Home
  • Over ons
  • Contact
  • Veelgestelde vragen
  • Nederlands Nederlands
  • English English
Follow @vervoeradres
Kies een ander thema
Vervoerrecht
AVC, deelmarktcondities en CMR-verdrag
Vrachtbrieven
Wetgeving en verkrijgbaarheid
Transport van afval
Wetgeving, melden, registreren
Publicaties
Download gratis onze publicaties
Arbitrage
Volgens het reglement van TAMARA
SVA congres
Hét congres over vervoerrecht
  • Wat is vervoerrecht
    • Nationaal vervoerrecht
    • Internationaal vervoerrecht
  • Vervoerscondities
    • AVC 2002
    • Wijziging in AVC
    • Deelmarktcondities
  • CMR-verdrag
    • CMR, toelichting
    • Aanvullend E-protocol
  • Wikipedia
  • Teksten (downloads)
    • CMR-verdrag
    • AVC 2002
    • Deelmarktcondities
  • Vragen uit de praktijk
 
Vervoerrecht
AVC, deelmarktcondities en CMR-verdrag
Vervoerrecht
AVC, deelmarktcondities en CMR-verdrag

Wikipedia

Klik op het onderwerp om naar de toelichting te gaan.

Incoterms® 2010 - Stedelijke distributie - expeditie of vervoer - transportverzekeringen - retentierecht, pandrecht - overbelading- opslag

Incoterms® 2010
 

Incoterms zijn afspraken tussen verkoper en koper over de wijze van levering van de koopwaar.  Koper en verkoper spreken af, wie het vervoer regelt, op welk punt het risico over de koopwaar overgaat van verkoper naar koper, en wie een verzekering over de goederen afsluit.
Afhankelijk  van de gekozen Incoterm zal de koper of de verkoper een vervoerovereenkomst afsluiten met een vervoerder.

De vervoerder is niet gebonden aan de Incoterm, ook niet als deze vermeld staat in de vrachtbrief. De afzender (opdrachtgever) in de vervoerovereenkomst voert de Incoterm uit, die hij heeft afgesproken in de koopovereenkomst. De vervoerder is geen partij bij deze koopovereenkomst.

Klik hier voor een kort overzicht van de Incoterms® 2010.

Stedelijke distributie


Stedelijke distributie is een verzamelterm voor activiteiten die zich richten op het vervoer vanaf de stadsgrens tot in de stad, waarbij de doelen tweeledig zijn: a. Gebruikmaken van schonere voertuigen; b. Het aantal vervoersbewegingen in de stad verminderen.

Twee manieren:

Methode 1 is het overnemen van de laatste transportkilometers in opdracht van vervoerders. Er wordt door de vervoerder geleverd aan het distributiecentrum buiten de stad, en van daaruit naar de geadresseerden (voornamelijk winkels en horeca) vervoert.
Methode 2 is het centraal noteren van de bevoorradingsvragen van winkeliers, zodat leveringen  per leverancier kunnen worden gebundeld in één transport.  Dit gebeurt bijvoorbeeld door een groothandel of een groothandelscoöperatie.

Nieuwe vrachtbrief nodig?

Bij methode 1  zal het vervoer vanuit het distributiecentrum tot de winkelier/horecabedrijf vaak in opdracht van laatstgenoemde worden verricht. In dat geval is de winkelier/horecabedrijf afzender (= opdrachtgever tot vervoer). Er komt een vervoerovereenkomst tot stand, die vastgelegd wordt in een vrachtbrief.

Ook als de stadsdistributie door een stadsvervoerder wordt uitgevoerd, komt een nieuwe vervoerovereenkomst tot stand, vast te leggen in een vrachtbrief.

 

Expeditie of vervoer?

Een expediteur is niet aansprakelijk voor ladingschade, die ontstaan is tijdens het vervoer. Een vervoerder is echter wel (beperkt) aansprakelijk. In de praktijk is vaak onduidelijkheid of een partij expediteur, afzender of vervoerder is.

Definities

Een vervoerder komt contractueel het vervoer overeen met de afzender. Ook als de vervoerder het vervoer uitbesteedt, zoals een ‘papieren’ vervoerder of ‘hoofdvervoerder’.
Een expediteur regelt het vervoer: hij sluit een vervoerovereenkomst met een vervoerder. Dat kan hij op eigen naam doen (de expediteur wordt dan afzender), hetzij op naam van zijn opdrachtgever.
Een ‘papieren’ vervoerder en een expediteur lijken dus op elkaar, omdat beiden niet zelf vervoeren, maar het vervoer organiseren.

