaning danwel schriftelijk gemaakt voorbehoud van recht; d. de dag waarop de vordering is verjaard. Ondanks dat de verjaringstermijn van de vordering om schadevergoeding in de meeste gevallen slechts één jaar bedraagt, adviseren wij aan vervoerders een langere bewaartermijn om fiscale redenen: de fiscus vraagt de ondernemer om zijn administratieve bescheiden zeven jaar te bewaren. De vrachtbrief is namelijk bewijs van de bedrijfsactiviteiten, die ten grondslag liggen aan de factuur. Mag de papieren vrachtbrief digitaal gearchiveerd worden? Voor het digitaal archiveren wordt de vrachtbrief gescand. Dit geldt als een kopie van de vrachtbrief. Gedurende de periode dat onder de vervoerovereenkomst schadevergoeding gevorderd kan worden, dient de vrachtbrief als bewijsmateriaal. Daarvoor is het beter, dat de origineel getekende vrachtbrief beschikbaar is. Nadat de verjaringstermijn is verlopen, vervalt de noodzaak om een origineel te bewaren. Voor

de eisen, die de belastingdienst aan archivering stelt, verwijzen wij naar de fiscale wetgeving.

Weg en Wagen - A u g u s t u s 2 0 0 9 • j a a r g a n g 2 2 • n u m m e r 5 9

? Hoe maak je een "onder voorbehoud"?

Bij inontvangstneming van de goederen tekent de vervoerder de vrachtbrief en bij aflevering de geadresseerde. Sommige vervoerders respectievelijk geadresseerden tekenen standaard "onder voorbehoud". Daarmee wil de vervoerder voorkomen aansprakelijk gesteld te worden voor schade aan de goederen respectievelijk de geadresseerde wil juist de mogelijkheid houden schade te claimen.

Een algemeen gesteld voorbehoud heeft echter juridisch geen werking. Men moet exact aangeven waaruit de schade bestaat. Bijvoorbeeld: "twee dozen minder geleverd dan op de vrachtbrief vermeld", of "verpakkingsfolie is gescheurd". De schade moet uiterlijk waarneembaar zijn.

Uiterlijk niet waarneembare schade kan door de geadresseerde tot 1 week later schriftelijk bij de vervoerder worden gemeld. Meldt hij na die week, dan dient de geadresseerde het bewijs te leveren dat de schade is ontstaan tijdens het vervoer.

De reden, dat de vervoerder een voorbehoud wil maken bij inontvangstneming, is natuurlijk om te voorkomen dat de opdrachtgever (afzender) alsnog een claim indient wegens schade tijdens het vervoer. Maar zo'n claim kan niet zomaar gesteld worden: de afzender moet deze claim onderbouwen en aannemelijk maken dat de (bij inontvangstneming niet zichtbare schade) tijdens het vervoer is ontstaan.

? Hoe lang is de verjaringstermijn onder CMR

SCHORSING EN STUITING ONDER CMR

Bron: Beursbengel nr. 837, september 2014, p. 31, Prof.Mr. M.H. Claringbould, S&S 2014, 62 Hoge Raad 20 december 2013

SCHORSING EN STUITING

In het vervoerrecht zijn verjaringstermijnen de nachtmerrie voor iedere schade behandelaar of advocaat die ten behoeve van de lading optreedt.

Bij CMR is de verjaringstermijn voor ladingclaims één jaar vanaf de dag waarop de beschadigde goederen zijn afgeleverd; bij totaal verlies begint die termijn gewoonlijk te lopen vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder. Bij opzet of bewuste roekeloosheid wordt de termijn drie jaar (art.32 lid 1 CMR).

Met betrekking tot die verjaringstermijn voor ladingclaims heeft de CMR de bijzondere regeling van schorsing van de termijn. Art. 32 lid 2 CMR bepaalt immers dat de verjaringstermijn (let op: alleen voor ladingclaims!) wordt geschorst (dat wil zeggen stopt met lopen) vanaf het moment dat de ladingbelanghebbende aan de vervoerder een schriftelijke vordering stuurt, dat wil zeggen: in duidelijke bewoordingen de vervoerder schriftelijk aansprakelijk stelt voor de schade. Dat kan overigens eenvoudig per e-mail. Simpel gezegd, de verjaringstermijn rust dan even uit aan de kant van de weg…

