arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
praktijkboek

5. De Algemene Vervoercondities (AVC 2002)

Voor een goede uitvoering van de vervoerovereenkomst dienen afzender en vervoerder elkaar vooraf zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de praktische uitvoering van de vervoerovereenkomst. Wie moet er laden/lossen? Wanneer moet de afzender de vracht betalen? Welke informatieplicht hebben partijen over en weer? Niet alle onderwerpen zijn (uitvoerig) geregeld in het Burgerlijk Wetboek en CMR-Verdrag. Het gebruik van de Algemene Vervoercondities (AVC 2002) geeft duidelijkheid aan vervoerspartijen, omdat in de AVC veel praktische zaken vastgelegd zijn. De AVC 2002 helpt daardoor conflicten te voorkomen.

Welke onderwerpen staan er in de AVC 2002? In deze paragraaf een overzicht van de belangrijkste onderwerpen. Voor gedetailleerde informatie leest u de tekst van de AVC, of vraagt u informatie bij de Stichting vervoeradres. 

De AVC 2002 bevatten onder andere bepalingen over: 

  • De vrachtbrief en bewijskracht van de vrachtbrief
  • Verplichtingen van afzender resp. vervoerder
  • Aansprakelijkheid van de vervoerder
  • Schadevergoeding en AVC-limiet
  • Overbelading
  • Vrachtbetaling, retentierecht, pandrecht Verjaring
  • Arbitrage 

Toepasselijkheid

De AVC 2002 moeten van toepassing worden verklaard
in de vervoerovereenkomst. Dit gebeurt veelal door in de vrachtbrief te verwijzen naar de AVC. In paragraaf 5.2 AVC zijn onderdeel van de vervoerovereenkomst gaan we nader in op een juiste toepassing van algemene voorwaarden.
De AVC 2002 kunnen zowel op binnenlandse als grensoverschrijdende vervoerovereenkomsten worden toegepast.

De vrachtbrief en de bewijskracht van de vrachtbrief


De vrachtbrief bevat gegevens over de te vervoeren zaken, evenals instructies aan de vervoerder. Op het moment dat de vervoerder de zaken in ontvangst komt nemen, moet de afzender de vrachtbrief aan hem geven en moet de vervoer- der- na controle van de lading - de vrachtbrief tekenen. De vrachtbrief levert bewijs van de vervoerovereenkomst, namelijk van:

  • De voorwaarden van de overeenkomst

  • Betrokken partijen bij de overeenkomst

  • Inontvangstneming van de zaken en hun verpakking in uiterlijk goede staat, het gewicht en het aantal zaken, tenzij de vervoerder deze vermeldingen niet kon controleren.

Verplichtingen van de afzender

De afzender is verplicht de vervoerder te voorzien van voldoende informatie, zodat hij het vervoer correct kan uitvoeren. De afzender moet correcte informatie over de te vervoeren zaken op de vrachtbrief zetten. De afzender moet zorgen dat de lading op de overeengekomen plaats, tijd en wijze, vergezeld van de vrachtbrief en andere vereiste documenten klaar staan voor de vervoerder. De afzender moet elk collo duidelijk adresseren of voorzien van een codering. Last but not least: de afzender draagt zorg voor laden, stuwen en (doen) lossen van de zaken in en uit het voertuig, tenzij partijen hierover iets anders afspreken of als de vervoerder materieel gebruikt, waardoor het logisch is dat de vervoerder laadt en lost (bijvoorbeeld een zandauto met grijper). 

Verplichtingen van de vervoerder

De vervoerder moet de lading op de overeengekomen plaats, tijd en wijze in ontvangst nemen. Ook moet hij de afzender informeren over het laadvermogen van het voertuig.
De vervoerder heeft de plicht om de goederen zonder schade of verlies en binnen de afgesproken of redelijke termijn af te leveren op het adres, dat op de vrachtbrief is vermeld. De vervoerder moet bij inontvangstneming controleren, of de omschrijving van de goederen op de vrachtbrief klopt voor wat betreft het aantal colli en hun merken en nummers. Bovendien controleert de vervoerder de uiterlijk staat van de goederen en hun verpakking. Ook controleert de vervoerder de door of namens de afzender verrichte belading, stuwing en eventuele overbelading. Indien de vervoerder niet tot deze controles in de gelegenheid wordt gesteld, dan maakt hij hiervan melding op de vrachtbrief. 