Juridisch van belang

Wanneer tijdens het transport ladingschade ontstaat, is de expediteur normaal gesproken niet aansprakelijk hiervoor en de ‘papieren’ vervoerder wel. De expediteur kan eventuele vorderingsrechten tegen de vervoerder overdragen aan zijn opdrachtgever door hem een zogenoemde ‘expediteursverklaring’ af te geven.

Vage contracten
 

Helaas is niet altijd duidelijk, welke rol partijen in het vervoer of in de expeditie spelen. Bijvoorbeeld door niet duidelijke mondelinge/schriftelijke overeenkomsten, of door (onjuiste) invulling van de vrachtbrief. In dat geval is van belang: De verklaringen en gedragingen van partijen naar elkaar toe, bijvoorbeeld de kwestie of AVC dan wel Fenex-voorwaarden van toepassing zijn.En de verwachtingen die partijen van elkaar mochten hebben, bijvoorbeeld uit eerdere transacties. Hiermee kan de expediteur aantonen, dat hij geen vervoerder is. Kort gezegd: De expediteur moet zeggen wat hij doet en doen wat hij zegt!

Klik hier voor een interessant artikel over dit onderwerp.
 

Transportverzekeringen


Vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering

De wegvervoerder is tijdens de vervoersperiode aansprakelijk voor verlies en/of schade aan de goederen. Deze aansprakelijkheid is gelimiteerd tot €3,40 p/kg voor binnenlands vervoer en SDR8,33 (ca. €10,-) p/kg voor grensoverschrijdend vervoer. De vervoerder kan zich indekken tegen deze aansprakelijkheid door het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering.


Diefstal
 

De limitering van de aansprakelijkheid kan echter doorbroken worden, als er opzet of bewuste roekeloosheid aan de vervoerder kan worden verweten. Dit kan bijvoorbeeld in het geval van diefstal. Hoewel de Nederlandse rechter zelden de limiet doorbreekt, zijn buitenlandse rechters hier eerder toe genegen. Het is dus van belang, dat de verzekering ook diefstalschade dekt. De polis bevat vaak de Clausule Ladingdiefstallen (G23). Deze clausule gaat over het eigen risico van de vervoerder en over het maximale uit te keren bedrag bij diefstal.


Ondervervoer
 

Als de vervoerder op zijn beurt een ondervervoerder inschakelt, dan kan de hoofdvervoerder toch aansprakelijk gesteld worden voor de schade ,die bij de ondervervoerder is ontstaan. Controleer dus, of de verzekering ook deze schade dekt.


Verzekering per wagen
 

Op het polisblad worden vaak de kentekens van de verzekerde voertuigen vermeld. Als de vervoerder tijdelijk wagens inhuurt, dan moeten deze wagens bijverzekerd worden.

Goederentransportverzekering


Als de waarde van de goederen boven de limiet liggen (€3,40 p/kg voor binnenlands transport; SDR8,33 p/kg voor internationaal transport) dan doet de afzender er goed aan om een verzekering af te sluiten. De vervoerder is beperkt aansprakelijk tot de limiet en de afzender loopt risico voor de waarde boven de limiet.


Dekking van de polis
 

De transportverzekering kan worden afgesloten per transport (bijvoorbeeld bij een verhuizing) of voor alle zendingen. In beide gevallen wordt de premie vastgesteld op basis van de waarde van de verzonden goederen.
Sommige transportverzekeringen zijn all risks, andere geven beperkte dekking via clausules als evenementenclausule, diefstalclausule, clausule vervoer van bederflijke zaken.

Lees voor meer informatie het artikel Verzekering en vervoer in Weg en Wagen nr. 56 van prof. M.H. Claringbould.

Retentierecht, pandrecht

Retentierecht is wettelijk geregeld in Boek 3 en Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast heeft de AVC 2002 een regeling, die retentierecht uitbreidt naar oude vorderingen! Het retentierecht is een van de sterkste dwangmiddelen die de vervoerder tot zijn beschikking heeft om betaling van openstaande facturen af te dwingen. Een ander dwangmiddel is pandrecht.
 

Wat is retentierecht?
 

In art.3:290 BW wordt retentierecht beschreven als de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. Degene, die het retentierecht uitoefent heet ‘retentor’.
 