Die termijn gaat weer lopen vanaf het moment dat de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en ook dat kan per e-mail. In feite wordt dan de verjaringstermijn van één jaar verlengd met de ‘rustperiode’. Bijvoorbeeld: de schade doet zich voor op 1 januari 2014 en op 1 februari 2014 stuurt de ladingbelanghebbende de schriftelijke vordering naar de vervoerder. De vervoerder wijst die vordering per e-mail af op 1 maart 2014. De termijn is dan geschorst voor een periode van 28 dagen (2014 is immers geen schrikkeljaar) en derhalve verjaart de vordering tot schadevergoeding in dit geval niet op 1 januari 2015 maar op 28 januari 2015. De uiterste termijn waarop de ladingbelanghebbende nog kan dagvaarden is dan 27 januari 2015.

Daarnaast kennen we in het Nederlandse recht nog de stuiting van de verjaringstermijn (art.3:317 BW). Een stuiting van de verjaringstermijn komt tot stand door het sturen van een duidelijke aansprakelijkstelling door de ladingbelanghebbende aan de vervoerder, waarin de ladingbelanghebbende vergoeding van de ladingschade vordert. Een stuiting houdt in dat de verjaringstermijn vanaf de dag van stuiting in zijn geheel weer opnieuw gaat lopen. Bijvoorbeeld: de ladingschade doet zich voor op 1 januari 2014. De ladingbelanghebbende stuurt een e-mail tot stuiting van de termijn op 1 februari 2014. Vanaf die dag begint weer de éénjaartermijn te lopen, zodat de éénjaartermijn voltooid is op 31 januari 2015 en dat is ook de uiterste dag waarop nog door de ladingbelanghebbende gedagvaard kan worden. Naar Nederlands recht kan die stuitingshandeling telkens herhaald worden. Op die manier kan de ladingbelanghebbende strikt genomen zonder dat de vervoerder daar iets tegen kan doen de termijn eindeloos verlengen door telkens stuitingsbrieven of e-mails tot stuiting te sturen.

De vraag waar de Hoge Raad zich voor zag gesteld was of de schorsingshandeling van art.32 lid 2 CMR (het sturen van een brief of e-mail waarin de vervoerder voor de ladingschade aansprakelijk wordt gehouden) gelijk kan worden gesteld met een stuiting die volgens art. 32 lid 3 CMR ook toegelaten is. Met andere woorden: kan de ladingbelanghebbende zeggen dat hij niet zozeer een schorstingsbrief heeft gestuurd (dat kan volgens de tekst van art. 32 lid 2 CMR maar één keer), maar dat hij telkens stuitingsbrieven heeft gestuurd, waarbij het niet uitmaakt of de vervoerder al dan niet de vordering schriftelijk heeft afgewezen.

De Hoge Raad zegt twee dingen. Ten eerste dat een schriftelijk vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR de daargenoemde schorsing bewerkstelligt en derhalve niet gelijk mag worden gesteld met een stuitingsbrief. En ten tweede dat, indien de schriftelijke vordering in de zin van art. 32 lid 2 CMR is geschorst en deze schorsing op voet van art.32 van datzelfde lid is opgeheven, een schriftelijke aansprakelijkstelling op de voet van art. 3:317 BW (de stuitingsbrief) er niet toe kan leiden dat de verjaring wederom wordt geschorst of alsnog wordt gestuit. Die schriftelijke aansprakelijkstelling moet in dit verband immers worden aangemerkt als een vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR, derhalve als een schorsingshandeling.

Samengevat: een duidelijke schriftelijke vordering, waarin de ladingbelanghebbende de CMR-vervoerder aansprakelijk stelt voor de ladingschade, bewerkstelligt een eenmalige schorsing van de verjaringstermijn. Die schorsing wordt beëindigd zodra de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst. De Nederlandse mogelijkheid tot stuiting van de verjaringstermijn komt bij de CMR voor ladingclaims niet aan de orde!

De enige andere manier om een langere termijn te krijgen dan de één jaartermijn is een verlenging van de verjaringstermijn overeen te komen. Let op, die verlenging moet daadwerkelijk tussen de ladingbelanghebbende en de vervoerder en dus niet tussen hun expert of verzekeraar worden overeengekomen. Als een expert of verzekeraar de termijn verlengt, moet hij dat namens de vervoerder doen en evenzeer moet de geoderenverzekeraar of de goederexpert de verlenging namens de ladingbelanghebbende aanvragen.