Aansprakelijkheid van de vervoerder

De vervoerder is aansprakelijk voor het gehele of gedeeltelijke verlies van goederen en voor beschadiging
die ontstaat tussen de ontvangst en de a evering van de goederen en voor vertraging. De vervoerder is niet aansprakelijk in geval van overmacht: omstandigheden, voor zover een zorgvuldig vervoerder deze niet heeft kunnen vermijden en voor zover de vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.
De vervoerder is tevens aansprakelijk voor hulppersonen (o.a. personeel en charters).
Als schade aan de lading is veroorzaakt door een van de volgende bijzondere risico’s, dan is de vervoerder niet aansprakelijk. De bijzondere risico’s betreffen: 

  • Vervoer in een onoverdekt voertuig, als dat is afgesproken
  • Geen of slechte verpakking
  • Schade door laden, stuwen of lossen, als deze handelingen niet voor rekening van de vervoerder komen
  • De aard van de zaken zelf
  • Weersomstandigheden, als er geen voertuig met climate control is afgesproken
  • Onvolledigheid van de adressering of codering van de colli
  • Vervoer van een levend dier. 

Schadevergoeding en AVC-limiet

De schadevergoeding, die de vervoerder moet betalen voor zaken, die niet of beschadigd ter bestemming zijn afgeleverd, is beperkt tot €3,40 per kilogram. Voor andere schade (bijvoorbeeld: gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade) is de vervoerder niet aansprakelijk. Eventuele expertisekosten of beredderingskosten worden ge- zien als waardevermindering van de zaken. Dit bedrag wordt opgeteld bij het schadebedrag, waarvoor de vervoerder tot aan de AVC-limiet schadevergoeding betaalt. Het aantal kilo’s voor de berekening van de schadevergoeding is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of verloren zaak. Overigens kunnen partijen afwijken van deze AVC-limiet, zoals in een aantal deelmarktvoorwaarden (zie hoofdstuk 6) wel is gedaan.

De schadevergoeding voor vertraging is eenmaal de vracht. Als er schriftelijk een termijn voor aflevering is overeengekomen, dan bedraagt de schadevergoeding maximaal tweemaal de vracht. 

De Nederlandse wetgever heeft vastgelegd, dat de aansprakelijkheidslimiet van de vervoerder in het goederenwegvervoer Euro 3,40 per kilo bedraagt. Deze limiet staat ook genoemd in de AVC. In het bedrijfsleven spreekt men over de AVC-limiet ter onderscheid van de CMR-limiet van SDR 8,33.

De limiet beperkt de aansprakelijkheid van de vervoerder voor schade aan de lading, die tijdens het vervoer is ontstaan. Bij het vervoer van goedkope lading (bijvoorbeeld bulkvervoer) geeft deze limiet een redelijke dekking voor mogelijke schade. Maar voor hoogwaardige goederen is deze limiet natuurlijk niet afdoende.

Partijen kunnen een hogere aansprakelijkheid afspreken, mits deze hogere aansprakelijkheid op de vrachtbrief is vermeld (zie hierover uitgebreider in paragraaf 6.1 van het volgende hoofdstuk).

Indien de goederen meer waard zijn dan de limiet, adviseren wij de afzender om een goederentransportverzekeringspolis af te sluiten voor de waarde boven de limiet. De hoogte van de wettelijke limiet (= AVC-limiet) heeft de minister in samenspraak met vervoerders- en verladersorganisaties vastgesteld. Maar waarom kent het vervoerrecht deze beperking van de aansprakelijkheid van de vervoerder? De vervoerder neemt in een vervoerovereenkomst de verplichting op zich de lading onbeschadigd en zonder vertraging naar de geadresseerde te brengen.

In veel branches wordt in de algemene voorwaarden de aansprakelijkheid voor schade verregaand beperkt of zelfs uitgesloten. In de vervoersbranche is ervoor gekozen om de aansprakelijkheid van de vervoerder niet verder te beperken dan de wettelijke limiet van Euro 3,40 per kg. Hierdoor houdt de vervoerder een financiële prikkel om zijn verplichting tot onbeschadigd transport van de goederen na te komen. Een andere reden is, dat de vrachtprijs veelal niet in verhouding staat tot de waarde van de te vervoeren goederen. 