Bijvoorbeeld de vervoerder is schuldeiser van de afzender, omdat de afzender nog moet betalen. De vervoerder is verplicht om de lading af te geven aan de geadresseerde. Met het retentierecht kan de vervoerder het afgeven van de lading opschorten, totdat zijn openstaande facturen zijn betaald.
 
Door gebruik te maken van het retentierecht kan de vervoerder de lading onder zich houden, en daardoor druk uitoefenen op de debiteur.
 
Stel nu, dat de debiteur ook andere crediteuren heeft – niet denkbeeldig, want vaak is wanbetaling of te late betaling een signaal van een naderend faillissement! Het retentierecht kan ingeroepen worden tegen andere crediteuren, die beslag willen leggen op de lading. Ook in geval van faillissement van de debiteur mag de vervoerder zijn retentie blijven volhouden. Bovendien mag de vervoerder zich met voorrang boven de andere crediteuren op de lading verhalen.
 
Het retentierecht mag worden ingeroepen tegen derden, die een recht op de lading hebben verkregen, nadat de vordering was ontstaan en de zaak in de macht van de vervoerder was gekomen. Bijvoorbeeld: een vervoerder houdt de lading vast, terwijl de lading aan een ander wordt verkocht. De koper kan niet aan de lading komen!
 
Het retentierecht kan ook tegen derden met een ouder recht gelden, als de debiteur bevoegd was de overeenkomst aan te gaan en de retentor geen reden had om aan de bevoegdheid van de debiteur te twijfelen. Bijvoorbeeld: de bank heeft stil pandrecht op alle zaken van de verlader. De verlader geeft de vervoerder opdracht tot vervoer. Dit gebeurt in de normale bedrijfsvoering van de verlader. De vervoerder kan niet weten van het stille pandrecht en hoeft niet te weten, dat de bank het krediet heeft opgezegd. Dus de vervoerder gaat er te goeder trouw van uit, dat de verlader de opdracht mocht geven. Daarom kan deze vervoerder het retentierecht volhouden tegenover de pandhoudende bank.
 
Tenslotte nog dit: het retentierecht is een dwangmiddel. De retentor heeft geen recht van parate executie. Voor verhaal op de lading moet de vervoerder nog een executoriale titel bij de rechter halen om vervolgens (formeel) executoriaal beslag (onder zichzelf) op de lading te leggen.


 
Boek 8 BW en retentierecht voor de vervoerder

Speciaal voor de vervoerder kent boek 8 BW enkele bepalingen  inzake retentierecht. Dit is regelend recht, dat betekent dat de wet geldt als contractspartijen zelf onderling niets geregeld hebben. Of omgekeerd: contractspartijen mogen afwijken van de wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld door het van toepassing verklaren van de AVC 2002.
 
Het retentierecht in boek 8 BW is beperkter dan het algemene retentierecht. Voor de vervoerder is het retentierecht beperkt tot de goederen die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft. De vervoerder kan het retentierecht niet inroepen voor eerdere nog onbetaalde transporten. Met name jegens een geadresseerde die met eerdere transporten niet van doen heeft gehad, zou uitoefening van het retentierecht onbillijk zijn. De uitoefening van het retentierecht dient de toets van redelijkheid en billijkheid te kunnen doorstaan. Indien de vervoerder reden tot twijfel had over de bevoegdheid van de afzender om de lading aan de vervoerder ter beschikking te stellen, kan hij het retentierecht niet gebruiken.


 
AVC en retentierecht

Zoals hierboven uitgelegd is het retentierecht van de vervoerder regelend recht. Dat betekent dat contractspartijen mogen afwijken van de wet. Omdat de wet een vrij beperkt recht geeft aan de vervoerder, voeren de meeste vervoerders algemene voorwaarden (AVC 2002) waarin een ruimere werking aan het retentierecht wordt gegeven. Met name kan het retentierecht dan ook worden ingeroepen voor oude vorderingen.
 
Samengevat:
 Retentierecht volgens AVC 2002:
 • Geldt ook voor oude vorderingen.
• Geldt niet tegen derden met een ouder recht (bijvoorbeeld: de koper van de goederen).
• Geldt wel tegen derden, als de opdrachtgever nog eigenaar was op het moment dat de vervoerder het retentierecht inroept.
• Geldt ook tegen geadresseerde voor de huidige én voor oude vorderingen, mits vorderingen voortkwamen uit vervoersopdrachten naar dezelfde geadresseerde.
 
