Wetgeving, melden, registreren
Wetgeving, melden, registreren
Ontvangen van afvalstoffen
Ontvangers van afvalstoffen zijn verplicht de ontvangst en afgifte van afvalstoffen te melden.
Deze verplichting geldt voor ontvangstinrichtingen die:
- afval bewerken en verwerken en onder onderdeel 28.4 van bijlage I (onder C) van het Besluit omgevingsrecht vallen;
- verontreinigde grond, inclusief baggerspecie, opslaan en een opslagcapaciteit van 50 m3 of meer hebben;
- huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen overslaan en een opslagcapaciteit van 50 m3 of meer hebben;
- bouw- en sloopafval sorteren en een opslagcapaciteit van meer dan 50 m3 hebben;
- groenafval composteren en een verwerkingscapaciteit van meer dan 50 m3 per jaar hebben.
Afvalstroomnummer
Voorafgaand aan de eerste afgifte verstrekt de meldingsplichtige ontvanger een afvalstroomnummer aan de (primaire) ontdoener. Dat doet hij op basis van de informatie die op het omschrijvingsformulier of contract staat. Een afvalstroomnummer bestaat altijd uit twee delen. Het eerste deel (cijfer 1 tot en met 5) is het door LMA toegekende verwerkersnummer, ook wel de ‘inrichtingencode’ genoemd. Het tweede deel (cijfer 6 tot en met 12) is een uniek volgnummer.
Uitzonderingen
In sommige situaties verstrekt de ontvanger het afvalstroomnummer niet aan de primaire ontdoener, zoals gebruikelijk, maar aan de inzamelaar. Dan hoeft de primaire ontdoener ook geen begeleidingsbrief aan de inzamelaar mee te geven. De inzamelaar is wel verplicht het betreffende afvalstroomnummer bekend te maken aan de primaire ontdoener(s).
Het gaat dan om afgifte van de volgende afvalstoffen:
- bedrijfsafvalstoffen die in bijlage A van de Regeling melden staan;
-
gevaarlijke afvalstoffen:
- batterijen en accu’s (Besluit beheer batterijen en accu’s 2008);
- autobanden (Besluit beheer autobanden);
- apparatuur (Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur);
- autowrakken (Besluit beheer autowrakken);
- verpakkingen (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton);
- bedrijfsafvalstoffen die door route-inzameling zijn verkregen;
-
gevaarlijke afvalstoffen die door route-inzameling zijn verkregen:
- klein gevaarlijk afval van minder dan 50 kilogram per afgifte (Besluit inzamelen afvalstoffen);
- batterijen en accu’s (Besluit beheer batterijen en accu’s 2008);
- apparatuur (Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur);
- autowrakken (Besluit beheer autowrakken);
- alle uitzonderingen onder ‘Melden ontvangen afvalstoffen’.
Melden ontvangen afvalstoffen
De meldingsplichtige ontvanger meldt de ontvangst van het afval aan het LMA. De ontvangstmelding bestaat uit een eerste ontvangstmelding en maandelijkse ontvangstmeldingen. De eerste ontvangstmelding bevat een aantal vaste gegevens van de afvalstoffen en de personen die betrokken zijn bij het transport. De maandelijkse ontvangstmeldingen hebben betrekking op de totaal ontvangen hoeveelheid afval en het aantal vrachten, op basis van een afvalstroomnummer. De ontvangstmeldingen moeten uiterlijk binnen vier weken na afloop van de kalendermaand (uiterlijk de 27ste) binnen zijn. Wanneer in de betreffende maand geen afvalstoffen zijn ontvangen en afgegeven, kan de ontvanger een ‘nulmelding’ doorgeven.
Uitzonderingen ontvangstinrichtingen
In sommige situaties hoeft de ontvangstinrichting de ontvangst van afvalstoffen niet te melden. Hij is in dat geval ook niet verplicht het afvalstroomnummer te verstrekken.
De uitzonderingen op een rij:
- De inrichting werkt uitsluitend met opslaan, overslaan, bewerken en/of verwerken van papier, textiel, ferro- of non-ferrometalen, schroot, schone kunststoffen, glas en/of banden.