Overbelading

In de Wet Wegvervoer Goederen is het verbod op overbelading vastgelegd. Bij overtreding van dit verbod kan de politie aan de vervoerder en de afzender een boete opleggen. Als de afzender het voertuig heeft beladen of gestuwd, waardoor overbelading is ontstaan, dan moet de afzender aan de vervoerder €500,- betalen. Als de vervoerder voor deze overbelading een boete krijgt opgelegd, dan moet de afzender deze vergoeden, tenzij de afzender voor hetzelfde feit ook al beboet is.

Vrachtbetaling, retentierecht, pandrecht

De afzender moet de vracht en andere kosten betalen bij inontvangstneming door de vervoerder, tenzij ongefrankeerde verzending is overeengekomen. Ongefrankeerde verzending wil zeggen dat de geadresseerde bij a evering de vracht aan de vervoerder moet betalen. Verrekening van vorderingen tot betaling van vracht met vorderingen uit andere overeenkom- sten is niet toegestaan.

Het retentierecht geeft de vervoerder de mogelijkheid om zaken en documenten vast te houden tot zijn vordering is betaald. Dat moeten dan zaken en documenten zijn die de vervoerder in ontvangst had genomen om te vervoeren. In principe kan de vervoerder deze zaken en documenten alleen vasthouden voor de bij de vervoerovereenkomst horende vordering. Als de vervoerder en de afzender regelmatig vervoerovereenkomsten sluiten, dan kan de vervoerder het retentierecht ook gebruiken voor openstaande vorderingen uit eerdere vervoerovereenkomsten met dezelfde afzender. In dat geval kan het retentierecht alleen tegenover de geadresseerde, die afgifte van de zaken vordert, worden ingeroepen, als de geadresseerde ook bij die eerdere vervoerovereenkomsten partij was.

Nog sterker dan retentierecht is pandrecht. De AVC bepaalt, dat alle zaken en documenten, die de vervoerder in ontvangst heeft genomen tot vervoer, als onderpand kunnen dienen voor de vorderingen, die de vervoerder op de afzender heeft. Voor een geldig pandrecht is het nodig, dat de afzender eigenaar
is van deze zaken en documenten. Uitoefening van het pandrecht, dat wil zeggen het verkopen van de verpande goederen, kan slechts na toestemming van de rechter. Dat geldt niet als de afzender failliet is verklaard of in surséance van betaling verkeert. Het pandrecht geeft de vervoerder meer zekerheid dan een retentierecht, omdat faillissement van de afzender het pandrecht niet ongedaan maakt.

Let op!

Voor het inroepen van retentierecht en pandrecht is het verstandig om juridisch advies te vragen, bijvoorbeeld bij de juridische adviesdienst van TLN of EVO.

Verjaring

Alle vorderingen, die verband houden met de vervoerovereenkomst, verjaren na een jaar. Zowel vracht als schadevergoeding valt onder deze verjaringstermijn.

Arbitrage

In Nederland bestaat voor vervoerrecht geen gespecialiseerde rechtbank. Dit kan een reden zijn om te kiezen voor arbitrage. Aan het arbitrage-instituut TAMARA in Rotterdam, zijn arbiters verbonden, die deskundig zijn in het wegvervoerrecht.

Beide geschilpartijen dienen schriftelijk in te stemmen met arbitrage. Daarom adviseren wij een arbitrage -clausule op te nemen in uw (raam)overeenkomst. 

5.2 AVC zijn onderdeel van de vervoerovereenkomst

De AVC 2002 zijn algemene voorwaarden, bedoeld voor overeenkomsten voor goederenvervoer over de weg. De AVC 2002 zijn gedeponeerd bij de rechtbanken in Amsterdam en Rotterdam.

