Van beurtvaartadres naar vervoeradres

Stichting Vervoeradres is in 1946 opgericht, maar de geschiedenis gaat terug tot 1685. In dat jaar verklaren de Heeren van den Gerechte der Stad Amsterdam dat de adresbrief wordt ingevoerd, ook wel ‘beurtvaartadres’ genoemd. Lees meer over de geschiedenis van Stichting Vervoeradres.

De Heeren van den Gerechte der Stad Amsterdam bepalen in 1685:
‘Als eenige goederen aen boort werkden gebracht, zullen de kooplieden gehouden zyn daer nevens te zenden haere addresbrieven of ten minsten een notititie met uytdrukking van de plaetze, waer naer toe die werden versonden in de zelve adresbrieven of notitie laten brengen aen het comptoir van de commisssaris, zullende by manquement der voorz. Adressbrieven of notitie door de Commissaris geen aentekening gedaen, nog de goederen door de schippers mogen geladen werden.’

 

Waarom dit verplichte adres voor de beurtvaart?
De vervoerovereenkomst was en is gecompliceerder dan de koopovereenkomst. Ten eerste zijn er minimaal drie partijen bij betrokken: de afzender, logistieke dienstverlener en geadresseerde. Ten tweede vindt de uitvoering van de overeenkomst plaats over een traject waarbij niet de eigenaar van de goederen, maar de logistieke dienstverlener toezicht moet houden. Om de afspraken tussen de partijen inzichtelijk te maken, stelden De Heeren van den Gerechte der Stad Amsterdam de adresbrief verplicht “het Beurtvaartadres”.
 

Zo ontstaat Stichting Vervoeradres
Tot de Tweede Wereldoorlog was het gebruik van het uniforme beurtvaartadres en de daaraan gekoppelde vervoercondities in de wet verankerd. Direct na de oorlog vond het ministerie van Verkeer en Energie echter dat de uitgifte vrij moest zijn. Om de uniformiteit in de condities en lay-out te waarborgen, besloten de vakgroepen Binnenlandse Beurtvaart, Goederenvervoer langs de Weg en Goederenvervoer per Tram in 1946 tot de oprichting van Stichting Vervoeradres.

Het doel van Stichting Vervoeradres

‘Het exploiteren of doen exploiteren van de uitgifte van documenten ten behoeve van het vervoer per beurtvaart, langs de weg en tram in het algemeen en van het vervoerdocument “vervoeradres” of de daarvoor in de plaats tredende vervoerdocumenten in het algemeen, een en ander in de meest uitgebreide zin.’

De eerste acties
Stichting Vervoeradres besloot de uniforme adresbrief en vervoercondities zo veel mogelijk te promoten. Zij wilde de overheid stimuleren voorschriften uit te vaardigen. De eerste actie die de stichting ondernam, was het instellen van twee commissies. Een commissie tot het bestuderen van de Stoom- en Zeilbootcondities 1912 en een commissie tot het wijzigen van de lay-out van de adresbrief. Daar was alle reden toe, aangezien beide stukken verouderd waren.

Zo ontstaan de Algemene Vervoercondities
Onder de leiding van prof. mr. L.J. Hymans van den Bergh en in samenwerking met het ministerie van Verkeer en Energie en de Nederlandse Vereniging van Transportassuradeuren, werden de Stoom- en Zeilbootcondities aangepast. Dit resulteerde in 1950 tot de Algemene Vervoercondities (AVC 1950). Het moeilijkste punt in de onderhandelingen was het vaststellen van de beperkte aansprakelijkheid. Om dit punt te slechten, werd het voor afladers mogelijk zich te verzekeren voor schade tijdens het vervoer. Voor logistieke dienstverleners was dit al mogelijk. Sinds 1950 zijn de AVC twee keer gewijzigd, in 1983 en 2002. De beperking van de aansprakelijkheid blijft het moeilijkste onderhandelingspunt. 

Zo ontstaat het vervoeradres
Onder leiding van drs. A.M. Groot (directeur van het Instituut voor Onderzoek en Voorlichting op het gebeid van Bedrijfs- en Bestuursefficiency) en in samenwerking met het ministerie van Verkeer en Energie en de Nederlandse Vereniging van Transportassuradeuren, werd de lay-out van het beurtvaartadres radicaal gewijzigd. Hierdoor kon het document sneller, gemakkelijker en met minder kosten verwerkt worden. Het document werd kleiner, voorzien van carbon en de naam veranderde in ‘vervoeradres’. De drie delen van het vervoeradres werden aangeduid met de letters A, B en C. 

Ook voor het internationale vervoer
In 1962 nam Stichting Vervoeradres in samenwerking met NIWO, IRU en de internationale Kamer van Koophandel het initiatief tot een uniforme lay-out van de CMR-vrachtbrief. Op die manier wilde zij ook de efficiency in het internationale vervoer bevorderen.