- De inrichting werkt uitsluitend met opslaan, overslaan en/of bewerken van batterijen, accu’s, elektrische en elektronische apparatuur en/of autowrakken (zoals aangegeven in de betreffende besluiten en regelingen).
-
De inrichting verricht een combinatie van bovengenoemde handelingen.
Uitzonderingen ontvangstinrichtingen
In sommige situaties hoeft de ontvangstinrichting de ontvangst van afvalstoffen niet te melden. Hij is in dat geval ook niet verplicht het afvalstroomnummer te verstrekken.
De uitzonderingen op een rij:
- De inrichting werkt uitsluitend met opslaan, overslaan, bewerken en/of verwerken van papier, textiel, ferro- of non-ferrometalen, schroot, schone kunststoffen, glas en/of banden.
- De inrichting werkt uitsluitend met opslaan, overslaan en/of bewerken van batterijen, accu’s, elektrische en elektronische apparatuur en/of autowrakken (zoals aangegeven in de betreffende besluiten en regelingen).
-
De inrichting verricht een combinatie van bovengenoemde handelingen.
Uitzonderingen afvalstoffen
Ook van sommige afvalstoffen hoeft de ontvanger de ontvangst niet te melden. Ook dan is hij niet verplicht het afvalstroomnummer
te verstrekken.
Het gaat om de volgende uitzonderingen:
- Afvalstoffen die afkomstig en gebracht zijn door of namens particuliere huishoudens.
- De afvalstoffen worden afgegeven aan een ontvanger die ze uitsluitend overslaat. Het gaat daarbij om ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen vergelijkbaar met huishoudelijke afvalstoffen en afvalstoffen van het reinigen van riolen.
- De afvalstoffen zijn binnen een bedrijf ontstaan en worden binnen hetzelfde bedrijf nuttig toegepast of verwijderd.
- De afvalstoffen worden afgegeven door een persoon die buiten Nederland is gevestigd en die op basis van de EVOA een kennisgeving heeft gedaan.
- De afvalstoffen worden onbeheerd aangetroffen en door of vanwege een bestuursorgaan opgeruimd. Het gaat daarbij om bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
- De bedrijfsafvalstoffen worden afgegeven in een hoeveelheid van minder dan 50 kilogram.
-
De gevaarlijke afvalstoffen worden afgegeven aan een ontvanger die ze uitsluitend in een hoeveelheid van minder
dan 50 kilogram per afgifte in ontvangst mag nemen.
Melden afgegeven (afval)stoffen
Naast de ontvangstmelding omvat de meldingsplicht ook de afgiftemelding. Wanneer de meldingsplichtige ontvanger afvalstoffen, stoffen, preparaten of voorwerpen afgeeft aan een ander – of toepast binnen of buiten het eigen bedrijf – moet hij dat melden bij het LMA. De melding bevat gegevens over de eerste afnemer van de (afval)stoffen, de soort (afval)stof, de hoeveelheid en het aantal afgiften. Voor afvalstoffen moet hij de Euralcode vermelden; voor stoffen, preparaten of voorwerpen de goederencode (GN-code). De afgiftemelding moet uiterlijk binnen vier weken na afloop van de kalendermaand (uiterlijk de 27ste) binnen zijn. Wanneer in de betreffende maand geen (afval)stoffen zijn afgegeven en ontvangen, kan de ontvanger een ‘nulmelding’ doorgeven.
Uitzonderingen
De verplichting tot het melden van afgegeven (afval)stoffen vervalt in de volgende situaties:
- De afvalstoffen worden afgegeven aan een meldingsplichtige inrichting waarvoor een afvalstroomnummer is afgegeven.
- De afvalstoffen zijn al gemeld volgens het Besluit bodemkwaliteit en/of het Besluit gebruik meststoffen.
- De afvalstoffen worden door betoncentrales, asfaltinstallaties
-
en/of staalbedrijven verwerkt in beton, asfalt of staal.
Schriftelijk of digitaal melden?
De ontvangst of afgifte van afvalstoffen kunt u zowel schriftelijk (via een formulier) als digitaal (via een webformulier of XML-bericht) melden. De systematiek van zowel het schriftelijk melden als het digitaal melden is gelijk.
Dagtraining over melden, registreren en begeleidingsbrieven
Gratis E-magazine over vervoerrecht, douanerecht en transport van afval
