De rol van het nationale recht binnen het CMR-verdrag
Verschillende interpretaties onder het CMR-verdrag
Forumshopping
Enkele voorbeelden
Expediteurs en de verklaring voor recht-dagvaarding
Arbitragebeding
Voetnoten
[1] HR 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9308, r.o. 3.4.2, NJ 2001/391 (Overbeek/Cigna) en HR 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9309, r.o. 3.3, NJ 2001/392 (Van der Graaf/Philip Morris).
[2] Sinds de '5 januari arresten' is slechts in een handvol zaken geoordeeld dat er sprake was van bewuste roekeloosheid, zie Rb. Gelderland 22 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:7254, S&S 2022/35; Rb. Oost-Brabant 14 februari 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:414; Rb. Gelderland 3 april 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013: CA1164, S&S 2014/7; Hof Leeuwarden 9 april 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AU0156.
[3] HR 14 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3041, r.o. 3.2.2, NJ 2006/599 (Philip Morris/Van der Graaf).
[4] HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2632, r.o. 3.3, NJ 1998/602 (Oegema/Amev).
[5] Maar bijv. wel in: Hof 's-Gravenhage 20 juni 2000, ECLI:NL:GHSGR:2000:AK4313, S&S 2001/35.
[6] Dat is echter anders als de expediteur besluit het vervoer zelf uit te voeren of als hij zijn mededelings- of informatieplicht niet nakomt.
[7] De expediteur heeft in bepaalde gevallen echter ook de mogelijkheid om het geschil voor te leggen aan de bevoegde Nederlandse rechter in de vestigingsplaats van de expediteur, maar die gevallen doen zich niet voor bij het uitbrengen van een verklaring voor recht-dagvaarding in geval van een ladingschade.
[8] Rb. Rotterdam 26 maart 2025 met rolnummer C/10/692891 / HA ZA 25-87. Ten aanzien van de andere gedaagden oordeelde de rechtbank Rotterdam in haar eindvonnis van 9 april 2025 overigens dat zij bevoegd was op grond van artikel 31 CMR.
[9] Men dient zich wel te realiseren dat de expediteur in dat geval veroordeeld wordt tot betaling van de proceskosten, maar dat is vaak een fractie van de gemoeide financiële belangen.
[10] Bijv. ladingbelanghebbenden waarmee de expediteur niet rechtstreeks gecontracteerd heeft.