Wettelijk retentierecht:
 • Geldt niet voor oude vorderingen.
• Geldt ook tegen derden met een ouder recht (bijvoorbeeld: de koper van de goederen).
• Als er contractueel retentierecht is, dan is wettelijk retentierecht niet geldig.
 
Nog even een klein woord over pandrecht. Vaak worden retentierecht en pandrecht met elkaar verward. Retentierecht ontstaat automatisch door goederen in beheer te krijgen: de vervoerder neemt de goederen voor vervoer in ontvangst en kan automatisch op deze goederen retentierecht uitoefenen.
 

Pandrecht

Pandrecht moet van te voren afgesproken worden. Enkel de eigenaar van de goederen kan pandrecht aan de vervoerder geven. Kortom, er zijn strenge voorwaarden om tot een geldig pandrecht te komen, terwijl retentierecht vrijwel vanzelf ontstaat. Pandrecht is dan ook sterker dan retentierecht jegens derden.
 
In de algemene voorwaarden voor opslag resp. distributievervoer zijn eveneens retentierechten opgenomen, die de bewaarnemer retentierecht geven jegens bewaargever voor oude en toekomstige vorderingen. Ook kan de bewaarnemer retentierecht inroepen tegen ieder, die afgifte verlangt, tenzij hij reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de bewaargever of de goederen te laten opslaan.


Overbelading

15% van alle vrachtwagens die in Nederland rijden zijn overbeladen. Elke vrachtwagen heeft een maximum toegestaan gewicht en asdrukken. Gegevens hierover staan in het kentekenbewijs. Een vrachtwagen mag niet te zwaar worden beladen. Het overschrijden van de maximum toegestane normen is strafbaar. Rijden met te zwaar beladen vrachtwagens veroorzaakt schade aan het wegdek, bruggen en viaducten. Deze schade loopt jaarlijks op tot tientallen miljoenen euro’s. Daarnaast heeft overbelading een negatieve invloed op de verkeersveiligheid en bovendien is er sprake van oneerlijke concurrentie. De Inspectie Leefomgeving en Transport en Rijkswaterstaat werken samen om overbelading verder terug te dringen. 

Wanneer overbelading?

 Er wordt gesproken van overbelading wanneer:
 het totaal gewicht meer dan 50 ton bedraagt (wettelijke norm);
het toegestane gewicht van de vrachtauto te hoog is (zie kentekenbewijs);
de druk op een of meer assen te hoog is (zie kentekenbewijs).

Voorkomen van overbelading
 Er zijn verschillende manieren om overbelading te voorkomen, bijvoorbeeld:
 bij het beladen van het voertuig rekening houden met de maximale asdrukken en niet alleen met het maximale totaalgewicht;
door te investeren in apparatuur in de vrachtauto waarmee bij het laden of lossen de asdrukken worden afgelezen;
het voertuig zodanig beladen dat er na het lossen op verschillende adressen geen overbelading ontstaat;
door het gebruiken van het juiste voertuig voor de te vervoeren lading.


WIM
 
 

Om overbelading terug te dringen wordt gebruik gemaakt van het Weigh in Motion-systeem (WIM).
 
De werking van WIM
 Op een aantal plaatsen in het land zijn sensoren aangebracht in het wegdek. Die sensoren meten de asdruk van passerende vrachtauto’s. Van alle passerende vrachtauto’s worden opnames gemaakt van de kentekens en de vrachtauto’s zelf. De gegevens worden direct door een computer verwerkt. De vrachtauto kan vervolgens door de Inspectie Leefomgeving en Transport van de weg worden gehaald en opnieuw worden gewogen. Is het voertuig daadwerkelijk overbeladen dan wordt een proces-verbaal opgemaakt.
 Is er sprake van ernstige overbelading dan wordt er naast het proces-verbaal ook een maatregel genomen. Dit houdt in dat ter plaatse af- of overgeladen moet worden. Op dit moment zijn er acht meetsystemen in werking. Deze zijn aangebracht in het wegdek van de Rijksweg A 4, de Rijksweg A 12, de Rijksweg A 15 en de Rijksweg A 16. Tot 2014 komen er ieder jaar 4 meetsystemen bij. Vanaf 2014 liggen er dan 20 meetsystemen in het wegdek.
 
