arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Thema

Internationaal

Elektronische CMR 

Op deze pagina vindt u een korte toelichting op de wetgeving met betrekking tot de elektronische CMR-vrachtbrief  voor internationaal vervoer.

Een elektronische vrachtbrief is juridisch gelijkwaardig aan een papieren vrachtbrief, als aan de wettelijke eisen is voldaan. Let op: veel vervoerders bieden een elektronische vrachtbrief of een elektronisch ontvangstbewijs aan, die niet in alle opzichten juridisch voldoet. Dit kan gevolgen hebben voor uw bewijspositie in geval van schade of BTW/accijns navraag.

Voor grensoverschrijdend wegvervoer is van belang of het land, waar (door)heen wordt gereden wel of niet lid is van het eCMR protocol.

Klik hier voor meer informatie over het eCMR protocol

Wel lid van het eCMR protocol

Als een land lid is van het eCMR protocol, dan mag in dat land gereden worden met een elektronische vrachtbrief. Klik hier voor een overzicht van de lidstaten

Artikel 2 lid 2 van het eCMR protocol bepaalt dat een elektronische vrachtbrief die voldoet aan de bepalingen van dit Protocol als gelijkwaardig wordt beschouwd aan de vrachtbrief bedoeld in het CMR-Verdrag en bijgevolg dezelfde bewijskracht en dezelfde gevolgen heeft als die vrachtbrief.

In artikel 4 van het eCMR protocol staan de voorwaarden, waaraan de digitale vrachtbrief moet voldoen.

  • De digitale vrachtbrief moet dezelfde gegevens bevatten als de CMR-vrachtbrief (art.4 lid1)
  • De integriteit van de digitale vrachtbrief moet worden gewaarborgd.
  • De gegevens in de digitale vrachtbrief mogen worden aangevuld of gewijzigd in de gevallen, die het CMR-verdrag toestaat, mits deze aanvullingen of wijzigingen traceerbaar zijn en de oorspronkelijke gegevens bewaard blijven.

Artikel 5 van het eCMR protocol maakt de partijen van de vervoersovereenkomst samen verantwoordelijk voor de keuze van procedures, technieken en systemen. Zo moeten keuzes gemaakt worden over:

  • de methode voor de opstelling en aflevering van de digitale vrachtbrief aan de belanghebbende partij;
  • een waarborg dat de integriteit van een digitale vrachtbrief intact is gebleven;
  • de wijze waarop de partij die aanspraak maakt op de rechten die voortvloeien uit een digitale vrachtbrief die aanspraak kan aantonen;
  • de wijze waarop bevestigd wordt dat een digitale vrachtbrief is afgeleverd aan de geadresseerde;
  • de procedures voor aanvulling of wijziging van de digitale vrachtbrief; en
  • de procedures voor eventuele vervanging van een digitale vrachtbrief door een op andere wijze afgegeven vrachtbrief.

Vervolgens bepaalt artikel 5 lid 2, dat de aldus gekozen procedures worden vermeld in de digitale vrachtbrief. Bovendien moeten de procedures eenvoudig vast te stellen zijn. Op de vrachtbrief mag worden volstaan met benoeming of globale omschrijving van de procedures, maar de exacte inhoud van die procedures moet gemakkelijk raadpleegbaar zijn.

De digitale vrachtbrief wordt door de partijen bij de vervoerovereenkomst (dat zijn dus de afzender, de vervoerder en uiteindelijk ook de geadresseerde) door middel van een betrouwbare elektronische handtekening gewaarmerkt. Artikel 1 definieert een digitale ondertekening als “gegevens in digitale vorm die gekoppeld worden aan of logisch verband houden met andere digitale gegevens en fungeren als een methode om authenticiteit vast te stellen”.

In artikel 3 lid 1 wordt bepaald, dat een methode van digitale ondertekening geacht wordt betrouwbaar te zijn , indien de digitale ondertekening:

  1. op unieke wijze is gekoppeld aan de ondertekenaar;
  2. de mogelijkheid biedt de ondertekenaar te identificeren;
  3. wordt gecreëerd met middelen die onder de exclusieve macht van de ondertekenaar vallen; en
  4. zodanig gekoppeld is aan de gegevens waarop deze betrekking heeft dat latere wijziging van de gegevens traceerbaar wordt.

In plaats van deze digitale ondertekening mag de digitale vrachtbrief ook worden gewaarmerkt met andere digitale methoden ter vaststelling van de authenticiteit, die wettelijk zijn toegestaan in het land waarin zij zijn opgesteld. (art.3 lid 2 eCMR protocol)

Tot slot vermeldt artikel 3 lid 3 eCMR protocol nog dat de gegevens vervat in de e-vrachtbrief toegankelijk moeten zijn voor elke daartoe gerechtigde partij.

Over de fiscale bewijskracht (BTW, accijns) van de elektronische vrachtbrief leest u meer in Weg en Wagen.

Geen lid van het eCMR protocol

In sommige landen is een papieren vrachtbrief wettelijk verplicht (publiekrechtelijke verplichting). In dat geval zou een papieren print van de elektronische vrachtbrief wellicht voldoende zijn om aan overheidshandhavers (politie, inspectie, douane) te laten zien. Wij adviseren u niet zomaar ervan uit te gaan, dat dit toegestaan is, maar bij elk land nader te informeren, zodat u niet voor vervelende verrassingen komt te staan.

Als een land geen lid is van het eCMR protocol en er ook geen (nationaal) wettelijke verplichting voor een papieren vrachtbrief is, kan dan toch onder het CMR-verdrag gereden worden met een elektronische vrachtbrief? In theorie is er die mogelijkheid, omdat het CMR-verdrag een vrachtbrief niet verplicht stelt en het verdrag een elektronische vrachtbrief niet uitsluit (dat komt vooral omdat ten tijde van de totstandkoming van het verdrag er geen elektronische mogelijkheid voor een vrachtbrief was….). Wij adviseren om toch een papieren vrachtbrief te gebruiken, omdat u dan zekerheid vooraf heeft over de bewijskracht van de vrachtbrief voor de rechter.

Lees meer over de situatie in Duitsland