arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat

4. Het CMR-Verdrag

Er bestaan internationale verdragen voor alle soorten van vervoer: per vliegtuig, per trein, per schip en per vrachtwagen. Voor de laatst genoemde modaliteit geldt het CMR-Verdrag. Dit verdrag omvat bepalingen om de vrachtbrief en de aansprakelijkheid van de vervoerder in alle lidstaten op eenvormige wijze te regelen. Daarom is het CMR-Verdrag dwingend van toepassing op internationaal goederenvervoer over de weg.

Aangesloten landen

CMR is de afkorting voor Convention Relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route (Verdrag betreffende de Overeenkomst tot Internationaal Vervoer van Goederen over de Weg). Het CMR-Verdrag is een verdrag van de Verenigde Naties dat getekend is in Genève op 19 mei 1956. Het verdrag werd in Nederland geratificeerd in 1961. 

De volledige lijst van de bij de CMR aangesloten landen: 

 

Albanië


Armenië


Azerbeidzjan


België


Bosnië en Herzegovina

Bulgarije

Cyprus

Denemarken

Duitsland

Estland


Finland

Frankrijk

Georgië

Griekenland

Groot-Brittannië

Hongarije

Ierland

Iran

Italië

Jordanië

Kazachstan

Kirgizië

Kroatië

Letland

Libanon

Litouwen

Luxemburg

Macedonië

Malta

Marokko

Moldavië

Mongolië

Montenegro

Nederland

Noorwegen

Oekraïne

Oezbekistan

Oostenrijk

Polen

Portugal

Roemenië

Rusland

Servië

Slovenië

Slowakije

Spanje


Syrië

Tadzjikistan

Tsjechië

Tunesië

Turkije

Turkmenistan

Wit-Rusland

Zweden

Zwitserland

4.1 Het CMR-Verdrag in grote lijnen 

Het CMR-Verdrag heeft bepalingen over:

  • de vrachtbrief

  • de verplichtingen van afzender resp. vervoerder

  • aansprakelijkheid van afzender en vervoerder en opvolgend vervoerders

  • schadevergoeding

  • verjaring

Omdat sommige onderwerpen niet, of slechts globaal geregeld worden in de CMR, bevelen wij aan om de AVC bij internationaal transport van toepassing te verklaren in aanvulling op de CMR. Zo kunnen bijvoorbeeld de bepalingen van de AVC over de verplichting tot laden en lossen toegepast worden bij internationaal vervoer.

Toepasselijkheid

Het CMR-Verdrag is van toepassing bij grensoverschrijdend wegvervoer van goederen, waarbij het land van vertrek danwel van aankomst lid moet zijn bij het verdrag. In de praktijk is internationaal vervoer binnen Europa altijd onder het CMR-Verdrag!

Vrachtbrief

De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief die gegevens bevat over het transport en de goederen die worden vervoerd. De vrachtbrief levert een volledig bewijs van de voorwaarden waaronder de vervoerovereenkomst is gesloten en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder. Door de CMR-vrachtbrief van

Stichting vervoeradres te gebruiken, wordt voldaan aan alle eisen, die het CMR-Verdrag aan de vrachtbrief stelt.

Verplichtingen van afzender en vervoerder

De afzender is verplicht de vervoerder van voldoende informatie te voorzien, zodat hij het vervoer correct kan uitvoeren. Zo dient hij de juiste documenten te verschaffen om aan douane- en andere formaliteiten te voldoen. Ook informatie over gevaarlijke stoffen in de lading dient hij te vermelden. De vervoerder heeft de plicht om de goederen zonder schade of verlies en binnen de afgesproken of redelijke termijn
af te leveren bij de geadresseerde. De vervoerder moet bij inontvangstneming controleren, of de omschrijving van de goederen op de vrachtbrief klopt voor wat betreft het aantal colli en hun merken en nummers. Bovendien controleert de vervoerder de uiterlijk staat van de goederen en hun verpakking.