Verwerking WIM-gegevens
 De Inspectie Leefomgeving en Transport ontvangt gegevens van alle vrachtauto’s en gebruikt de informatie uit de WIM-systemen. Uit die informatie wordt elke maand een lijst samengesteld van bedrijven die met hun voertuigen de weeglussen hebben gepasseerd en waarbij overbelading is vastgesteld. Deze bedrijven worden schriftelijk geconfronteerd met de vastgestelde overtredingen. De bedrijven krijgen daarna de gelegenheid treffende maatregelen te nemen. Bij onvoldoende resultaat worden er zo nodig gericht acties uitgevoerd. Hierbij kan de Inspectie Leefomgeving en Transport gebruik maken van de last onder dwangsom.
 

Aansprakelijkheid bij overbelading


 De vervoerder is altijd aansprakelijk bij overbelading. Een verlader kan medeaansprakelijk zijn. De verlader is medeaansprakelijk als er sprake is van:
 misleiding over het opgegeven gewicht;
enige vorm van dwang of drang in de richting van de vervoerder/chauffeur;
het niet opvolgen van de aanwijzingen die door de vervoerder gedaan zijn.

Door het Openbaar Ministerie zijn richtlijnen uitgegeven wanneer bij overbelading kan worden volstaan met een waarschuwing, wanneer een proces-verbaal volgt en wanneer een maatregel dient te worden genomen. Deze richtlijnen zijn:

Asdrukoverschrijding van minder dan 10%: waarschuwing

Asdrukoverschrijding van meer dan 10%: proces-verbaal

Asdrukoverschrijding van meer dan 20%: proces-verbaal en maatregel (ter plaatse af- of overladen)

Totaalgewicht overschrijding van minder dan 5%: waarschuwing

Totaalgewicht overschrijding van meer dan 5%: proces-verbaal

Totaalgewicht overschrijding van meer dan 10%: proces-verbaal en maatregel (ter plaatse af- of overladen)

 
Bij herhaling van overtredingen kan het Openbaar Ministerie de boete die volgt op een proces-verbaal met 50 tot 100 procent verhogen.

 

Sanctiepunten en boetes

Bij overtreding van toegestane maximummassa's:

 

categorie

overschrijding

punten

bedrag

1

5 t/m 9%

10

250

2

10 t/m 14%

15

370

3

15 t/m 19%

23

550

4

20 t/m 24%

33

800

5

25 t/m 29%

50

1.200

6

30 t/m 49%

75

1.800

7

vanaf 50%

100

2.500

 

Bij overschrijding van toegestane lasten onder de assen of de koppeling:

 

categorie

overschrijding

punten

bedrag

1

10 t/m 14%

10

250

2

15 t/m 19%

15

370

3

20 t/m 24%

23

550

4

25 t/m 29%

33

800

5

30 t/m 34%

50

1.200

6

35 t/m 49%

75

1.800

7

vanaf 50%

100

2.500

Bij de vier hoogste categorieën worden hogere boetes geëist bij recidive binnen 5 jaar. Bij de eerste recidive worden de boetes verhoogd met 50 procent, bij de tweede recidive met 100 procent. Vanaf de derde recidive wordt direct gedagvaard.

 

Opslag

Als opslag onderdeel is van vervoer, dan blijven de voorwaarden van de vervoerovereenkomst van toepassing op de goederen tijdens de opslag. Ontstaat er tijdens de opslag schade, dan dient dus bepaald te worden of er sprake is van een overeenkomst tot opslag of dat er sprake is van opslag in het kader van vervoer. Dat laatste is zondermeer het geval, als partijen niet uitdrukkelijk afgesproken hebben om de goederen (tijdelijk) op te slaan.

Is de opslag onderdeel van het vervoer, dan is de aansprakelijkheid van de bewaarnemer beperkt tot €3,40 per kilo (AVC-limiet).

Bij een overeenkomst tot opslag is de bewaarnemer echter volledig aansprakelijk voor schade aan de opgeslagen goederen, tenzij hij zijn aansprakelijkheid bij de overeenkomst heeft beperkt. Bijvoorbeeld door de Algemene Opslagvoorwaarden van Stichting vervoeradres te gebruiken.

CURSUS VAN LADEN TOT LOSSEN

De vrachtbrief in de praktijk
WEG & WAGEN

Gratis E-magazine over vervoerrecht, douanerecht en transport van afval

Inschrijven nieuwsbrief

  • Contact
  • Disclaimer
Ga naar