De AVC zijn tweezijdig vastgesteld. De belangen van vervoerders én verladers (afzenders) bij de vervoerovereenkomst zijn evenwichtig meegewogen in de bepalingen van de AVC. EVO namens de afzender en TLN, GVN en het NBB namens de vervoerder zijn het samen eens geworden over wederzijdse rechten en plichten in de vervoerovereenkomst. Doordat de AVC 2002 tweezijdig zijn vastgesteld, is het draagvlak van deze algemene voorwaarden in het Nederlandse bedrijfsleven zeer breed. De AVC worden dan ook bij vrijwel alle wegvervoerovereenkomsten van Nederlandse vervoerders toegepast.

De AVC zijn een aanvulling op de wettelijke regeling in het Burgerlijk Wetboek (Boek 8). De bepalingen geven een meer gedetailleerde en soms net iets beter geformuleerde regeling. Ook geven de AVC een praktische invulling van de verplichtingen van vervoerder en verlader.
Er is geen discussie mogelijk: de AVC regelen wie wat moet doen. Tenslotte is belangrijk, dat verzekeraars de AVC in hun polis hebben opgenomen.

Door de vrachtbrief van Stichting vervoeradres te gebruiken, worden de AVC 2002 automatisch van toepassing verklaard op de vervoerovereenkomst. Ook in de meeste raamovereenkomsten tussen vervoerder en verlader wordt verwezen naar de AVC 2002. 

AVC 2002 en internationaal vervoer

De AVC 2002 zijn in eerste instantie bedoeld voor binnenlands wegvervoer. Het is echter aan te bevelen de AVC 2002 ook toe te passen op uw internationale vervoerovereenkomsten.
Dat kunt u doen met de AVC/CMR-vrachtbrief voor internationaal vervoer. Weliswaar is het CMR-Verdrag dwingend recht bij internationaal vervoer, maar hiaten in de CMR worden aangevuld door de AVC 2002. Daarmee geven de AVC duidelijkheid in de praktische uitvoering van de vervoerovereenkomst (zoals: wie moet laden en lossen) en het opstellen van de vrachtbrief. 

Hoe verklaart u algemene voorwaarden van toepassing?

Algemene voorwaarden in de overeenkomst

Een overeenkomst komt tot stand doordat de ene partij een aanbod (of offerte, of order) aanvaardt van de andere partij. Algemene voorwaarden zijn onderdeel van een overeenkomst. Daarom moeten in de offerte de algemene voorwaarden van toepassing verklaard worden. Ook moet de andere partij inde gelegenheid worden gesteld om kennis te nemen van die voorwaarden. Dat kan door de algemene voorwaarden aan de offerte te hechten. Doet u dit niet, dan kan de wederpartij aan de rechter vragen om de algemene voorwaarden te vernietigen. Bij grote ondernemingen of bedrijven, die niet in Nederland gevestigd zijn, is verwijzing naar de algemene voorwaarden voldoende.

AVC in de vrachtbrief

Juist vervoerovereenkomsten komen vaak op informele wijze tot stand. De opdracht wordt bijvoorbeeld telefonisch gegeven of via een fax- of mail- bericht van de afzender aan de vervoerder gestuurd, waarna de vervoerder de opdracht (stilzwijgend) aanneemt. Maar zijn de AVC in een op die manier tot stand gekomen vervoerovereenkomst van toepassing? De standaard vrachtbrief, met daarin een verwijzing naar de AVC, helpt dit op een eenvoudige manier te regelen. Daarnaast is het verstandig om ook op uw offerte, facturen en briefpapier te verwijzen naar de AVC. U kunt uw wederpartij het beste (eenmalig) de volledige tekst van de AVC toesturen. Hiermee voldoet u aan de hiervoor genoemde informatieplicht.

AVC op de website

Als een overeenkomst op elektronische wijze tot stand komt is het voldoende als uw algemene voorwaarden op uw website zijn geplaatst en u de wederpartij heeft geïnformeerd over de vindplaats (website en de websitepagina). Voorwaarde is dat de wederpartij de voorwaarden kan downloaden en afdrukken en ze op een later tijdstip aldus kan raadplegen. Voor verwijzing naar de AVC kunt u op uw website een link naar de website van Stichting vervoeradres te plaatsen. Zo hebt u steeds de meest actuele versie van de Algemene Vervoerscondities beschikbaar! www.sva.nl\avc.