Aansprakelijkheid van afzender en vervoerder en opvolgend vervoerders


De afzender is aansprakelijk voor het juist invullen van de vrachtbrief, zodat de vervoerder over de juiste informatie beschikt. Ook is de afzender jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, die voortkomen uit de gebrekkige verpakking van de goederen

De vervoerder is aansprakelijk voor het gehele of gedeeltelijke verlies van goederen en voor beschadiging die ontstaat tussen de ontvangst en de a evering van de goederen en voor vertraging.

Opvolgend vervoerders zijn allen hoofdelijk aansprakelijk voor schade tijdens het vervoer. Als niet kan bewezen worden, op welk traject de schade of het verlies zich voordeed, dan kan elke opvolgende vervoerder voor het geheel worden aangesproken. Uiteraard kan deze opvolgend vervoerder zich verhalen op de andere vervoerders onder deze vervoerovereenkomst. Uitgangspunt is dat de vervoerder, door wiens toedoen de schade is veroorzaakt, de schade moet dragen. Bij gedeelde schuld draagt ieder bij in verhouding tot diens schuld.

Schadevergoeding

Als blijkt dat de vervoerder de schade van de opdrachtgever moet vergoeden, is de schadevergoeding beperkt tot SDR 8,33 voor elke ontbrekende kilogram brutogewicht. SDR is de rekeneenheid van het Internationaal Monetair Fonds.

De koers van de SDR wordt dagelijks door het IMF vastgesteld. De koers schommelt tussen 9 tot 10 euro. 

Verjaring

Het CMR-Verdrag bepaalt de verjaringstermijn van vorderingen onder de vervoerovereenkomst. De verjaringstermijn bedraagt in beginsel één jaar en in gevallen van opzet of bewuste roekeloosheid drie jaar. Mocht er een geschil rijzen over een schadevergoeding, dan is het gezien de korte termijnen van groot belang tijdig een procedure te starten om verjaring van een vordering te voorkomen.

4.2 De elektronische CMR-vrachtbrief

Regels voor het gebruik van de elektronische vrachtbrief voor internationaal vervoer

In 2008 is een protocol toegevoegd aan het CMR-Verdrag, dat handelt over het gebruik van de elektronische vrachtbrief. Per juni 2011 is dit protocol in werking getreden in Nederland, Bulgarije, Letland, Litouwen, Spanje, Tsjechië en Zwitserland. Op de website van Stichting vervoeradres vindt u de actuele stand van landen, die zich bij het protocol aansluiten.

Voor Nederland zal de inwerkingtreding op dit moment nog weinig voordeel opleveren, omdat Duitsland en België niet geratificeerd hebben. In de praktijk is de elektronische vrachtbrief dus nog niet toepasbaar in internationaal vervoer (behalve tussen Letland en Litouwen). Overigens is het voor binnenlands vervoer wel mogelijk op grond van de Nederlandse wet.

Technieken

Het e-protocol schetst de minimumeisen waaraan de gebruikte technieken voor het totstandbrengen van een elektronische vrachtbrief moeten voldoen. Zo moeten o.a. alle partijen bij de vervoerovereenkomst het eens zijn met de te gebruiken technieken. De integriteit van de gegevens van de elektronische vrachtbrief moet gewaarborgd zijn en wijzigingen moeten traceerbaar zijn. Ook moeten de gegevens ongewijzigd reproduceerbaar zijn. De betrokken partijen zijn vrij in hun keuze van de technische middelen (hardware, software).

Juridische eisen voor de elektronische (digitale) handtekening


Door het plaatsen van een digitale handtekening wordt de digitale vrachtbrief gewaarmerkt. Deze handtekening dient gekoppeld te zijn aan de digitale vrachtbrief. De methode

van digitale ondertekening wordt geacht betrouwbaar te zijn, indien deze handtekening:

  1. op unieke wijze is gekoppeld aan de ondertekenaar;

  2. de mogelijkheid biedt de ondertekenaar te identiceren;

  3. wordt gecreëerd met middelen die onder de exclusieve macht van de ondertekenaar vallen; en

  4. zodanig gekoppeld is aan de gegevens waarop deze betrekking heeft dat latere wijziging van de gegevens traceerbaar wordt. 

De digitale vrachtbrief kan ook worden gewaarmerkt met behulp van andere digitale methoden ter vaststelling van de authenticiteit die wettelijk zijn toegestaan in het land waarin zij zijn opgesteld.